Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1415

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
UTR 24/4923
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens schending goede procesorde en geen proceskostenvergoeding bij WOZ-waarde

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarin de WOZ-waarde van haar woning was verlaagd van €715.000 naar €676.000 voor het belastingjaar 2023.

De enige beroepsgrond in het beroepschrift betrof het niet toekennen van een proceskostenvergoeding door de heffingsambtenaar. De rechtbank oordeelt dat eiseres in een veel later stadium geheel nieuwe beroepsgronden over de WOZ-waarde heeft aangevoerd, hetgeen strijdig is met de goede procesorde. Tijdens de bezwaarfase was al overleg geweest en was de WOZ-waarde aangepast.

De rechtbank laat de nieuwe beroepsgronden buiten beschouwing en stelt vast dat de gemachtigde van eiseres niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent, zodat geen proceskostenvergoeding kan worden toegekend. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4923

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

(gemachtigde: A. Mulder),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking van de gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)

Inleiding

1.1.
In de beschikking van 28 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 715.000,-, naar de waardepeildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaresse van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2.
Eiseres heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 10 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning verlaagd naar € 676.000,-.
1.3.
Tegen de uitspraak op bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend.
1.4.
Het beroep is behandeld per zitting van 25 februari 2026. De gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Goede procesorde
2. De enige beroepsgrond in het beroepschrift houdt in dat de heffingsambtenaar ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de gang van zaken waarbij eiseres, in een veel later stadium van de procedure, geheel nieuwe beroepsgronden (over de WOZ-waarde van de woning) heeft aangevoerd, in strijd is met de goede procesorde. Tijdens de bezwaarfase heeft onderling overleg plaatsgevonden tussen partijen en dit heeft ertoe geleid dat in de uitspraak op bezwaar de WOZ-waarde van de woning is verlaagd. In het beroepschrift en aanvullend beroepschrift voert eiser aan dat het enige geschilpunt de proceskostenvergoeding is. Daarmee heeft eiseres het geschil expliciet beperkt. Als eiseres dan maanden later ook de WOZ-waarde in het geschil wil betrekken, is dat in strijd met de goede procesorde. De rechtbank laat de beroepsgronden die zien op de WOZ-waarde van de woning daarom buiten beschouwing.
Proceskostenvergoeding
3. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht aan eiseres geen proceskostenvergoeding heeft toegekend in het bestreden besluit. Artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat een vergoeding van de (bezwaar)kosten als bedoeld in artikel 7:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitsluitend betrekking kan hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Volgens de Nota van toelichting is sprake van ‘beroepsmatig verleende bijstand’ als het verlenen van rechtsbijstand tot de beroepsmatige taak van de gemachtigde behoort. [1] Voor het beroepsmatig verlenen van rechtsbijstand is van belang dat deze werkzaamheid een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van een inkomen gerichte taakuitoefening. Dat betekent dat de rechtsbijstand meer dan incidenteel moet zijn verricht. [2] De aard en omvang van de werkzaamheden is daarbij doorslaggevend. In dit geval is niet gebleken van aanknopingspunten dat de gemachtigde van eiseres meer dan incidenteel rechtsbijstand aan derden verleent, zodat niet kan worden aangenomen dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakoefening van de gemachtigde.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt eiseres geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Vermeer, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Stb. 1993, 763, p.6.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3310 en de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3161.