ECLI:NL:RBMNE:2025:7135
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van een wrakingsverzoek tegen een rechter in een civiele procedure
Op 4 november 2025 heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland een wrakingsverzoek afgewezen. Het verzoek was ingediend door een verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. A. Peijs, tegen de behandelend rechter mr. J.P. Drijkoningen in een civiele procedure. De verzoeker stelde dat de rechter partijdig was, omdat deze na een aktewisseling de wederpartij de gelegenheid gaf om inhoudelijk te reageren op de akte van de verzoeker. De verzoeker vond dat deze beslissing de indruk wekte van vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat de mogelijkheid biedt om een rechter te wraken op basis van feiten die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar kunnen brengen. De wrakingskamer concludeerde dat de beslissing van de rechter om de wederpartij nogmaals te laten reageren op de akte van de verzoeker een procesbeslissing is die niet kan leiden tot wraking, ongeacht de motivering ervan. De wrakingskamer oordeelde dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor vooringenomenheid van de rechter.
Daarom heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking afgewezen en bepaald dat de procedure van de verzoeker moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing door het wrakingsverzoek. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.