Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1869

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
UTR 24/5660
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 Wlz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wlz-aanvraag voor minderjarige met complexe medische situatie wegens onvoldoende blijvende 24-uurs zorgbehoefte

Eiseres heeft namens haar minderjarige zoon een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). De aanvraag werd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) afgewezen, omdat niet kon worden vastgesteld dat de zoon blijvend 24-uurs zorg in de nabijheid nodig heeft. Eiseres voerde aan dat de beperkingen van haar zoon zodanig zijn dat hij niet zelfstandig kan functioneren en dus recht heeft op Wlz-zorg.

De rechtbank overwoog dat aan de eerste twee voorwaarden voor een Wlz-indicatie (grondslag en 24-uurs zorgbehoefte) is voldaan, maar dat de blijvendheid van deze zorgbehoefte niet is aangetoond. Het CIZ baseerde zich op meerdere medische adviezen, waarin werd geconcludeerd dat de mate van zorgbehoefte op jonge leeftijd nog onvoldoende duidelijk is en dat er ontwikkelmogelijkheden zijn.

De rechtbank vond de medische adviezen zorgvuldig en volledig en zag geen reden om daaraan te twijfelen. Rapporten van psychologen en kinderartsen die de blijvendheid van de zorgbehoefte stelden, waren onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat het CIZ terecht heeft vastgesteld dat de zoon niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de Wlz-aanvraag wegens onvoldoende bewijs van blijvende 24-uurs zorgbehoefte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5660

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Kaya),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg, CIZ

