ECLI:NL:RBMNE:2025:7046

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11984773 \ UV EXPL 25-304
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:653 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing concurrentiebeding wegens ontbreken concurrentiegevoelige informatie

Eiseres was sinds februari 2022 in dienst bij gedaagde en had een concurrentiebeding in haar arbeidsovereenkomst. Na haar opzegging om per december 2025 bij een concurrent te gaan werken, vorderde zij schorsing van het concurrentiebeding. Gedaagde stelde dat eiseres toegang had tot concurrentiegevoelige informatie over aanbestedingen die het bedrijfsdebiet zou schaden.

De kantonrechter oordeelde dat eiseres geen specifieke concurrentiegevoelige informatie bezit die van invloed kan zijn op het winnen van aanbestedingen. De informatie die zij had was deels ook aan particulieren beschikbaar en haar contact met projectontwikkelaars was beperkt en openbaar toegankelijk. Bovendien is eiseres gebonden aan een geheimhoudingsbeding.

De belangenafweging leidde tot het oordeel dat eiseres door het concurrentiebeding onredelijk wordt benadeeld, aangezien haar vrijheid van arbeidskeuze en woon-werkverkeer zwaarder wegen dan het belang van gedaagde. Daarom werd het concurrentiebeding geschorst en mocht eiseres in dienst treden bij de concurrent. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst zodat eiseres in dienst mag treden bij de concurrent.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11984773 \ UV EXPL 25-304 BJvd/61169
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. H.W.T. de Ruijter,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. B.M.W. Hunnekens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 8,
- de conclusie van antwoord met producties 0 t/m 15,
- de mondelinge behandeling van 11 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [gedaagde] ,
- het tijdens de mondelinge behandeling namens [gedaagde] overhandigde document.
1.2.
Vervolgens is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiseres] was sinds 1 februari 2022 in dienst bij [gedaagde] in de functie van [functie] . Op 1 november 2025 heeft zij de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] opgezegd omdat zij per 1 december 2025 bij [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ) bij het filiaal [locatie] (hierna: [locatie] ) in dienst zou treden. Volgens het tussen partijen geldende concurrentiebeding is dit niet toegestaan. [eiseres] vordert schorsing van dat beding, omdat zij stelt niet over relevante en gevoelige informatie te beschikken die zij kan meenemen naar de concurrent. [gedaagde] stelt dat dat [bedrijf 1] als één van de weinigen in deze branche met [gedaagde] concurreert op projecten op de nieuwbouwmarkt. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] concurrentiegevoelige informatie over aanbestedingen op nieuwbouwprojecten die het bedrijfsdebiet van [gedaagde] in gevaar brengt en daarom moet het concurrentiebeding worden gehandhaafd. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] toe en schorst het concurrentiebeding.

