Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1011

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/2804
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks korte parkeertijd

Eiser kreeg op 10 december 2023 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn voertuig zonder betaling op het Berlijnplein in Utrecht stond. Eiser voerde aan dat hij slechts één of twee minuten geparkeerd stond en de auto niet verliet, waarna hij doorreed naar een gratis parkeerplaats.

De heffingsambtenaar stelde dat ook kortstondig stilstaan onder parkeren valt en dat daarom de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat het aan de parkeerder is om te zorgen dat de parkeerbelasting wordt voldaan, ongeacht de duur van het parkeren.

Omdat eiser niet is verschenen op de zitting en zijn beroepsgrond niet slaagde, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Eiser moet de naheffingsaanslag betalen en krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en eiser moet betalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2804

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: D.J. Koopmans)

Procesverloop

1.1
De heffingsambtenaar heeft op 10 december 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt.
1.2
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 15 februari 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 10 februari 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiser is niet verschenen.

Overwegingen

2. Het voertuig van eiser met het kenteken [kenteken] stond op 10 december 2023 geparkeerd op het Berlijnplein in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is de volgende naheffingsaanslag opgelegd:
- aanslagnummer [nummer] , op 10 december 2023 om 14:50 uur.
Beroepsgronden
3. Eiser voert aan dat hij slecht voor één of twee minuten op de parkeerplaats stond en de auto niet heeft verlaten. Eiser is daarna doorgereden naar een andere parkeerplaats waar geen parkeerbelasting hoeft te worden voldaan.
4. De heffingsambtenaar stelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Dat eiser slechts een paar minuten op het Berlijnplein heeft gestaan en het voertuig kennelijk niet heeft verlaten maakt niet dat er geen sprake zou zijn van parkeren in de zin van de parkeerbelastingen. Voor het parkeren van een voertuig, hoe kort ook, moet parkeerbelasting betaald worden. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar hierin en is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser heeft opgelegd. Van parkeren is ook sprake als de auto maar korte tijd heeft stilgestaan. [1] Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder ervoor te zorgen dat de parkeerbelasting is voldaan. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht heeft opgelegd en dat eiser deze moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten