Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1157

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/2882 T
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • M. Coenen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:11 AwbArt. 8:51a AwbArt. 8:51b AwbArt. 19aa Ziektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over zorgvuldigheid medische heroverweging bij stopzetting Ziektewetuitkering

Eiseres meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering die het UWV stopzette omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met ander werk. Tijdens bezwaar werd alleen een arbeidsdeskundige herbeoordeling gedaan, zonder medische heroverweging door een verzekeringsarts.

De rechtbank stelt vast dat een zorgvuldige heroverweging in bezwaar zowel een medische als arbeidsdeskundige beoordeling moet omvatten. Omdat eiseres zich niet wilde laten onderzoeken en het UWV geen gebruik maakte van de mogelijkheid om gevolgen te verbinden aan het niet verschijnen, bleef de medische heroverweging achterwege.

De rechtbank oordeelt dat het besluit daardoor niet zorgvuldig tot stand is gekomen en in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Awb. Het UWV krijgt zes weken de tijd om het gebrek te herstellen door alsnog een medische heroverweging te verrichten, eventueel via dossieronderzoek of andere onderzoeksmiddelen.

De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en neemt nu geen beslissing over proceskosten. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar kan wel samen met de einduitspraak worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft het UWV de gelegenheid om het gebrek van het ontbreken van een medische heroverweging te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2882 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I. Rhodes),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: R.M.H. Rokebrand).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het stopzetten van de Ziektewetuitkering van eiseres omdat zij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bestreden besluit niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen omdat geen medische heroverweging heeft plaatsgevonden.
1.1.
De rechtbank doet een tussenuitspraak om het Uwv in de gelegenheid te stellen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Eiseres heeft zich op 19 december 2022 ziekgemeld voor haar werk als [functie] voor gemiddeld 18,85 uur per week. Bij de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres ongeschikt is voor haar eigen werk, maar dat zij nog wel geschikt is voor ander werk. Met dat werk kan zij per 8 december 2023 (de datum in geding) meer dan 65% van het maatmaninkomen verdienen. Het Uwv heeft daarom met het besluit van 16 januari 2024 de Ziektewetuitkering van eiseres stopgezet per 17 februari 2024.
2.1.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt. In bezwaar is zij niet op het spreekuur van de verzekeringsarts bezwaar en beroep verschenen. Eiseres is uitgenodigd voor het spreekuur op 26 september 2024, 17 oktober 2024 en op 24 maart 2025. Zij heeft zich voor deze afspraken steeds afgemeld of laten afmelden door haar gemachtigde.
2.2.
Met het bestreden besluit van 10 april 2025 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de beslissing gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
3. Deze procedure gaat om het stopzetten van de Ziektewetuitkering van eiseres na haar uitval van haar werk als [functie] . De datum die daarbij ter beoordeling voorligt (de datum in geding) is 8 december 2023. Voor het besluit van 16 januari 2024 heeft de primaire verzekeringsarts een verzekeringsgeneeskundig rapport opgesteld. Vast staat dat eiseres tijdens de bezwaarprocedure drie keer is uitgenodigd voor het spreekuur van de verzekeringsarts in bezwaar, maar dat zij zich steeds heeft afgemeld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische situatie van eiseres vervolgens niet herbeoordeeld. De heroverweging in bezwaar bestond daarom alleen uit een arbeidsdeskundige herbeoordeling. De rechtbank wijst erop dat een verzekerde op grond van artikel 28 van Pro de Ziektewet verplicht is om mee te werken aan een geneeskundig onderzoek door een door het Uwv aangewezen arts. Aan het niet meewerken aan een geneeskundig onderzoek kunnen op grond van artikel 45, eerste lid, onder c van de Ziektewet gevolgen worden verbonden. In dit geval heeft het Uwv echter geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid en dat is dan ook niet aan de orde in deze procedure. In deze procedure gaat het daarom om de vraag of een zorgvuldige heroverweging in bezwaar heeft plaatsgevonden.
Toetsingskader
4. In artikel 19aa van de Ziektewet is bepaald dat een verzekerde zonder werkgever na 52 weken alleen nog recht heeft op Ziektewetuitkering als hij ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid én door ziekte niet meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Dat betekent voor eiseres dat het Uwv ook kijkt of zij mogelijkheden heeft om in ander werk dan zijn eigen werk aan de slag te gaan, zodat hij met algemeen gangbare arbeid meer dan 65% van haar eerder verdiende salaris kan verdienen. Deze beoordeling vindt plaats bij de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling.
4.1.
De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling is gebaseerd op een medische beoordeling door de verzekeringsarts en vervolgens een arbeidskundige beoordeling door de arbeidsdeskundige. [1] Medische rapporten van verzekeringsartsen moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten, en voldoende begrijpelijk zijn.
4.2.
In zijn rechtspraak over de medische beoordeling in arbeidsongeschiktheidszaken heeft de Centrale Raad van Beroep tot uitdrukking gebracht welke uitgangspunten gelden voor de medische beoordeling in bezwaar. [2] In de bezwaarfase dient een volledige heroverweging plaats te vinden waarbij de feiten juist worden vastgesteld en de conclusies over de vastgestelde belastbaarheid van betrokkene zoals neergelegd in de functionele mogelijkhedenlijst logisch uit die feiten voortvloeien. [3]
4.3.
Welke onderzoeksactiviteiten in bezwaar moeten worden verricht is (onder meer) afhankelijk van de medische situatie van betrokkene, de gronden in bezwaar en de vraag of in de primaire fase sprake is van een gebrek dat moet worden hersteld. Bij betwisting van de medische grondslag in bezwaar is het dus niet (altijd) vereist dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep betrokkene onderzoekt op een spreekuur. Afhankelijk van wat in bezwaar in de concrete situatie speelt, kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep er ook voor kiezen gebruik te maken van een of meer andere onderzoeksmogelijkheden, zoals dossieronderzoek, het vragen van een expertise, het opvragen van medische informatie en het bijwonen van de hoorzitting en die keuze waar nodig toelichten. [4] In beroep is het vervolgens aan de bestuursrechter om te bepalen of het onderzoek voldoende zorgvuldig is verricht en of het de conclusies kan dragen. Daarbij zal niet alleen acht worden geslagen op het medisch onderzoek dat in bezwaar heeft plaatsgevonden, maar zal dit onderzoek in combinatie met de primaire beoordeling worden bezien.
Heeft een zorgvuldige heroverweging plaatsgevonden?
5. Eiseres is het niet eens met de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling van het Uwv en acht zichzelf meer beperkt op de datum in geding. Op de zitting heeft eiseres uitgelegd dat het spreekuur met de primaire verzekeringsarts voor haar een grensoverschrijdende ervaring is geweest. Zij heeft aangegeven geen spreekuur met de verzekeringsarts bezwaar en beroep te willen. Haar beroep richt zich dan ook niet tegen het feit dat op het bezwaar is beslist zonder dat zij op spreekuur is gezien.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een zorgvuldige heroverweging in bezwaar. Daarvoor is het volgende van belang. Het Uwv heeft het bezwaar van eiseres beoordeeld en geen gebruik gemaakt van de in artikel 45, eerste lid, onder c van de Ziektewet opgenomen mogelijkheid om gevolgen te verbinden aan het niet verschijnen op het spreekuur. Op grond van artikel 2 van Pro het Schattingsbesluit bestaat de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling uit een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidsdeskundig onderzoek. De herbeoordeling in bezwaar bestaat dus ook uit deze beide componenten. Uit de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 24 maart 2025 blijkt dat geen medische heroverweging heeft plaatsgevonden. De heroverweging in bezwaar is daarom beperkt geweest tot een arbeidskundige heroverweging. De rechtbank is van oordeel dat gezien de betwisting van de medische grondslag van het besluit van 16 januari 2024 in de bezwaarfase het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet achterwege kon worden gelaten. Het Uwv kon dus niet volstaan met alleen een arbeidskundige heroverweging. Er had ook een medische heroverweging moeten plaatsvinden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt in de rapportage van 24 maart 2025 dat geen verzekeringsgeneeskundig oordeel kan plaatsvinden zonder dat eiseres fysiek wordt gezien. Een verzekeringsarts kan echter ook gebruik maken van andere onderzoeksmogelijkheden dan fysiek onderzoek, zoals dossieronderzoek. [5] Uit de rapportage blijkt niet waarom de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor een medische heroverweging geen gebruik zou kunnen maken van andere onderzoeksmogelijkheden. Vanwege de ervaringen van eiseres bij het spreekuur met de primaire verzekeringsarts, die zij ook kenbaar heeft gemaakt aan het Uwv, heeft zij de beoordeling van de primaire verzekeringsarts betwist. Naar het oordeel van de rechtbank geeft dit aanleiding om in elk geval een oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te krijgen over de juistheid van de vaststellingen van de primaire verzekeringsarts. Nu dat niet is gebeurd en de medische heroverweging in bezwaar volledig achterwege is gebleven, is het bestreden besluit niet op zorgvuldige wijze tot stand gekomen.

