Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 12 februari 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde dat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn. Eiser stuurde een ingebrekestelling op 16 oktober 2025, waarna de wettelijke termijn van twee weken verstreek zonder beslissing. Vervolgens stelde eiser op 9 januari 2026 beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een dwangsom van in totaal €1.442,- verschuldigd is voor de periode van overschrijding tot aan de uitspraak. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, wordt hem opgedragen dit alsnog binnen twee maanden na verzending van de uitspraak te doen. De rechtbank houdt rekening met het tekort aan verzekeringsartsen en stelt daarom een termijn van twee maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie.
Voor de periode na deze termijn geldt een dwangsom van €100,- per dag met een maximum van €15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €54,- en een proceskostenvergoeding van €467,- aan eiser, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen twee maanden beslissen en een dwangsom betalen bij overschrijding.