Uitspraak
[onderbewindgestelde] ,
1.De procedure
Op 24 en 30 oktober 2025 heeft G&O aanvullende producties inclusief een USB-stick overgelegd.
2.De kern van de zaak
[onderbewindgestelde] is het hier niet mee eens. Volgens hem veroorzaakt hij geen overlast en daarnaast is hij op de goede weg; hij accepteert hulp en heeft de woning nodig om zijn uit huis geplaatste kinderen weer terug te krijgen. De kantonrechter wijst de vorderingen van G&O toe.
3.De beoordeling
[onderbewindgestelde] anoniem te willen blijven. [gedaagde] ontkent dat
[onderbewindgestelde] ernstige en structurele overlast veroorzaakt. Volgens haar kan dit niet objectief worden vastgesteld, omdat dit alleen is gebaseerd op anonieme meldingen.
[onderbewindgestelde] van een zorgpartij zou huren met afspraken over zijn gedrag en het accepteren van hulp en zorg, met als doel dat de omwonende huurders van G&O geen last meer van [onderbewindgestelde] zouden hebben en [onderbewindgestelde] met zijn gezin een ander onderkomen kon krijgen, maar [onderbewindgestelde] is daarop niet ingegaan. G&O heeft zich dan ook voldoende voor de belangen van [onderbewindgestelde] en de zijnen ingespannen. Van haar kan niet meer verwacht worden de huurovereenkomst voort te laten bestaan. Dit geldt te meer nu zij nog steeds overlastmeldingen over [onderbewindgestelde] blijft ontvangen van de omwonenden. G&O moet ook waken voor de belangen van haar overige huurders die jarenlang overlast van [onderbewindgestelde] (hebben) ervaren. Gelet op het voormelde ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding om [onderbewindgestelde] een gedragsaanwijzing op te leggen met instandlating van de huurovereenkomst. Dat [onderbewindgestelde] baat heeft bij zijn huidige (medische en psychische) behandeling en op dit moment positieve verandering in zijn gedrag ervaart, is voor hem en zijn gezin zeker een stap in de goede richting, maar legt wat betreft de vraag of de huurovereenkomst wel of niet ontbonden moet worden geen gewicht in de schaal in het voordeel van [onderbewindgestelde] . [gedaagde] heeft weliswaar gesteld dat de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning tot een acute noodsituatie zal leiden, maar deze stelling is niet met (medische) stukken onderbouwd. Ook uit de tijdens de mondelinge behandeling door de maatschappelijk werkster van
[onderbewindgestelde] gegeven toelichting, blijkt daar niet van.
– tijdelijke – vervangende woonruimte kan vinden, bijvoorbeeld bij familieleden. De kantonrechter vindt het daarom niet aannemelijk dat bij toewijzing van de gevorderde ontbinding en ontruiming er geen andere woonruimte in beeld komt voor de kinderen en dat dan een acute noodsituatie voor hen dreigt.
4.De beslissing
- € 1.411,90 aan huurachterstand berekend tot en met 28 mei 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vervaldag van elke termijn tot aan de dag dat het volledige bedrag is betaald,
- € 839,58 per maand, voor elke ingegane maand dat [onderbewindgestelde] de woning onder zich houdt, vanaf 1 juni 2025 tot het moment van ontruiming, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag dat het bedrag opeisbaar is geworden tot het moment dat het volledige bedrag is betaald,