3.De beoordeling

Het toetsingskader in kort geding
3.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vordering
3.2.
[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vordering, namelijk de (voorlopige) zekerheid over het antwoord op de vraag of zij op korte termijn in dienst kan treden bij [bedrijf 1] .
Het juridisch kader bij een concurrentiebeding
3.3.
Een concurrentiebeding kan op grond van de wet door de rechter (gedeeltelijk) worden vernietigd als in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onredelijk wordt benadeeld. [1] Een vordering tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van zo’n beding kan niet in kort geding worden toegewezen. In kort geding kan wel een vordering tot schorsing van een concurrentiebeding worden toegewezen. Bij de beoordeling van deze vordering moet de rechter een voorlopig oordeel geven over de te maken belangenafweging. [2]
3.4.
Vaststaat dat een concurrentiebeding een werknemer beperkt in het grondrecht van de vrijheid van arbeidskeuze. Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet (de opgebouwde knowhow en goodwill) van de werkgever te beschermen. Het beding is niet bedoeld om werknemers te binden. Het enkele feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat de werkgever bij het vertrek van die werknemer, ook niet bij vertrek naar een concurrent, in zijn bedrijfsdebiet wordt aangetast op zodanige wijze dat dit bescherming verdient. Een werknemer neemt namelijk altijd de kennis en ervaring mee die hij bij zijn werkgever heeft opgedaan als hij weggaat.
Het concurrentiebeding is rechtsgeldig overeengekomen
3.5.
Tussen partijen is niet in geschil dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen. Het concurrentiebeding is in artikel 17 van Pro de arbeidsovereenkomst opgenomen en ziet er als volgt uit:
‘’17.1 Werknemer zal
zonder schriftelijke toestemmingvan werkgever gedurende de arbeidsovereenkomst en binnen 1 (één) jaar na beëindiging daarvan, binnen het in dit beding aangegeven geografische gebied (17.3) niet in enigerlei vorm een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever vestigen, drijven, mede drijven of doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect alsook in of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam zijn, al dan niet in dienstbetrekking, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook hebben.
(…)
17.3
Dit beding heeft betrekking op het volgende geografische gebied: binnen een straal van 30 kilometer waarin als middelpunt de bedrijven c.q. bedrijfsonderdelen van werkgever (met inbegrip van aan de werkgever gelieerde ondernemingen) gevestigd zijn, waaronder in elk geval [gedaagde] B.V., [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] B.V.’’
[bedrijf 1] is een concurrent van [gedaagde]
3.6.
De kantonrechter is verder in dit kort geding van oordeel dat [bedrijf 1] en [gedaagde] concurrenten zijn in de zin van het concurrentiebeding. [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat [bedrijf 1] en [gedaagde] geen concurrenten zijn, maar zij heeft dit standpunt tegenover alles wat [gedaagde] hierover heeft gesteld onvoldoende onderbouwd. [bedrijf 1] is samen met [bedrijf 4] B.V. ondergebracht in de onderneming genaamd [onderneming] . Zowel [gedaagde] als [bedrijf 1] begeven zich op de nieuwbouw projectenmarkt in Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland. [gedaagde] doet dat met het Nederlandse merk Siematic en [onderneming] doet dat via [bedrijf 1] met het Duitse merk LEICHT. Volgens [gedaagde] concurreren naast [bedrijf 1] slechts drie andere partijen met haar op de nieuwbouw projectenmarkt ( [bedrijf 5] , [bedrijf 6] en [bedrijf 7] ). Ten aanzien van deze concurrenten vindt [gedaagde] het van belang dat het concurrentiebeding gehandhaafd wordt. In deze markt worden vaak verschillende aanbestedingen uitgezet voor delen van een nieuwbouwproject, zoals de keuken die bij de nieuwbouwwoning wordt geleverd. Zowel [gedaagde] als [bedrijf 1] doen mee aan de aanbestedingen voor deze projecten, waarmee een groot deel van de omzet wordt verdiend. Dit is voor [gedaagde] de belangrijkste reden om [eiseres] aan het concurrentiebeding te houden. Als [eiseres] bij een gewone keukenspeciaalzaak (die niet opereert op de nieuwbouwmarkt maar strikt gezien wel onder het concurrentiebeding valt) aan de slag zou gaan, zou [gedaagde] het concurrentiebeding niet hebben gehandhaafd, zo stelt zij.
[eiseres] heeft geen concurrentiegevoelige informatie die van invloed kan zijn voor het verkrijgen van aanbestedingen bij nieuwbouwprojecten
3.7.
Het belang van [gedaagde] bij handhaving van het concurrentiebeding is dus dat zij niet wil dat concurrentiegevoelige informatie die van invloed kan zijn op het winnen van een aanbesteding bij een nieuwbouwproject in handen van de concurrent komt.
3.8.
