Wat is het oordeel van de rechtbank?
Is de belastbaarheid juist vastgesteld?
7. De rechtbank is het niet eens met eiseres dat het Uwv haar klachten onvoldoende zorgvuldig heeft beoordeeld. Dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen lichamelijk onderzoek heeft verricht, betekent niet direct dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 28 oktober 2024 toegelicht dat het verrichten van een lichamelijk onderzoek geen meerwaarde had, omdat met alle beschikbare medische informatie voldoende gegevens voorhanden zijn om de fysieke beperkingen van eiseres vast te stellen. Gezien de in het dossier uitgebreide aanwezige medische informatie vanuit de behandelend sector, kan de rechtbank dit standpunt volgen.
8. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank ook geen reden om aan te nemen dat de medische beoordeling onjuist is. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat hij op de hoogte was van de door eiseres gestelde klachten en diagnoses, haar medische voorgeschiedenis en de beschikbare informatie uit de behandelende sector. Het is duidelijk dat eiseres psychische en lichamelijke klachten ondervindt. Op basis van de verkregen medische informatie, maar ook zijn eigen onderzoeksbevindingen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport voldoende duidelijk uitgelegd hoe hij tot zijn beoordeling is gekomen en in hoeverre eiseres wel belast kan worden met werk. Daarbij ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening heeft gehouden met de combinatie van de verschillende klachten en aandoeningen bij eiseres. De rechtbank legt dat hierna verder uit.
9. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat eiseres onder andere bekend is met fibromyalgie, hypermobiliteit, artrose/discopathie alsook HNP op meerdere niveaus en foramen stenose, migraine/clusterhoofdpijn, droge ogen, rosacea, lymfocytaire vasculitis, IBS, status na Covid infectie en huisstofallergie. Ondanks de forse klachten van eiseres, is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij eiseres geen sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden. Voor de lichamelijke en psychische klachten van eiseres zijn er daarom in de FML van 28 oktober 2024 op verschillende items beperkingen aangenomen.
10. Naar aanleiding van het aanvullend beroepschrift van 30 mei 2025 en het door eiseres ingebrachte behandelverslag van de neuroloog van 22 januari 2024, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 30 juni 2025 aanvullend gereageerd. Daarbij heeft hij toegelicht dat de drie fysiotherapeuten die de FML-en hebben ingevuld specialisten zijn op het gebied van het bewegingsapparaat, maar dat zij niet de expertise hebben om alle ziektebeelden/aandoeningen te vertalen in beperkingen zoals neergelegd in een FML. Dit is de expertise van de verzekeringsarts. Ook in de door de bedrijfsarts ingevulde FML ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen reden om aanvullende beperkingen aan te nemen, omdat een bedrijfsarts een FML opstelt waarbij het eigen werk of aangepast werk in het kader van re-integratie wordt beoordeeld. Daarnaast is die FML ruim een jaar vóór de beoordelingsdatum opgesteld. De rechtbank kan deze toelichting volgen.
11. Wat betreft de migraine, stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat hij in de FML voor diverse items in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren beperkingen heeft aangenomen. Rekening houdend met deze beperkingen zal er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep veel minder vaak een migraineaanval optreden. Omdat echter met alle aangenomen beperkingen niet altijd een migraineaanval kan worden voorkomen, is er vanwege noodzakelijke recuperatietijd (bij een migraineaanval) additioneel een urenbeperking aangenomen. De rechtbank begrijpt hieruit dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep doelt op de in bezwaar toegevoegde urenbeperking van 6 uur per dag, 30 uur per week, waarbij ook rekening is gehouden met de dagactiviteiten van eiseres zoals beschreven in het rapport van 28 oktober 2024. Eiseres stelt dat het dagverhaal een beschrijving geeft van een goede dag. De rechtbank ziet hierin echter geen reden voor het oordeel dat een grotere urenbeperking is aangewezen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bij de beoordeling van de belastbaarheid het dagverhaal van eiseres betrokken, zoals dit zelf is beschreven door eiseres. Daarin wordt ook aangegeven welke activiteiten eiseres verricht als zij een goede dag heeft. Daarnaast heeft de partner van eiseres toegelicht dat er sprake is van een wisselend klachtenpatroon met goede en slechte dagen waarbij eiseres na een dag met meerdere activiteiten de volgende dag hiervan moet recupereren en dat eiseres soms ook een dag tot (nagenoeg) niets in staat is. De rechtbank is dus niet gebleken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een onvolledig beeld had van de medische situatie van eiseres. Er zijn verder geen objectief medische stukken waaruit blijkt dat een grotere urenbeperking vanwege de rustmomenten had moeten worden aangenomen.
