Eiser heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €78,30 opgelegd op 9 augustus 2024 wegens het niet betalen van parkeerbelasting op een locatie in Zeist. Eiser stelde dat hij wel betaald had via een parkeerapp, maar per abuis voor een verkeerde parkeerzone. De gemeente handhaafde de aanslag en bracht daarnaast aanmanings- en invorderingskosten in rekening.
De rechtbank constateerde dat de heffingsambtenaar geen stukken of verweerschrift had ingediend ondanks herhaalde verzoeken. Tijdens de mondelinge behandeling was eiser wel aanwezig, maar de heffingsambtenaar niet. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende had voldaan aan haar informatieplicht, omdat het voor eiser niet duidelijk was dat de parkeerplek recent was gewijzigd in een vergunninghouderszone en er geen duidelijke bebording of werkende parkeerautomaat aanwezig was.
De rechtbank vernietigde daarom de naheffingsaanslag en de bijkomende kosten, en bepaalde dat de gemeente het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden. De uitspraak is gedaan op 16 februari 2026 en is openbaar.