Eiser was ziekgemeld sinds december 2022 en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde bij de eerstejaarsbeoordeling vast dat eiser met passende functies meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen, waardoor de uitkering per 31 augustus 2024 werd ingetrokken. Eiser maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit en stelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen onjuist waren, onder meer vanwege onvoldoende beperkingen en taalbarrière.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als zorgvuldig, consistent en goed gemotiveerd. Eiser leverde geen medische gegevens die zijn stellingen ondersteunden. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als deugdelijk en passend beoordeeld, waarbij de geduide functies eenvoudig genoeg zijn om ook met beperkte taalvaardigheid te kunnen worden uitgevoerd.
De rechtbank wees het verzoek van eiser af om een onafhankelijke medisch deskundige te benoemen, omdat eiser voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten te onderbouwen en de rechtbank de beoordeling zelf kon toetsen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het UWV terecht de uitkering introk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.