Op de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] een vertrouwelijk document overgelegd, waar de kantonrechter vervolgens met partijen over heeft gesproken. Dit document dient als voorbeeld van de concurrentiegevoelige informatie waar [eiseres] vanuit [gedaagde] toegang tot kreeg voor klanten die binnenkwamen via een nieuwbouwproject. Volgens [gedaagde] kan deze informatie haar bedrijfsdebiet aantasten als die in handen van de concurrent komt. De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat [eiseres] over specifieke concurrentiegevoelige gegevens beschikt die van invloed kunnen zijn op het al dan niet winnen van een aanbesteding. Een deel van de informatie uit dit document wordt ook aan particulieren gegeven wanneer een particulier bij [gedaagde] een keuken wil aanschaffen en is dus makkelijk te achterhalen. De laatste pagina van het document is volgens [gedaagde] het meest concurrentiegevoelig qua informatie en deze informatie wordt ook niet gedeeld met particulieren. Hierop staat het percentage aan provisie dat de projectontwikkelaar krijgt over verkochte keukens, welke diensten er op projectniveau worden geleverd (bijvoorbeeld of er een waardecheque, gratis leidingwerk of een gratis artikel wordt aangeboden als men kiest voor een keuken van [gedaagde] ) en of er korting wordt gegeven op de basiskeuken of apparatuur. Daarnaast had [eiseres] ook rechtstreeks contact met de contactpersonen van de projectontwikkelaars.
3.9.
[eiseres] heeft bevestigd dat zij bij elk project zo’n tabel met projectinformatie kreeg vanuit [gedaagde] , maar dat deze tabel per project verschilt. Op basis waarvan bepaalde keuzes voor het al dan niet aanbieden voor bepaalde diensten op projectniveau worden gemaakt weet [eiseres] niet, omdat zij niet betrokken was bij het proces van het verkrijgen van een aanbesteding. Dit heeft [gedaagde] niet betwist. Ook weet [eiseres] niet waarop het percentage provisie wordt gebaseerd, binnen welke marges dit ligt of hoe en waarom dit verschilt per project. De korting en welke apparatuur er wordt aangeboden verschilt ook per project. De contactgegevens van de projectontwikkelaars zijn volgens [eiseres] eenvoudig op internet te vinden en onbetwist is dat zij alleen in uitzonderlijke gevallen contact met een opdrachtgever moest opnemen.
3.10.
Omdat [eiseres] niet weet op basis waarvan [gedaagde] de keuzes maakt om bepaalde diensten en kortingen al dan niet aan te bieden, beschikt zij naar het oordeel van de kantonrechter niet over concurrentiegevoelige informatie die van invloed kan zijn op het winnen van nieuwe aanbestedingen op de nieuwbouwmarkt. Hooguit heeft [eiseres] concurrentiegevoelige informatie over al bestaande, afgeronde specifieke nieuwbouwprojecten, maar dit is voor [gedaagde] niet de reden voor handhaving van het concurrentiebeding. De stelling van [gedaagde] dat [eiseres] met deze informatie naar de concurrent kan stappen die daar vervolgens aanbestedingen mee kan ‘wegkapen’ van [gedaagde] , volgt de kantonrechter op basis van het voorgaande niet. Bovendien is [eiseres] gebonden aan een geheimhoudingsbeding dat het bedrijfsdebiet van [gedaagde] beschermt en waarvan zij heeft laten weten zich daaraan te houden.
[eiseres] wordt door het concurrentiebeding onredelijk benadeeld
3.11.
De kantonrechter is van oordeel dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [eiseres] door het concurrentiebeding onredelijk wordt benadeeld, in verhouding tot het te beschermen belang van [gedaagde] . Omdat [eiseres] niet over concurrentiegevoelige informatie beschikt en het bedrijfsdebiet van [gedaagde] dus niet wordt aangetast, weegt haar belang bij een vrije arbeidskeuze en de mogelijkheid om op de fiets naar het werk te kunnen gaan, zwaarder dan het belang van [gedaagde] . De belangenafweging zal daarom naar waarschijnlijkheid in een bodemprocedure niet in het voordeel van [gedaagde] uitvallen.
[eiseres] mag in dienst treden bij [bedrijf 1]
3.12.
Het voorgaande brengt met zich mee dat de kantonrechter beslist dat het concurrentiebeding zal worden geschorst, in die zin dat [eiseres] in dienst mag treden bij [bedrijf 1] en daar werkzaamheden voor mag verrichten. De primaire vordering van [eiseres] wordt toegewezen.
De (meer) subsidiaire vorderingen hoeven niet meer besproken te worden
3.13.
[eiseres] vordert subsidiair dat het concurrentiebeding zodanig wordt beperkt dat de geografische reikwijdte alleen wordt gemeten vanaf de feitelijke standplaats [plaats] en niet meer vanaf alle vestigingen en bedrijfsonderdelen van [gedaagde] in Nederland of het beding in ieder geval te schorsen ten aanzien van de functie van verkoopadviseur bij [bedrijf 1] . Meer subsidiair, in het geval het concurrentiebeding niet (gedeeltelijk) wordt geschorst, vordert [eiseres] betaling van een bedrag van € 3.532,80 bruto per maand gedurende de tijd dat [gedaagde] het concurrentiebeding handhaaft. Aangezien de primaire vordering van [eiseres] wordt toegewezen, hoeven de (meer) subsidiaire vorderingen niet meer worden besproken en zal hier ook niet op worden beslist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.14.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.187,04
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.15.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
schorst het tussen partijen overeengekomen non-concurrentiebeding, in die zin dat het [eiseres] is toegestaan in dienst te treden bij [bedrijf 1] B.V., dan wel werkzaamheden voor [bedrijf 1] B.V. te verrichten,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.187,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:653 lid 3 onder Pro b van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Hoge Raad 17 juni 2022 ECLI:NL:HR:2022:894.