ECLI:NL:RBMNE:2025:6984
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde en dwangsombeslissing afgewezen, griffierecht vergoed
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement en tegen een dwangsombeslissing van de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde van €362.000,- en legde een dwangsom op wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar met een taxatiematrix aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De verschillen in de woning, zoals het ontbreken van een berging maar aanwezigheid van een fietsopstelplaats, werden voldoende in de waardering meegenomen. Ook de trendpercentages waren correct toegepast.
Het beroep tegen de dwangsombeslissing werd niet-ontvankelijk verklaard omdat een tweede uitspraak op bezwaar de eerdere beslissing corrigeerde. Wel werd vastgesteld dat eiser ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarfase, wat een gebrek in de procedure vormde. Dit gebrek leidde echter niet tot nietigheid van de beslissing, maar rechtvaardigde vergoeding van het betaalde griffierecht.
De rechtbank wees het beroep tegen de WOZ-waarde af, verklaarde het beroep tegen de dwangsombeslissing niet-ontvankelijk en droeg de heffingsambtenaar op het griffierecht van €51,- aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Beroep tegen WOZ-waarde ongegrond, beroep tegen dwangsombeslissing niet-ontvankelijk, griffierecht vergoed wegens schending hoorplicht.