ECLI:NL:RBMNE:2025:6994
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde recreatiecentrum afgewezen wegens aannemelijke waardebepaling
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een recreatie/sportcentrum per 1 januari 2023 vast op €3.026.000,-. Eiseres betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €1.815.600,- voor. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank de zaak inhoudelijk behandeld.
De rechtbank constateerde dat de door eiseres ingebrachte beroepsgronden grotendeels onsamenhangend en onvoldoende onderbouwd waren, waardoor deze grotendeels buiten beschouwing werden gelaten. De heffingsambtenaar droeg een taxatierapport aan en gebruikte de taxatiewijzer Sport, waarbij het archetype 'tennishal' werd gehanteerd. De rechtbank achtte deze onderbouwing voldoende en volgde de heffingsambtenaar in de waardebepaling.
Daarnaast verzocht eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de bezwaar- en beroepsfase nog geen twee jaar duurden, zodat geen sprake was van termijnoverschrijding. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht bleef voor rekening van eiseres en een vergoeding van proceskosten werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde is ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.