Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.ONDERLINGE VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ SOM U.A.,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van het geschil
4.De beoordeling
“
mitsdienhet de rechtbank moge behagen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
4.3. De rechtbank is van oordeel dat met deze vordering geen ‘procedure ten principale’ is ingesteld zoals bedoeld in artikel 1019cc lid 3 Rv. Gevorderd wordt verlof te verlenen voor het instellen van tussentijds hoger beroep. Dat is geen vordering die normaal gesproken in een bodemprocedure wordt (kan worden) ingesteld. Om te bereiken dat in een lopende bodemzaak, na een tussenvonnis, hoger beroep mag worden ingesteld, moet een verlofverzoek aan de zaaksrechter worden gedaan. Er wordt in de zaak zoals die (voor) [eiseres] is aangebracht aan de rechtbank geen oordeel gevraagd over de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2] en ook niet over daarmee samenhangende onderwerpen zoals de verplichting tot het betalen van schadevergoeding door [gedaagde sub 2] en/of SOM.