Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Kamper;
- de advocaat van de verdachte: mr. J.M. van Dam (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [slachtoffer 1] , samen met haar moeder;
- de advocaat van benadeelde partij [slachtoffer 1] : mr. C.J.I.F. van Beek;
- de advocaat van benadeelde partij [slachtoffer 2] : mr. F.B. Flooren.
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Bewijs
16/096941-25: feit 1, 2 en 3en 16/331229-25: primair) op de beschuldiging heeft gepleegd. De officier van justitie vraagt gedeeltelijke vrijspraak ten aanzien van de verkrachting onder feit 1 (16/096941-25) voor wat betreft het dreigen met een schaar. Het standpunt van de officier van justitie wordt – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
(de rechtbank begrijpt: de verdachte)mij vast achter mijn hoofd aan mijn haar en trok mijn hoofd naar achteren. Hij pakte mij bij mijn keel en keek hij mij aan. Hij vroeg: Ga je meewerken? Ik zei nee. Vanuit de dode hoek pakte hij mijn hoofd weer vast en zei hij dat ik niet zomaar kon gaan zonder dat er iets was gebeurd. Hij pakte mij opeens hard bij mijn haren vast en hij trok mij naar achteren toe. Ik kwam met mijn hoofd hard tegen de vensterbank. [3] Hij pakte mij bij mijn haren vast en trok mij mee naar de slaapkamer. Toen ging hij mij in mijn nek pakken. Ik moest mijn string uittrekken. Ik deed mijn string niet uit. Toen ging hij daar [4] hard aan trekken. Mijn string scheurde. Ineens begint hij mij super hard te bijten in mijn oor en in mijn nek. Ik voelde dat dit pijn deed. Ik moest daarvan gillen en huilen. Toen deed hij zijn piemel erin en eruit in mijn mond. Hij heeft mij uit het niets heel hard geslagen aan de rechterkant van mijn gezicht. Hij sloeg mij met een vuist. Ik kwam toen tegen de muur aan met mijn hoofd. Toen ging hij weer in mijn nek bijten, in mijn oor bijten, in mijn lip bijten en in mijn kaak/wang bijten. Toen ging hij seks met mij hebben. Zijn piemel in mij. Ik moest gaan liggen met mijn benen omhoog en hij deed die er gewoon in, in mijn kut. [5]
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] )buiten op de stoep voor mijn woning stond. Ik zag dat ze aan het huilen was. Ik zag dat ze heel angstig was. Ik zag namelijk dat het meisje oppervlakkig ademhaalde en dat haar ogen wijd open stonden. Ik ging toen samen met het meisje mijn woning in. Ik zag bij het meisje letsel. Ik zag dat zij bij haar sleutelbeen een hele rode plek had. Kort hierop is de politie ter plaatse gekomen welke het meisje hebben meegenomen. [6]
2025te Ameide , met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2010, seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het brengen, duwen, drukken en houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [verdachte] .
16/096941-25, feit 3bewezen verklaarde in de tenlastelegging een jaartal ontbreekt, en dat is bedoeld 22 maart 2025 ten laste te leggen. In het licht van de inhoud van het dossier kan hierover geen misverstand bestaan. Uit de verklaring die de verdachte op de zitting heeft afgelegd, leidt de rechtbank af dat de verdachte wist waarvan hij werd beschuldigd en tegen welke verdenking hij zich moest verdedigen. Op de zitting is niet gebleken dat er bij de verdachte enige onduidelijkheid bestond.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
,feit 1 en 16/331229-25, meer subsidiair bewezenverklaarde gedragingen leveren een zodanig samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt.
5.Straf en maatregel
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte alle feiten onder parketnummer 16/096941-25 en het feit zoals dit meer subsidiair is vermeld onder parketnummer 16/331229-25 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
een gevangenisstraf van 48 maanden;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidop voor de duur van 3 jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen zich te onthouden van direct of indirect, ook online, contact met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2010);