Uitspraak
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers
de Burgemeester van de gemeente Almere
Inleiding
.
Rechtbank Midden-Nederland
De burgemeester van Almere besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning van verzoekers te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een hennepstekkerij en aanzienlijke hoeveelheden harddrugs. Verzoekers vroegen om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting, die op 13 maart 2026 werd behandeld en direct mondeling werd beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht aannam dat de drugs bestemd waren voor handel, gezien de hoeveelheden en de aangetroffen attributen die duiden op drugshandel. Ook de illegale stroomafname en eerdere oogsten versterkten dit beeld. De sluiting was gericht op het herstellen van de openbare orde, het voorkomen van herhaling en het beschermen van het woon- en leefklimaat.
Hoewel de maatregel ingrijpend is, vond de voorzieningenrechter deze niet onevenwichtig of punitief. De belangen van verzoekers, zoals het voorkomen van bekendheid en behoud van werk en woning, wogen niet zwaarder dan het belang van de openbare orde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, en het besluit van de burgemeester blijft voorlopig van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.