Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de advocaat van de verdachte: mr. S. Drent (hierna: de advocaat);
- de officier van justitie: mr. S.K. Lanning.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
niet opzettelijkvervoeren van cocaïne, wel wettig en overtuigend kan worden bewezen.
opzettelijkinvoeren of vervoeren van cocaïne, kan ook niet worden bewezen dat de verdachte opzet had op het voorbereiden van dat feit.
kunnenzijn (geweest) voor de in- of uitvoer van drugs, blijkt uit het dossier onvoldoende dat de verdachten een misdadig doel met die koffers voor ogen hadden. Daarbij speelt een rol dat het voorhanden hebben van rolkoffers, al dan niet met dubbele bodem, op zichzelf geen strafbaar feit oplevert en dat in de woning verder geen harddrugs of daaraan verband houdende voorwerpen (bijvoorbeeld voor het wassen of verwerken van cocaïne) zijn aangetroffen.
kanworden gebruikt, is cafeïne ook voor andere, niet strafbare, toepassingen te gebruiken. De rechtbank ziet onvoldoende bewijs dat de verdachten de cafeïne voorhanden hadden voor een crimineel doel.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
6.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.5 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;