Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 december 2025 in de zaak tussen
[minderjarige 1] en [minderjarige 2]
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
e-mailwisseling blijkt verder dat verweerder de noodzaak erkent om vervoer in te zetten voor beide kinderen, gelijklopend aan de duur waarop het pgb voor [stichting] moet worden afgegeven op grond van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2025. De noodzaak van vervoer waarmee de kinderen van en naar het behandelcentrum kunnen reizen, staat dus vast.
er een duidelijke zorgvraag ligt en dat het van belang is dat de kinderen op korte termijn specialistische hulp ontvangen. Sinds de aanvraag is inmiddels geruime tijd verstreken. Op dit moment zitten de kinderen thuis zonder enige vorm van behandeling. Verzoekster heeft naar voren gebracht dat zij achteruitgang in het gedrag van de kinderen ziet. Het is belangrijk dat er nu iets gebeurt vanwege de leeftijd van de kinderen en het gegeven dat de ouders gezien de (overige) problematiek in het gezin overvraagd worden(…).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- gelast verweerder bij wijze van ordemaatregel om vanaf het moment van deze uitspraak tot aan de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening het pgb aan verzoekster ter beschikking te stellen én vervoer in te zetten waarmee de kinderen van en naar het behandelcentrum kunnen reizen, zonder dat zij daarvoor eerst dient aan te tonen dat zij gezag heeft over beide kinderen;
- bepaalt dat, indien en zolang verweerder met ingang van 5 januari 2026 niet voldoet aan deze ordemaatregel, zij een dwangsom verbeurt aan verzoekster van € 500,-, met een maximum van € 10.000,-, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat verweerder in gebreke blijft aan deze ordemaatregel te voldoen.