Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1453

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
26/571
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel en hennepstekkerij

De burgemeester van Almere besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning van verzoekers te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een hennepstekkerij en aanzienlijke hoeveelheden harddrugs. Verzoekers vroegen om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting, die op 13 maart 2026 werd behandeld en direct mondeling werd beslist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht aannam dat de drugs bestemd waren voor handel, gezien de hoeveelheden en de aangetroffen attributen die duiden op drugshandel. Ook de illegale stroomafname en eerdere oogsten versterkten dit beeld. De sluiting was gericht op het herstellen van de openbare orde, het voorkomen van herhaling en het beschermen van het woon- en leefklimaat.

Hoewel de maatregel ingrijpend is, vond de voorzieningenrechter deze niet onevenwichtig of punitief. De belangen van verzoekers, zoals het voorkomen van bekendheid en behoud van werk en woning, wogen niet zwaarder dan het belang van de openbare orde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, en het besluit van de burgemeester blijft voorlopig van kracht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/571
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 maart 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. E.J.H. van Lith),
en

de Burgemeester van de gemeente Almere

(gemachtigden: mr. D.J. Rijken en mr. A. Herczog

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het besluit van de burgemeester om hun woning aan de [adres] in [plaats] te sluiten.
1.1.
Met het bestreden besluit van 16 januari 2026 heeft de burgemeester de woning van verzoekers, op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig het Damoclesbesluit van de gemeente Almere 2025, per 23 januari 2026 gesloten voor de duur van 3 maanden
.
1.2.
Bij brief van 20 januari 2026 heeft de burgemeester laten weten dat het besluit van 16 januari wordt geschorst, tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Voor het treffen van een voorlopige voorziening in de fase van bezwaar is in beginsel alleen aanleiding als het besluit waartegen bezwaar is gemaakt zodanig gebrekkig is dat het in heroverweging naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet of niet volledig in stand kan blijven. De voorzieningenrechter zal daarom allereerst beoordelen of de bezwaargronden van verzoeker een redelijke kans van slagen hebben.
3.1.
De voorzieningenrechter weegt vervolgens de belangen van verzoeker die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van de burgemeester die pleiten tegen het treffen daarvan, tegen elkaar af. Hoe zekerder de voorzieningenrechter is dat het besluit waartegen bezwaar is gemaakt in stand kan blijven, hoe minder ruimte er bij deze belangenafweging is voor de belangen van verzoeker.
Wat is de aanleiding geweest om de woning te sluiten?
4. Uit de bestuurlijke rapportage van 22 oktober 2025 blijkt dat op 8 oktober 2025 een vermoedelijke overdracht van 52 hennepstekjes door verbalisanten wordt waargenomen. De verkoper van de hennepstekjes, verzoeker (1), is later op 8 oktober 2025 aangehouden in zijn woning aan de [adres] in [plaats] . De woning is door de politie betreden ter aanhouding van verzoeker (1), en ter inbeslagname van de hennepstekjes. In de woning was ook verzoeker (2) aanwezig. Op de zolderverdieping van de woning werd een in werking zijnde professioneel aangebrachte hennepstekkerij aangetroffen. In de kweekruimte zijn 195 hennepstekjes aangetroffen. Bij de doorzoeking van de woning werd ook een hoeveelheid harddrugs aangetroffen. Het gaat om een totale hoeveelheid van 216,98 gram cocaïne, 87,7 gram MDMA, 0,82 gram amfetamine, 4,35 gram hasj, 0,95 gram ketamine, 244,4 gram mannitol (versnijdingsmiddel) en 0,19 gram LSD. Vanwege deze bevindingen is ook verzoeker (2) aangehouden. Na onderzoek van netbeheerder Liander, bleek dat er minimaal 25.942 kWh illegale stroom is afgenomen, ter waarde van € 3.463,26. Hierdoor is een (brand)gevaarlijke situatie ontstaan. Liander heeft ook geconstateerd dat er al minimaal 2 keer eerder geoogst zou moeten zijn op de [adres] .
Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
5. Als uitgangspunt kan worden aanvaard dat bij de aanwezigheid van meer dan 0,5 g harddrugs, 5,0 g softdrugs of vijf (hennep)planten (het door het openbaar ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik) de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. [1] Uit de bestuurlijke rapportage van 22 oktober 2025 blijkt dat er een ruime handelshoeveelheid aan soft- en harddrugs is gevonden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter mocht de burgemeester het aannemelijk vinden dat de handelshoeveelheid aangetroffen drugs bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. De bevoegdheid van de burgemeester is overigens ook niet in geschil.
Kon de burgemeester in redelijkheid gebruik maken van zijn bevoegdheid?
Is de woningsluiting een geschikte maatregel?
6. De burgemeester heeft gemotiveerd dat de sluiting onder andere tot doel heeft de openbare orde en veiligheid te herstellen, te voorkomen dat de woning opnieuw wordt gebruikt voor het drugscircuit en -handel en dat een verdere aantasting van het woon-en leefklimaat plaatsvindt, en een signaal af te geven aan betrokkenen bij de overtreding dat drugshandel niet wordt getolereerd. Dat er volgens verzoekers na het beëindigen van de overtredingen en het opruimen van de zolder geen illegale activiteiten meer zijn, neemt niet weg dat er meerdere doelen worden beoogd met het sluiten van de woning. De voorzieningenrechter is het met de burgemeester eens dat deze overige doelen ook kunnen worden bereikt door de woning te sluiten.
7. Verder is het tijdsverloop - naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter - tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat ook niet dermate lang dat het redelijkerwijs niet meer kan bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. [2] De doorzoeking van de woning waarbij de drugs zijn aangetroffen, vond plaats op 8 oktober 2025. De bestuurlijke rapportage van de politie volgde op 22 oktober 2025, en na nadere vragen van de burgemeester is op 30 december 2025 nog een bestuurlijke rapportage gevolgd. Het voornemen dateert van 9 december 2025 en het besluit van 16 januari 2026. Met dat besluit heeft de burgemeester besloten om de woning vanaf 23 januari 2026 feitelijk te sluiten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit tijdsverloop niet dusdanig lang is dat sluiting niet langer een geschikt middel is om de nagestreefde doelen te bereiken.
Is de woningsluiting een noodzakelijke maatregel?
8. Bij een eerste overtreding volgt in beginsel geen sluiting, tenzij sprake is van een ernstig geval. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs in de woning kan in ieder geval als een ernstig geval worden aangemerkt. Bij de aanwezigheid van meer dan o,5 gram harddrugs of meer dan 5 gram softdrugs is in beginsel aannemelijk dat de aangetroffen drugs deels of geheel bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. [3]
9. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van de burgemeester dat er een grote hoeveelheid drugs is aangetroffen en dat daarom aannemelijk is dat deze drugs geheel of gedeeltelijk zijn bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking. De burgemeester mag daarom aannemen dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel. Ook kan feitelijke handel in of vanuit een pand worden aangenomen op grond van in het pand aangetroffen attributen die te relateren zijn aan drugshandel. In dit geval zijn er gripzakjes, ponypacks, een (grammen)weegschaal, 16 ledlampen, 6 ventilatoren, 15 transformators, een CO2 boosters/hotbox, 15 verschillende knipbenodigdheden (waaronder Cannacutters), benodigdheden voor de luchtkwaliteit, aangetroffen. Bovendien is de hennepstekkerij door de politie ontdekt vanwege een door hen waargenomen transactie van 52 stekjes. De voorzieningenrechter is het met de burgemeester eens dat de sluiting van de woning daarom noodzakelijk mocht worden geacht, om de bekendheid als drugspand teniet te doen en herhaling te voorkomen. Verder heeft de burgemeester – in overeenstemming met de Beleidsregels – de woning gesloten voor de duur van 3 maanden, omdat sprake was van een ernstig geval gelet op de handelshoeveelheid aangetroffen harddrugs. In ernstige gevallen mag worden afgeweken van het uitgangspunt – dat in de regel met een waarschuwing moet worden volstaan -. [4]
