Betrokkene verblijft op grond van een voorwaardelijk beëindigde TBS-maatregel bij een kliniek. De officier van justitie verzoekt een zorgmachtiging voor zes maanden, gericht op het verzekeren van medicatietrouw, zonder opname als verplichte zorg.
De advocaat betoogt dat een zorgmachtiging niet naast een voorwaardelijk beëindigde TBS kan bestaan, terwijl de officier van justitie en psycholoog dit wel mogelijk achten. De psycholoog licht toe dat betrokkene de antipsychotica niet altijd correct innam, maar opname niet wordt verzocht.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene vrijwillig verblijft en meewerkt aan medicamenteuze behandeling, waardoor niet wordt voldaan aan de criteria voor verplichte zorg. Juridisch wordt bevestigd dat een zorgmachtiging naast een voorwaardelijk beëindigde TBS kan bestaan, maar in deze situatie is het niet passend en zou het oneigenlijk zijn om de zorgmachtiging in te zetten om omzetting naar TBS met verpleging te voorkomen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.