Uitspraak
1.De procedure
- mr. D. Eijpe;
- de rechter.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een zaak over een omgangsregeling met zijn kinderen. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat de rechter een bepaalde kant op neigde zonder verzoeker te horen.
De rechter had het verzoek om uitstel van de zitting afgewezen omdat verzoeker geen klemmende reden had opgegeven voor verhindering. Tijdens de zitting gaf de rechter aan te neigen tot afwijzing van het verzoek om omgangsregeling, maar benadrukte dat zij hierover nog wilde nadenken en dat dit geen eindoordeel was.
De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing zoals het afwijzen van uitstel geen reden voor wraking is en dat de motivering geen vooringenomenheid toont. Ook de uitingen van de rechter tijdens de zitting werden niet als partijdig beschouwd. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.