Is de woningsluiting een evenwichtige maatregel?
10. De burgemeester heeft gemotiveerd dat het onaannemelijk is dat verzoeker (2) niks afwist van de hennepstekkerij. Dat verzoeker (2) niet op zolder kon komen vanwege een gesloten deur, neemt niet weg dat in de woonkamer een koffer met verpakkingsmateriaal en 5 ponypacks is aangetroffen. Ook blijkt uit het rapport van Leander dat de fraudespecialist de kenmerkende wietgeur heeft waargenomen tijdens zijn inspectie. Verder kan de afgetapte meterkast verzoeker (2) niet zijn ontgaan. In de woning zijn daarnaast nog diverse luxeartikelen aangetroffen. Bovendien heeft verzoeker (2) tegenover de politie verklaard dat ze wist dat er ‘iets’ was op zolder, maar niet precies wist wat. De voorzieningenrechter volgt de burgemeester in het standpunt dat het daarom onaannemelijk is dat de verwijtbaarheid bij verzoeker (2) ontbreekt. De voorzieningenrechter volgt de burgemeester ook in het standpunt dat niet is gebleken waarom verzoekers afhankelijk zijn van hun woning voor het behoud van hun banen, en andersom. Het is niet duidelijk geworden waarom verzoekers niet op het kantoor van hun werkgevers kunnen werken of waarom zij niet ‘thuis’ kunnen werken op een andere locatie. Verder kan verzoeker (2) terecht bij haar moeder. Verzoeker (1) kan eventueel terecht bij zijn vader in een seniorencomplex. Indien dit niet toereikend is, heeft de burgemeester verwezen naar een slaapplek bij de nachtopvang. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit voor verzoekers vervelend is en dat de woningsluiting een verstrekkende maatregel is die ingrijpt in hun persoonlijk leven, maar een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. [5]
11. Verder ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan te nemen dat de maatregel punitief van aard is. Het sluiten van de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet betreft een bestuursrechtelijke bevoegdheid. De voorzieningenrechter heeft hiervoor geoordeeld dat de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van deze bevoegdheid, dus de voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de gevolgen van het besluit zo zwaarwegend zijn dat ze punitief van aard zijn.
Conclusie over het bezwaar
12. Gezien wat de voorzieningenrechter hiervoor heeft besproken, is de voorzieningenrecht van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
Belangenafweging
13. De voorzieningenrechter weegt ook altijd nog zelf de belangen af. Als het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft, is er weinig ruimte om alsnog een voorlopige voorziening te treffen en komt er meer gewicht toe aan het belang dat is gediend met het besluit. Het belang van verzoekers is vooral dat zij niet willen dat de woning wordt gesloten, omdat dit anders bekend wordt voor de buitenwereld. Daarbij is de angst van verzoekers er vooral in gelegen dat hun werkgevers op de hoogte raken van de aanleiding van de woningsluiting en dat zij dan hun baan en uiteindelijk hun woning verliezen. De voorzieningenrechter vindt het echter niet aannemelijk dat verzoekers hun baan of woning kwijt zullen raken vanwege het bestreden besluit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang dat met het bestreden besluit is gediend, namelijk bescherming en herstel van de openbare orde, zwaarder weegt dan de belangen van verzoekers.
Conclusie en gevolgen
14. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het bestreden besluit niet wordt geschorst tot 6 weken na de beslissing op bezwaar en de voorzieningenrechter ook geen aanleiding ziet om een andere voorziening te treffen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
15. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026 door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas , griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.