Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:935

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
11354448 LT VERZ 24-2830
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:239 BWWet op de Vennootschapsbelasting 1969
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtigingsverzoek tot onderbrengen vermogen in besloten vennootschap onder bewind

Verzoekers, als bewindvoerders over het vermogen van de rechthebbende, verzochten om machtiging om het vermogen onder te brengen in een besloten vennootschap (B.V.) vanwege het vervallen van belastingvoordelen bij het huidige fonds gemene rekening.

De kantonrechter overwoog dat het onderbrengen van het vermogen in een B.V. zou leiden tot onttrekking aan het wettelijke toezichtstelsel van de kantonrechter. Hoewel verzoekers als bestuurders van de B.V. verantwoording wilden afleggen, ontbreekt een wettelijke basis voor de kantonrechter om bindende aanwijzingen te geven of toezicht te houden op het bestuur.

De door verzoekers aangevoerde motieven, zoals het behoud van huur- en zorgtoeslag en beperking van de box 3 inkomstenbelasting, konden niet tot een andere beslissing leiden. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging om het vermogen onder te brengen in een besloten vennootschap wordt afgewezen wegens het ontbreken van wettelijke waarborgen voor toezicht door de kantonrechter.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Lelystad
zaaknummer: 11354448 LT VERZ 24-2830
BM nummer: [BM nummer]
Beschikking op een verzoek tot machtiging d.d. 6 maart 2025
Op verzoek van:
[A]
wonende [adres 1]
[postcode 1] [woonplaats 1]
en
[B]
wonende [adres 2]
[postcode 2] [woonplaats 2]
hierna te noemen: verzoeker(s),
als bewindvoerders over het vermogen van:
[C]
wonende [adres 3]
[postcode 3] [woonplaats 1]
hierna te noemen: rechthebbende.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 15 oktober 2024;
  • de e-mailberichten van [A] , ter griffie ingekomen op 6 november 2024 en 12 november 2024;
  • de brief van [A] , ter griffie ingekomen op 13 november 2024;
  • de brief van [onderneming] namens verzoekers, ter griffie ingekomen op 13 november 2024.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoekers vragen, als bewindvoerder, machtiging om het vermogen van rechthebbende onder te brengen in een besloten vennootschap (B.V.). Het vermogen van rechthebbende wordt nu beheerd via een fonds gemene rekening. Dit fonds bracht een aantal belastingvoordelen met zich mee, die in verband met een wijziging van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 komen te vervallen. Reden waarom verzoekers het vermogen onder willen brengen in een besloten vennootschap. Verzoekers zullen bestuurders van de vennootschap worden.
2.2.
Bij brief van 23 oktober 2024 is aan verzoekers meegedeeld dat de kantonrechter voornemens is het verzoek af te wijzen. Met het onderbrengen van het vermogen van rechthebbende in een B.V. wordt dit vermogen onttrokken aan het met wettelijke waarborgen omklede stelsel van toezicht door de kantonrechter. Verzoekers zouden als bewindvoerders bestuurders worden en deze bestuurders leggen verantwoording af aan de algemene vergadering van de vennootschap (rechthebbende). Rechthebbende wordt echter vertegenwoordigd door de bewindvoerders. Een wettelijke basis om aanwijzingen te kunnen geven aan een bestuurder dan wel de bewindvoerders als zijnde vertegenwoordigers in de algemene vergadering ontbreekt voor de kantonrechter. Verzoekers zijn volledigheidshalve verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad in 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3334), waarin de Hoge Raad in eenzelfde soort verzoek het voorgaande overweegt.
Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld het verzoek aan te vullen dan wel te wijzigen. Tevens hebben de bewindvoerders de mogelijkheid om op het voornemen te worden gehoord.
2.3.
Verzoekers heb ben gereageerd op het voornemen tot afwijzen van het verzoek. De reden voor het verzoek is dat rechthebbende door de wijziging zijn zorgtoeslag en huurtoeslag zal kwijtraken. Ook de eigen bijdrage voor de zorgkosten zal worden verhoogd. Verzoekers geven aan alles wat er in de B.V. gebeurt te willen verantwoorden aan de kantonrechter. Namens verzoekers heeft [onderneming] (ook) aangevoerd dat het belangrijkste doel is het behouden van de huur- en zorgtoeslag en beperking van de box 3 inkomstenbelasting. Dit geld kan dan niet besteed worden aan de zorg voor rechthebbende.
2.4.
Weliswaar hebben verzoekers zich bereid verklaard jaarlijks verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid van de B.V., onder overlegging van de jaarrekening van de vennootschap, maar een wettelijke basis hiervoor alsook een sanctie op het niet-nakoming van deze toezegging, ontbreekt. Het in artikel 2:239 BW Pro bepaalde staat eraan in de weg dat beslissingen van het bestuur of de algemene vergadering worden onderworpen aan de goed- of afkeuring van de kantonrechter, dan wel dat de kantonrechter aan deze organen van de BV bindende aanwijzingen zou kunnen geven omtrent de uitoefening van hun bevoegdheden.
2.5.
Gezien het voorgaande zal het machtigingsverzoek worden afgewezen. Daarmee kunnen de door verzoekers aangevoerde redenen, te weten het behouden van huur- en zorgtoeslag, het voorkomen van een hogere eigen bijdrage voor de zorgkosten en de beperking van de box 3 inkomstenbelasting, onbesproken blijven.

3.De beslissing

3.1.
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.