Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4,
- de brieven aan partijen waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- productie 5 tot en met 7 van Woonin,
- productie 5 van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ,
- de mondelinge behandeling van 11 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De kern van de zaak
Woonin wil (primair) dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de huurovereenkomst terecht buitengerechtelijk is ontbonden en anders (subsidiair) dat de kantonrechter de huurovereenkomst alsnog ontbindt. In beide gevallen wil Woonin dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden veroordeeld de woning ontruimen.
[gedaagde sub 1] heeft zich al van het adres van de woning uitgeschreven en heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de ten aanzien van hem ingestelde vorderingen. [gedaagde sub 2] heeft wel verweer gevoerd tegen de ten aanzien van haar ingestelde vorderingen. Zij stelt dat, mede gezien de belangen van de minderjarige kinderen, de buitengerechtelijke ontbinding disproportioneel en niet evenredig is.
De kantonrechter oordeelt dat Woonin de huurovereenkomst terecht buitengerechtelijk heeft ontbonden en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de woning binnen twee maanden moeten ontruimen.
3.De beoordeling
buitengerechtelijkkan ontbinden. Woonin heeft tijdens de feitelijke sluiting van de woning, op 30 mei 2025 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.
buitengerechtelijkeontbinding [5] stand houdt. Met andere woorden, de maatstaven voor de beoordeling van de
buitengerechtelijkeen de
gerechtelijkeontbinding, zijn dezelfde.
- 4020 gram cocaïne,
- 110 ponypacks gevuld met cocaïne,
- tientallen lege ponypacks,
- 4 kleine brokjes cocaïne,
- 10 mobiele telefoons,
- meerdere weegschalen en
- vier blokken nep geld van € 500,00
gebruikt worden voor de verwerking en handel van verdovende middelen.” Uit de bestuurlijke rapportage volgt verder dat de aangetroffen cocaïne een handelswaarde heeft tussen de € 80.000,00 en € 112.000,00 en een potentiële straatwaarde van € 200.000,00 en dat “
een neefje van de familie zich bezighield met de straathandel van cocaïne. Bevonden werd dat dit neefje zich liet bevoorraden vanuit de woning (…).
Dat in de woning een grote handelshoeveelheid verdovende middelen aanwezig was, alsmede het feit dat lokale straatdealer zich lieten bevoorraden vanuit de woning, vergroot het risico op een ripdeal in de woning.”Dit alles heeft [gedaagde sub 2] niet weersproken.
In het keukenkasje, nabij een kinderdrinkbeker lag een stoffentas met daarin een grote hoeveelheid voor gevouwen ponypacks. Ondanks dat deze tas niet doorschijnend was, kon eenieder de tas openen en de inhoud bekijken.”en dat “
achter de keukenplint 4 blokken met cocaïne (werden
) aangetroffen. Het verwijderen van de keukenplint om toegang te krijgen tot de cocaïne moet voor eenieder in de woning zichtbaar zijn.”en
“In de keukenlade, naast goederen die veelvuldig in het dagelijkse gebruik worden gebruikt lagen tweegrammen weegschalen. Dergelijke kleine weegschaaltjes, zijn niet praktisch om te gebruiken in de keuken.”Ook deze feiten en/of omstandigheden doen sterk afbreuk aan de stelling dat [gedaagde sub 2] niets van de in de woning aanwezige drugs en de daaraan gerelateerde activiteiten heeft geweten.
buitengerechtelijkeontbinding gerechtvaardigd is en dus stand houdt. Dit betekent dat [gedaagde sub 2] sinds de ontvangst van de buitengerechtelijke ontbindingsverklaring van 30 mei 2025 zonder recht of titel in de woning verblijft. Woonin is dan ook bevoegd haar eigendom van [gedaagde sub 2] op te eisen. [15]