Stater verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] vanwege een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer werkte sinds de overname van zijn voormalige werkgever door Stater in 2016 bij Stater, maar ervoer vanaf het begin problemen met systemen, werkwijze en arbeidsvoorwaarden. Ondanks meerdere gesprekken, trajecten in het tweede spoor en mediation, bleef de situatie onoplosbaar.
De kantonrechter oordeelt dat de ontbinding op de g-grond gerechtvaardigd is en dat herplaatsing binnen Stater niet mogelijk is vanwege uniforme systemen en werkklimaat. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juni 2026, met toekenning van een transitievergoeding van € 76.892,89 bruto.
Het verzoek om een billijke vergoeding wordt afgewezen omdat de drempel voor ernstig verwijtbaar handelen door Stater niet wordt gehaald. De kantonrechter motiveert uitgebreid dat de door [verweerder] aangevoerde omstandigheden onvoldoende bewijs leveren voor ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.