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep dan ook voldoende toegelicht dat er geen aanleiding is om vanaf de beoordelingsdatum 15 januari 2024 meer of andere beperkingen aan te nemen dan al zijn aangenomen. De aanwezige medische informatie afkomstig uit de behandelend sector biedt daarvoor geen steun. In de reactie op het aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep betwist eiseres de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, maar dit is niet onderbouwd met andere medische informatie.
13. De rechtbank komt tot de conclusie dat de medische gronden van eiseres over haar belastbaarheid niet slagen. Er bestaat dus geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
Is sprake van een medische afzakker?
14. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de maatgevende arbeid bepaald op leerkracht basisonderwijs met een omvang van 22,07 uur per week. Partijen verschillen van mening over de vraag of eiseres is aan te merken als een medische afzakker.
15. De rechtbank stelt voorop dat bij het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid als maatman wordt aangemerkt degene die dezelfde arbeid verricht als de laatstelijk verrichte arbeid voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Het verschil tussen het maatmanloon en de resterende verdiencapaciteit bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid. Een uitzondering daarop doet zich voor in geval sprake is van een medische afzakker. Dit houdt in dat iemand als gevolg van ziekte of gebrek (tijdelijk) lager beloond werk is gaan doen of om medische redenen de arbeidsomvang heeft teruggebracht zonder zich ziek te melden. In dat geval wordt afgeweken van het uitgangspunt dat het laatste werk voor intreding van de arbeidsongeschiktheid maatgevend is en wordt het voorlaatste werk als uitgangspunt genomen. Daarbij is van belang dat degene als gevolg van een objectief medische noodzaak minder uren is gaan werken, bijvoorbeeld op advies van of in overleg met zijn behandelend arts of bedrijfsarts.
16. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 28 oktober 2024 geconcludeerd dat een medische onderbouwing ontbreekt om aan te nemen dat er vóór de periode van uitval in januari 2022 sprake zou zijn van een medische afzakker. Daarbij heeft hij verschillende stukken betrokken, onder meer de brief van hoofd personeelszaken [B] van 21 oktober 2024 en het verslag van de bedrijfsarts [C] van 3 juni 2015.
17. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat 8 juni 2015 de oorspronkelijke datum is van de brief van Borst en niet 21 oktober 2024. Dezelfde brief met de datum van 8 juni 2015 heeft eiseres op de zitting overgelegd. Volgens eiseres is bij het uitdraaien van de brief de oorspronkelijke datum aangepast met autocorrect. Deze brief volgde op het verslag van het consult met de bedrijfsarts [C] op 3 juni 2015. Volgens eiseres volgt hieruit dat de vermindering van de urenomvang wel degelijk is gebeurd op advies van de bedrijfsarts en dus een ander licht werpt op de vraag of eiseres als gevolg van een objectief medische noodzaak minder uren is gaan werken. Eiseres is op dat moment drie dagen in de week gaan werken met ouderschapsverlof in de hoop dat het met de tijd beter zou gaan en dat ze kon voldoen aan 0,8 fte, maar dat was te hoog gegrepen en de urenomvang is verder afgezakt naar 0,6 fte. Eiseres verwijst in dat kader naar de brief van 10 juni 2016 van haar werkgever.
18. De rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. In het aanvullend rapport van 30 juni 2025 blijft de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij zijn standpunt dat er geen medische grondslag is voor de wijziging van de arbeidsomvang.
