Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 9 mei 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had eerder geoordeeld dat verweerder binnen zes weken moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank Midden-Nederland stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen, een termijn die aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Vollebregt-Kuipers en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 20 februari 2025.