Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de producties 1 tot en met 41 van [eiseres] ,
- de conclusie van antwoord
- de producties 1 tot en met 5 van de Gemeente,
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van de Gemeente.
2.De kern van het kort geding
20 december om 10.00 uur een inschrijving voor deze open house worden ingediend.
3. De achtergrond van het kort geding
a. of gemotiveerd te onderbouwen dat de vastgestelde tarieven toch reëel zijn,
b. of nieuwe tarieven vast te stellen,
a. de inkoopprocedure aan deze nieuwe tarieven aan te passen,
b. een nieuwe inschrijfdatum te bepalen om in te schrijven op deze aangepaste inkoopprocedure,
Daarin is onder andere vermeld dat:
primaireen gebod om:
a. over te gaan tot openstelling van de open house procedure en [eiseres] een verzoek tot deelname te laten indienen, en
versterkt met een dwangsom,
subsidiaireen gebod om een verzoek van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder tot inzet van [eiseres] als onderaannemer op grond van het Inkoopdocument te beoordelen en in te willigen als [eiseres] aan alle eisen daarvoor voldoet, versterkt met een dwangsom.
4.De beoordeling
Reden daarvoor is dat het gaat om een procedure waarbij alle kandidaten worden geselecteerd die aan de door de Gemeente gestelde basisvoorwaarden/eisen voldoet. Er wordt in de door de Gemeente georganiseerde procedure (de open house procedure) geen vergelijking en rangschikking op grond van een gunningscriterium gemaakt.
Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie [4] is er in dat geval geen sprake van een overheidsopdracht of het sluiten van een raamovereenkomst zoals bedoeld in de Richtlijnen die zijn geïmplementeerd in de Aw 2012. Het is daarbij niet van belang dat het na een uiterst moment van inschrijving niet meer mogelijk is om zich aan te sluiten (toe te treden).
Verder heeft [eiseres] niet gesteld dat sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang, waardoor de fundamentele aanbestedingsbeginselen toch van toepassing zouden zijn. Daarvoor zijn ook geen concrete aanwijzingen.
Er is ook geen reden om de Aw 2012 en/of de fundamentele aanbestedingsbeginselen, zoals [eiseres] aanvoert, analoog op de open house procedure toe te passen. Het aanbestedingsrecht is gestoeld op de gedachte dat mededinging tussen de gegadigden plaatsvindt. Daarvan is bij een open house procedure geen sprake.
- de eisen van redelijkheid en billijkheid (zie artikel 6:2 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken (zie artikel 3:12 BW Pro).
- de spelregels die door de Gemeente (éénzijdig) zijn opgesteld. De Gemeente moet zich aan deze spelregels houden. Op grond van de in Nederland geldende rechtsovertuigingen geldt immers dat “
4.3.5 Toetreding nieuwe jeugdhulpaanbieders tijdens contractfase
Bij de uitleg speelt verder een rol dat de Gemeente zich moet houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Die beginselen brengen mee dat de Gemeente verplicht is:
de dekkingsgraad voor een product ruim gehaald wordt door de dan gecontracteerde aanbieders”.
ruim gehaald”. Is daarvan sprake als de dekkingsgraad hoger is dan 75%, 80%, 85% 90% of 95% enzovoort?
de dekkingsgraad voor een product”. Het is onduidelijk of in dit specifieke geval gekeken moet worden naar het geven van begeleiding aan meer- of hoogbegaafden kinderen (zoals [eiseres] meent) of dat alleen gekeken moet worden naar de in zeer algemene termen geformuleerde “producten” in het productenboek (zoals de Gemeente aanvoert).
de dekkingsgraad ruim is gehaald”. Daarover wordt in artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument niets gezegd, en ook niet ergens anders in het Inkoopdocument en de daarbij horende stukken. Ook dit maakt de bepaling onduidelijk (zie 4.12).
“
ruim gehaald” inhoudt (zie hiervoor onder 4.16).
Het standpunt van de Gemeente dat gecontracteerde jeugdhulpverleners gerechtvaardigd erop mochten vertrouwen dat op grond van het voorbehoud de open house procedure niet zou worden opengesteld en hen geen concurrentie zou worden aangedaan, gaat niet op. Voor deze gecontracteerde jeugdhulpverleners geldt, net als voor de Gemeente, dat zij toen ze zich inschreven ze niet wisten hoeveel andere partijen zouden inschrijven. Er is bij deze partijen geen enkel vertrouwen gewekt dat de Gemeente – in afwijking van het duidelijke uitgangspunt – de open house procedure
nietna drie maanden weer zou openen. Terwijl er bij [eiseres] wél een gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de Gemeente, conform haar eigen uitgangspunt, de procedure na drie maanden weer zou openen. De Gemeente maakt ook geenszins hard dat zij verplichtingen heeft tegenover de partijen die zonder enige selectie zijn toegelaten en een overeenkomst hebben gekregen zonder enige afnameverplichting of afnamegarantie. De Gemeente kan zich daarom niet op het voorbehoud beroepen.
Bepaald zal worden dat de open house procedure uiterlijk op
7 januari 2026moet worden aangekondigd op TenderNed en dat de uiterste inschrijfdatum voor deze open house procedure zal moeten worden bepaald op
21 januari 2026 om 10.00 uur.
lopendebegeleiding van jeugdigen ook na 1 januari 2026 kunnen voortzetten. Het mag niet zo zijn dat deze jeugdigen voor een relatief korte periode moeten overstappen naar een nu al gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, om daarna weer te kunnen terugkeren naar [eiseres] . Dat is evident niet in het belang van de jeugdigen, en hun ouders/verzorgers, omdat vaak sprake is van een over langere tijdsduur opgebouwde vertrouwensband. Met dat belang moet de Gemeente rekening houden. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat de Gemeente dat zal doen.
5.De beslissing
uiterlijk7 januari 2026aan te kondigen op TenderNed en de uiterste inschrijfdatum te bepalen op
21 januari 2026 om 10.00 uur,