Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 28 oktober 2024 omtrent haar WIA-uitkering. Verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiseres stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 6 oktober 2025 ontving en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder dat een beslissing is genomen. Verweerder erkent de vertraging en wijt deze aan een tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder moet het griffierecht van €53 aan eiseres vergoeden.