Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft op 20 januari 2025 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Verweerder, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit verzoek beslist. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 24 juli 2025 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres op 27 oktober 2025 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat verweerder door een tekort aan verzekeringsartsen niet in staat was tijdig te beslissen, maar bepaalt dat verweerder binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van € 53,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres, omdat het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.