Uitspraak
[eiser] uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik, verweerder
Inleiding
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit op bezwaar van 15 juli 2024;
- draagt het college op om binnen vier weken (uiterlijk op 25 maart 2026) een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college aan eiser een dwangsom van € 1.000,- moet betalen voor elke week waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 20.000,-;
- veroordeelt het college tot betaling van € 2802,- aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat het college het door eiser betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden.
Overwegingen
een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein bestemd voor (het gezin van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming, noodzakelijk is. [3] Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is voor de vraag naar de noodzaak van een bedrijfswoning van belang of de bedrijfsprocessen ter plaatse zoveel tijd en aandacht opeisen, dat op grond daarvan een redelijk belang om op het perceel te wonen aanwezig moet worden geacht. Het is aan de aanvrager om aannemelijk te maken dat dat belang bestaat. [4]