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres heeft die aanvraag gedaan namens haar minderjarige zoon. Zij is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 30 mei 2023 heeft eiseres een aanvraag om zorg op grond van de Wlz voor haar minderjarige zoon ingediend. CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 13 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 juli 2024 op het bezwaar van eiser is CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Relevante feiten en totstandkoming van het besluit
3. Eiseres haar zoon is geboren op [geboortedatum] 2013 en heeft een complexe medische achtergrond. Hij heeft onder andere het harlekijnsyndroom, een aangeboren afwijkende ligging van de hersenen (Chiari maldeformatie) en een kromming in de rug (scoliose). Ook is er sprake van niet aangeboren hersenletsel na een val en prikkelgevoeligheid en is hij ADL [1] - afhankelijk omdat hij snel is afgeleid en steeds moet worden aangestuurd.
4. Met het primaire besluit van 13 oktober 2023 heeft CIZ de aanvraag voor zorg op grond van de Wlz afgewezen. CIZ heeft zich hierbij gebaseerd op het advies van medisch adviseur [A] van 13 oktober 2023. CIZ stelt dat op dit moment niet is vast te stellen dat eiseres haar zoon blijvend aangewezen is op 24-uurs zorg in de nabijheid. Met het bestreden besluit van 22 juli 2024 is CIZ bij dit standpunt gebleven. Het CIZ heeft daarbij het advies van medisch adviseur [B] van 6 juni 2024 betrokken. CIZ stelt dat sprake is van de grondslag somatische aandoening en de grondslag lichamelijke beperkingen. Het totaal aan beperkingen, lichamelijk en psychisch leidt tot de noodzaak van 24-uurs zorg in de nabijheid. Er is sprake van een achterstand waarbij de verwachting is dat eiser ook in de toekomst zorg en ondersteuning nodig zal hebben, zowel op psychisch als lichamelijk gebied. De mate van deze ondersteuning is echter nog onvoldoende duidelijk. Op deze jonge leeftijd met nog ontwikkelmogelijkheden kan er vooralsnog niet gesteld worden dat eiseres haar zoon afhankelijk zal blijven van 24-uurs zorg in de nabijheid. Hierom heeft de zoon van eiseres geen recht op Wlz-zorg.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het CIZ ten onrechte de zorgbehoefte van haar zoon niet als blijvend heeft aangemerkt. Zij voert hiertoe aan dat het CIZ de beperkingen lijkt te onderschatten wanneer het gaat over zijn ontwikkeling. Door al zijn beperkingen tezamen kan en zal haar zoon niet tot een dusdanige ontwikkeling komen dat hij zelfstandig kan functioneren in het dagelijks leven. Eiseres voert aan dat er al jaren is geïnvesteerd in zijn ontwikkeling. Als die investeringen baat hadden, dan was daar al lang resultaat van geweest. Eiseres wijst ter verdere onderbouwing van de beperkingen en het ontbreken aan ontwikkelingsperspectief op informatie van Argonaut en kinderarts [C] . Eiseres heeft verder in beroep rapporten van GZ-psycholoog [D] , psychologisch onderzoek door het UMCU, een profielblad ADIT en een zogenaamd drempelonderzoek ingebracht.
Wat vindt de rechtbank?
Juridisch kader
6. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of CIZ op goede gronden geweigerd heeft aan de zoon van eiseres zorg op grond van de Wlz toe te kennen
.De voor de beoordeling van belang zijnde periode in deze zaak loopt van 30 mei 2023 (datum aanvraag) tot en met 22 juli 2024 (datum bestreden besluit).
7. De rechtbank overweegt dat iemand alleen voor een indicatie op grond van de Wlz in aanmerking komt als aan alle voorwaarden is voldaan. CIZ heeft geen mogelijkheid om van deze regels af te wijken. Kort samengevat komt het erop neer dat iemand alleen in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie als [2] :
- er een grondslag is; en
- er 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en
- deze zorgbehoefte blijvend is.
Blijvendheid van 24-uurs zorg in de nabijheid
8. De rechtbank stelt voorop dat niet ter discussie staat dat er wordt voldaan aan de eerste twee voorwaarden. In geschil is de vraag of de 24-uurs zorgbehoefte blijvend is. De rechtbank is van oordeel dat CIZ het standpunt heeft mogen innemen dat dit niet is komen vast te staan. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
9. Het CIZ heeft verschillende keren medisch onderzoek laten verrichten naar de situatie van de zoon van eiseres. In de besluitvorming heeft CIZ zich gebaseerd op medische adviezen van 13 oktober 2023 en 6 juni 2025. Ook zijn er in de beroepsfase verschillende keren aanvullende medische adviezen uitbracht, te weten op 23 januari 2025, 24 december 2025 en 12 maart 2026. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) mag het CIZ zich baseren op een medisch advies als dat advies voldoende zorgvuldig tot stand gekomen is en volledig is. Vervolgens ligt het op de weg van de aanvrager om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies kunnen doen twijfelen. [3]
10. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor twijfel aan het door het CIZ verrichte onderzoek. De adviezen van de medisch adviseur zijn volledig en op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Hierbij is van belang dat de medisch adviseur dossieronderzoek heeft verricht en kennis heeft genomen van de voorhanden zijnde medische informatie van de behandelaars van de zoon van eiseres, waaronder de informatie van Argonaut en kinderarts [C] waar eiseres in haar beroepsgronden naar verwijst. Op basis van deze informatie heeft de medisch adviseur zich een duidelijk beeld kunnen vormen van de medische situatie. De medisch adviseur heeft in het advies van 6 juni 2024, dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit, toegelicht dat het duidelijk is dat de zoon van eiseres ook in de toekomst nog zorg en ondersteuning nodig zal hebben, maar dat de mate waarin dat nodig zal zijn nu nog onduidelijk is. De klachten door Chiari 1 maldeformatie blijven bij de meeste kinderen vaak stabiel of kunnen verbeteren door een operatie. De school ziet dat er op meerdere gebieden groei is, waardoor er nog steeds wordt ingezet op uitstroomprofiel 5. Dat maakt dat de zoon van eiseres naar verwachting in staat is om nieuwe kennis en vaardigheden aan te leren. Op deze jonge leeftijd met ontwikkelmogelijkheden kan volgens de medisch deskundige niet worden geobjectiveerd dat de zoon van eiseres levenslang afhankelijk zal blijven van 24-uurs zorg.
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de medisch adviseur hiermee duidelijk en inzichtelijk uitgelegd waarom nu nog niet kan worden vastgesteld dat de zoon van eiseres blijvend – dus voor de rest van zijn leven – 24-uurs zorg nodig zal hebben. Kinderarts [C] heeft weliswaar in zijn brief van 11 oktober 2023 geschreven dat de 24-uurs zorgbehoefte blijvend van aard zal zijn, maar het is niet de expertise van de (behandelend) kinderarts om dit te beoordelen. Eiseres heeft in de stukken en op de zitting nog gewezen op de rapporten van GZ-psycholoog [D] , die ook tot de conclusie komt dat de 24-uurs zorgbehoefte blijvend is. Volgens [D] is sprake van een blijvende en niet-behandelbare zorgvraag, maar waarom dat zo is blijkt niet duidelijk uit de rapporten. Zo schrijft [D] in het rapport van 28 oktober 2025 dat er vanwege de aard van de onderliggende aandoeningen sprake is van een chronisch en complex zorgbeeld, dat er binnen de mogelijkheden ontwikkeling zichtbaar is maar dat de fysieke belastbaarheid, verwerkingssnelheid en zelfstandigheid ernstig beperkt blijven en dat een volledig herstel of normalisering van functioneren niet realistisch is, maar hij legt niet uit waarom dit zo is en waarom de zoon van eiseres daardoor ook voor de rest van zijn leven 24-uurs zorg nodig heeft. Dat is immers iets anders dan dat iemand in de toekomst normaal zal kunnen functioneren. De rechtbank vindt de rapporten van [D] onvoldoende overtuigend om te kunnen concluderen dat de conclusies van de medisch adviseur van het CIZ onjuist zijn. Bovendien blijkt uit het psychologisch onderzoek van het UMC van 22 mei 2025 juist dat de zoon van eiseres zijn taalachterstand grotendeels heeft ingehaald en dat zijn visueel ruimtelijke vaardigheden, vermogen tot oplossingsgericht denken en handelen en het werkgeheugen op gemiddeld niveau zijn. Ook staat in dat onderzoek dat de zoon van eiseres een tragere verweringssnelheid heeft en dat het goed voorstelbaar is dat dat van invloed is op zijn zelfredzaamheid, dat hij gebaat is bij oefenen met en aanleren van vaardigheden om zijn eigen gedrag beter te kunnen reguleren en doelgericht te kunnen handelen en dat dit passend is bij een kind in ontwikkeling wat betreft zelfstandigheid en autonomie. Dit past niet bij de conclusie van [D] dat het nu al vaststaat dat de zoon van eiseres voor de rest van zijn leven 24-uurszorg nodig zal hebben.
12. Gelet op het voorgaande is er geen reden om te oordelen dat het advies dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt onzorgvuldig en onvolledig is. De conclusies van de medisch adviseur zijn goed te volgen. Het CIZ had mag de conclusie dat de zoon van eiseres niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz dan ook baseren op het advies van de medisch adviseur.
13. Dit betekent dat het CIZ heeft mogen vaststellen dat de zoon van eiseres niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL).
2.Zie artikel 3.2.1., eerste en tweede lid, van de Wlz.
3.zie bijvoorbeeld de uitspraak van CRvB van 16 september 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:3266).