19. De rechtbank is echter van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet inzichtelijk heeft gemotiveerd dat er geen aanleiding bestaat om eiseres als een medische afzakker aan te merken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het aanvullend
rapport hierover toegelicht dat de bedrijfsarts in het verslag van 3 juni 2015 expliciet aangeeft dat er op dat moment geen sprake is van ziekte die leidt tot arbeidsongeschiktheid. Dit is onjuist. In het verslag van 3 juni 2015 staat juist met zoveel woorden dat er sprake is van ziekte die leidt tot arbeidsongeschiktheid waarbij eiseres inmiddels twee dagen werkt. Daarbij is sprake van diverse beperkingen in de fysieke belasting. De bedrijfsarts geeft aan dat eiseres een modus heeft gevonden in werken met pauzes waarbij zij de werktijden opbouwt. Zij gaat komend schooljaar drie dagen werken, waarbij haar contract is verminderd naar vier dagen werken met een dag ouderschapsverlof zodat zij in praktijk drie dagen gaat werken. De bedrijfsarts achtte de op dat moment gemaakte afspraken reëel en haalbaar. Om die reden werd de WIA-beoordeling uitgesteld in de veronderstelling dat dit uiteindelijk ook niet hoeft, zo volgt uit het verslag van de bedrijfsarts. Op dat moment was behandeling gaande en de verwachting was dat dit niet van invloed zou zijn op de gemaakte afspraken. In de brief van 8 juni 2015 van Borst is vervolgens vastgelegd dat de werkuren van eiseres werden verminderd van 1 naar 0,8 per week, ingaande per 1 augustus 2015.
20. De rechtbank acht de toelichting van eiseres aannemelijk dat deze urenvermindering vanwege medische redenen een vervolg is geweest van de gemaakte afspraken waar in het verslag van de bedrijfsarts aan wordt gerefereerd. Uit het feit dat de bedrijfsarts die afspraken reëel en haalbaar vond, kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat die afspraken over de urenvermindering in overleg met de bedrijfsarts zijn gemaakt met het oog op het ziektebeeld van eiseres. Vervolgens wordt in de latere brief van 10 juni 2016 door de werkgever vastgesteld dat op verzoek van eiseres en na consultering van de bedrijfsarts de werkdagen in verband met de beperkte mobiele belastbaarheid van eiseres verspreid over de week moeten liggen. Deze informatie is in lijn met de toelichting van eiseres op de zitting. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eiseres voldoende heeft onderbouwd dat zij in verband met medische klachten genoodzaakt was om minder te gaan werken.
21. De rechtbank komt tot de conclusie dat het Uwv eiseres ten onrechte niet heeft aangemerkt als medische afzakker. Het gevolg hiervan is dat het Uwv ten onrechte niet heeft afgeweken van het uitgangspunt dat het laatste werk voor intreding van de arbeidsongeschiktheid maatgevend is. Dit betekent dat de maatmanomvang onjuist is vastgesteld. De beroepsgrond slaagt dan ook. In zoverre is er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. De rechtbank zal de gevolgen hiervan bespreken na behandeling van de overige beroepsgrond over de geselecteerde functies.
Zijn de geselecteerde functies passend?
22. De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is gebaseerd op het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 4 november 2024. Naar aanleiding van de FML van 28 november 2024 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep drie functies geselecteerd.
23. Eiseres heeft tegen de arbeidskundige beoordeling geen specifieke beroepsgronden aangevoerd, anders dan dat zij de geselecteerde functies om medische redenen niet kan verrichtten. Zoals hiervoor overwogen is er geen reden om te twijfelen aan de medische beoordeling van de belastbaarheid door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Dit betekent dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bij het selecteren van de functies de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgestelde beperkingen in die FML als uitgangspunt heeft mogen nemen. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep daarbij voldoende heeft gemotiveerd dat de drie functies passen bij de vastgestelde belastbaarheid van eiseres. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te oordelen dat de geselecteerde functies voor eiseres niet geschikt zijn.