Conclusie en gevolgen

6. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid omdat een medische heroverweging ten onrechte geheel achterwege is gebleven. Daarom is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb onvoldoende zorgvuldig voorbereid.
6.1.
Het Uwv kan dit gebrek herstellen. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om het Uwv met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid te stellen de gebreken in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Gelet op wat in rechtsoverweging 5.1 is overwogen, zal een medische heroverweging moeten plaatsvinden ten aanzien van de juistheid van de vaststellingen van de primaire verzekeringsarts. Gezien wat er in deze concrete situatie speelt kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarbij gebruikmaken van andere onderzoeksmogelijkheden dan een fysiek spreekuur, zoals dossieronderzoek, het vragen van een expertise, het opvragen van medische informatie en het bijwonen van de hoorzitting en die keuze waar nodig toelichten. [6]
6.2.
De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het Uwv het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak. Als het Uwv geen gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen, moet hij dat op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb en om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken meedelen aan de rechtbank. Als het Uwv wel gebruik maakt van die gelegenheid zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het Uwv. In beide gevallen en in de situatie dat het Uwv de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank in principe zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
6.3.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
  • draagt het Uwv op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
  • stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Coenen, rechter, in aanwezigheid van L.A.E. Hagendoorn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026.
de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

1.Dat volgt uit artikel 2 van Pro het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
2.Deze uitgangspunten volgen uit de artikelen 3 en 4 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en uit de artikelen 3:2 en 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
3.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1491
4.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:99, r.o. 4.3.3. t/m 4.3.4.
5.Idem.
6.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:99, r.o. 4.3.3. t/m 4.3.4.