Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de producties van [eiser] ,
- de producties van de KNVB,
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen
zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van de KNVB.
2.De kern van het kort geding
3.De achtergrond van het geschil
- dit faciliteren in strijd is met de toepasselijke KNVB Standaardvoorwaarden,
- zij van dit voorval melding zal maken bij de KNVB, en dat
- de KNVB vervolgens beslist over het opleggen van een landelijk stadionverbod en/of geldboete van € 450,-.
23 januari 2027) en een geldboete van € 450,- opgelegd. Ook is in het exploot vermeld dat [eiser] de explootkosten van € 95,74 moet betalen. In het exploot is verder vermeld dat deze drie maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 10.2. (landelijk stadionverbod), 10.3 (geldboete) en 10.9 (explootkosten) van de KNVB Standaardvoorwaarden.
12 september 2025 afgewezen [5] .
Univé heeft in een brief van 1 oktober 2025 [6] de Commissie stadionverboden verzocht om het landelijk stadionverbod en de geldboete te seponeren (op te heffen/in te trekken) en aangekondigd een kort geding te zullen starten als dat niet wordt gedaan.
4.De beoordeling
22 juli 2025. Het kort geding is aangevraagd op 7 januari 2026. Het is niet zo dat [eiser] in de tussenliggende periode stil heeft gezeten. Hij heeft gebruik gemaakt van de door KNVB geboden mogelijkheid om (zoals de KNVB het noemt) een “beroepsprocedure” bij de Commissie stadionverboden te voeren (zie 3.6.). Na de uitspraak van deze commissie heeft [eiser] om herziening daarvan verzocht (zie 3.6.). Toen ook dat niet tot het gewenste resultaat leidde, heeft [eiser] zijn rechtsbijstandsverzekeraar ingeschakeld. Deze verzekeraar heeft in een brief van 1 oktober 2025 de Commissie stadionverboden nogmaals verzocht om op haar beslissing terug te komen, bij gebreke waarvan een kort geding zou worden gestart (zie 3.7.). Het heeft daarna nog iets meer dan 2 maanden geduurd voordat deze rechtsbijstandsverzekeraar een advocaat voor [eiser] had ingeschakeld om dit kort geding te starten. Dat maakt echter niet dat [eiser] geen spoedeisend belang meer bij zijn vorderingen in dit kort geding heeft. Dat heeft hij wel aangezien het stadionverbod nog niet is uitgewerkt (het duurt tot 23 januari 2027) en [eiser] er belang bij heeft – welk belang hij ook mondeling nog eens heeft toegelicht – dat hij zo snel mogelijk weer voetbalwedstrijden kan bijwonen. Het is ook niet zo, zoals de KNVB aanvoert, dat dit kort geding uit de lucht komt vallen. Uit het voorgaande volgt dat de KNVB wist dat [eiser] het niet eens was met het aan hem opgelegde landelijk stadionverbod en dat hij daarover een kort geding zou starten.
Dat de KNVB haar beslissing om aan [eiser] als voetbalsupporter een landelijk stadionverbod en geldboete op te leggen een besluit noemt, betekent nog niet dat sprake is van een besluit zoals bedoeld in artikel 2:15 BW Pro. Hetzelfde geldt voor de beslissing van de Commissie stadionverboden. Ook dat is geen besluit in de zin van artikel 2:15 BW Pro.
- wanneer en voor welke duur een landelijk stadionverbod mag worden opgelegd (artikel 10.2 van de Standaardvoorwaarden in relatie met de Richtlijn)
- wanneer een geldboete van € 450,- mag worden opgelegd (artikel 10.3 van de Standaardvoorwaarden in relatie met de Richtlijn),
- wanneer explootkosten moeten worden betaald door de voetbalsupporter (artikel 10.9 van de Standaardvoorwaarden).
toetsing door de rechter
in redelijkheidtot het opleggen van de maatregelen heeft kunnen overgaan, maar of zij dat gelet op de toepasselijke regels en de voorliggende feiten en omstandigheden
mochtendoen. Daarbij past, anders dan de KNVB meent, geen “ex tunc” toetsing.
18 maanden.
een vermoeden” dat de voetbalsupporter zich schuldig heeft gemaakt aan voetbal gerelateerd wangedrag. In de Standaardvoorwaarden en de Richtlijn zijn geen aanknopingspunten te vinden hoe dit begrip moet worden uitgelegd. Daarom moet worden aangehaakt bij de taalkundige betekenis daarvan. De taalkundige betekenis van vermoeden is “
een waarschijnlijke waarheid”. Er moeten dus concrete aanwijzingen zijn dat de voetbalsupporter zich schuldig heeft gemaakt aan voetbal gerelateerd wangedrag en in het bijzonder aan de in de Richtlijn opgesomde gedragingen.
- [eiser] het spandoek met de tekst “stop stadionverboden” heeft vastgehouden,
- [eiser] enige tijd met zijn rug naar het veld onder dat spandoek stond, ongeveer 4 á 5 minuten,
- er tijdens die periode meerdere personen onherkenbaar gemaakt met bivakmutsen en andere kleding onder het spandoek vandaan komen, onder wie een man die naast [eiser] staat als [eiser] weer even onder het spandoek vandaan is gekomen,
- deze onherkenbaar gemaakte personen een actieve bijdrage leveren aan het voorhanden hebben en/of afsteken van vuurwerk,
- [eiser] zich niet heeft onttrokken van de situatie/acties, terwijl dat wel mogelijk was.
faciliteren” door [eiser] als bedoeld in de Richtlijn. Daarom mocht de KNVB op grond van artikel 10.2 van de Standaardvoorwaarden een landelijk stadionverbod aan [eiser] opleggen.
Het aan [eiser] opgelegde landelijk stadionverbod is dus conform de Richtlijn opgelegd.
€ 450,- kan opleggen. In de Richtlijn is nog het volgende over deze geldboete vermeld:
“ Indien de KNVB op grond van artikel 10.2 van de Standaardvoorwaarden van de KNVB een stadionverbod oplegt met een termijn van ten minste 12 maanden, zal de KNVB tevens