Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1646

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
18 april 2026
Zaaknummer
C/16/608661 / FZ RK 26-247
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 lid 2 sub d WvggzWet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel en uitleg zorgvorm uitoefenen van toezicht onder Wvggz

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel bij GGZ Centraal, afgegeven door de burgemeester vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychische stoornissen. De officier van justitie verzoekt voortzetting van deze maatregel voor drie weken. De rechtbank stelt vast dat aan alle wettelijke voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is voldaan en verleent de machtiging.

Tijdens de zitting is gedebatteerd over de zorgvorm 'uitoefenen van toezicht'. De psychiater stelde dat dit toezicht alleen via elektronische middelen zoals camera's plaatsvindt, terwijl de advocaat ook fysieke één-op-één begeleiding onder deze zorgvorm begreep. De rechtbank verduidelijkt dat toezicht een controlerend karakter heeft en niet beperkt is tot elektronische middelen, maar ook continue observatie omvat.

De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van deze zorgvorm af omdat het niet noodzakelijk is in deze situatie. Ook worden onderzoeken van woonruimte en kleding op gevaarlijke voorwerpen afgewezen. De toegewezen zorgvormen zijn proportioneel en gericht op het afwenden van ernstig nadeel en het bevorderen van maatschappelijke deelname. De machtiging geldt tot 10 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken en wijst het verzoek tot toepassing van toezicht en onderzoeken af wegens onnodigheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/608661 / FZ RK 26-247
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
verblijvend bij GGZ Centraal, [locatie] te [plaats] ,
advocaat mr. F.L. Lischer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop bestaat uit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [A.] , psychiater;
  • de moeder van betrokkene.
Verder waren de zus van betrokkene en een coassistent aanwezig.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij GGZ Centraal, [locatie] te [plaats] . De burgemeester van [plaats] heeft de crisismaatregel op 17 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is namelijk aan alle wettelijke voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
De advocaat heeft namens betrokkene verzocht de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel toe te wijzen.
4.3.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis. Dit blijkt uit de medische verklaring van 17 maart 2026.
4.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
4.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.7.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
De advocaat heeft verzocht de vormen van verplichte zorg die zien op het insluiten en uitoefenen van toezicht op betrokkene, het doen van onderzoek aan kleding op lichaam en het onderzoeken van de woon of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen af te wijzen.
4.8.1.
Ter zitting is tussen de advocaat en de psychiater een debat gevoerd of de zorgvorm ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ noodzakelijk is of niet. Daarbij werd door ieder van de aanwezigen een andere uitleg gegeven aan deze in artikel 3:2 lid 2 onder Pro sub d Wvggz genoemde vorm van zorg. Volgens de psychiater zou onder deze zorgvorm alleen toezicht middels camera’s of andere elektronische middelen vallen, terwijl de advocaat betoogd heeft dat ook de zogeheten fysieke één-op-één begeleiding onder de reikwijdte van de definitie zou vallen. De rechtbank begrijpt dit laatste standpunt zo dat een situatie bedoeld wordt waarin de betrokkene onder een continue 24-uurs toezicht staat, hetgeen in sommige situaties van separatie of opname in hoog beveiligde HIC-afdelingen toegepast kan worden. Die types van toezicht grijpen dieper in op de privacy van betrokkene dan het toezicht bij een ‘reguliere’ setting waarbij een afdelingsmedewerker van de zorgaanbieder op de afdeling, bijvoorbeeld in een huiskamer, de verantwoordelijkheid draagt over meerdere patiënten. De rechtbank zal op verzoek van partijen duiding geven aan de zorgvorm ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’.
4.8.2.
Het woord ‘toezicht’ komt de betekenis toe dat de betrokkene bewaakt wordt zodat betrokkene zich gedraagt overeenkomstig bepaalde gedragsnormen. Het toezicht heeft daarmee een sterk controlerend karakter met een vergaande inbreuk op de privacy van betrokkene. Met name agressief en zelfbeschadigend gedrag kan toezicht nodig maken. Bij het uitoefenen van toezicht kan gedacht worden aan toezicht door cameramonitoring of op andere elektronische wijze bij het insluiten in een klinische setting. Toezicht is naar het oordeel van de rechtbank echter daartoe niet gelimiteerd. Voor het standpunt dat toezicht alleen kan plaatsvinden door middel van camera’s of andere elektronische hulpmiddelen is geen grondslag aanwezig nu de wetgever hieromtrent niets heeft overwogen. Ook het continue ‘observeren’ van betrokkene tijdens een opname dient onder de definitie van toezicht geschaard te worden nu dit naar het oordeel van de rechtbank een sterk controlerend karakter heeft. In dit kader wordt ook gewezen op de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 22 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4839. Overigens zal ‘uitoefenen van toezicht’ vanwege het sterk controlerende karakter in de praktijk wel vaak verzocht worden in combinatie met insluiting en zal dit toezicht middels camera’s uitgeoefend worden, maar dit is dus niet noodzakelijk.
4.8.3.
De rechtbank zal in onderhavige situatie de verzochte zorgvorm ‘uitoefenen van toezicht’ afwijzen omdat deze zorgvorm niet noodzakelijk is. Ter zitting heeft de psychiater verklaard dat er geen ander toezicht op de afdeling plaatsvindt dan de aanwezigheid van enkele afdelingsmedewerkers die controle houden op de gehele afdeling.
4.8.4.
De rechtbank wijst ook de vormen van verplichte zorg die zien op het onderzoeken van de woon of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen af, nu deze vormen volgens de psychiater niet noodzakelijk zijn.
4.9.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. en 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 april 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van M.R. Meijn, griffier en op schrift gesteld op
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.