ECLI:NL:RBMNE:2025:6991
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €664.000,- per 1 januari 2023, en dit bezwaar is door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat de door eiser aangevoerde beroepsgronden onvoldoende concreet en onderbouwd waren, waardoor deze buiten beschouwing zijn gelaten. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix en een taxatierapport overgelegd waarin de woning is vergeleken met vier vergelijkbare bovenwoningen in de nabije omgeving, verkocht rond de waardepeildatum.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens is het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de bezwaar- en beroepsfase binnen de redelijke termijn zijn afgerond.
De rechtbank wijst het beroep af, waardoor eiser geen gelijk krijgt, geen griffierecht terugontvangt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €664.000,- wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.