Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1939, die lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, vermoedelijk de ziekte van Alzheimer. De rechtbank ontving het verzoek op 19 februari 2026 en hield de zitting op 12 maart 2026, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een arts, een kwaliteitsverpleegkundige en zijn echtgenote werden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige neurocognitieve stoornissen heeft die leiden tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen, ondanks dat betrokkene zich hiertegen verzet. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven, aangezien betrokkene volledig afhankelijk is van 24-uurs zorg en professionele begeleiding.
Hoewel het verzoek te laat werd ingediend, oordeelde de rechtbank dat dit de verlening van de machtiging niet in de weg staat. De termijnoverschrijding wordt in mindering gebracht op de geldigheidsduur, waardoor de machtiging ingaat op 15 februari 2026 en geldt tot 15 februari 2031. De beschikking werd mondeling gegeven op 12 maart 2026 en schriftelijk vastgelegd op 17 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.