ECLI:NL:RBMNE:2026:1954
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning tweede uitrit wegens verdwijnen openbare parkeerplaats
Eisers, eigenaren van een perceel met reeds één uitrit, vroegen een omgevingsvergunning aan voor het verbreden van de bestaande uitrit en het aanleggen van een tweede uitrit. De gemeente Laren verleende de vergunning voor het verbreden, maar weigerde de vergunning voor de tweede uitrit omdat deze zou leiden tot het verdwijnen van een openbare parkeerplaats.
Eisers maakten bezwaar tegen deze weigering, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. Vervolgens stelden eisers beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank toetste het besluit aan de Verordening Fysieke Leefomgeving Laren (VFL) en het Omgevingsplan gemeente Laren, waarin het verboden is zonder vergunning een uitweg aan te leggen.
De rechtbank oordeelde dat de weigeringsgrond uit artikel 3.40, tweede lid, onder d van de VFL van toepassing is, omdat de aanleg van de tweede uitrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats. Eisers konden niet aantonen dat er geen sprake was van een openbare parkeerplaats en slaagden ook niet in hun beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat zij geen vergelijkbare gevallen met vergunning konden aantonen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om griffierechtteruggave af en kende geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak werd gedaan door rechter Visser op 23 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor de tweede uitrit wordt ongegrond verklaard omdat hierdoor een openbare parkeerplaats verdwijnt.