ECLI:NL:RVS:2021:2912
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- P.H.A. Knol
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing exploitatievergunning passagiersvaart wegens niet-tijdige aanvraag
De vennootschap heeft op 15 oktober 2018 aanvragen ingediend voor exploitatievergunningen voor passagiersvaart met de bedrijfsvaartuigen Artemis en Pulp Fiction. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde op 8 januari 2019 de Regeling uitgifteronde 2022 vast, waarin is bepaald dat aanvragen alleen in maart 2020 konden worden ingediend. De aanvragen werden daarom op 30 januari 2019 afgewezen en deze afwijzing werd op 5 juli 2019 gehandhaafd.
De vennootschap voerde aan dat de vergunningstop niet van toepassing was en dat de aanvragen getoetst moesten worden aan het destijds geldende recht, waaronder de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob). Ook stelde zij dat het college bewust de beslistermijn had laten verlopen om de nieuwe regeling toe te passen en dat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld moesten worden over de Dienstenrichtlijn. Deze argumenten werden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verworpen.
De Afdeling oordeelde dat het college de Regeling 2022 terecht toepaste en dat de vergunningstop redelijk was omdat deze nog niet te lang had geduurd. Ook werd geoordeeld dat de lex silencio positivo niet van toepassing is op deze vergunningaanvragen vanwege dwingende redenen van algemeen belang, zoals veiligheid en milieu. De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank Amsterdam en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergunningaanvragen bevestigd.