Uitspraak
1.De procedure
- mr. D. Eijpe;
- de rechter.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze wrakingszaak heeft verzoeker op 26 november 2025 mr. L.A. Witten gewraakt, de behandelend rechter in de hoofdzaak. Verzoeker stelde dat de rechter tijdens de zitting had aangegeven dat zij neigde naar afwijzing van het verzoek om een omgangsregeling, zonder verzoeker de kans te geven om gehoord te worden. De rechter heeft op 28 november 2025 schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek. De wrakingskamer heeft het verzoek op 9 december 2025 met gesloten deuren behandeld. Tijdens de zitting heeft de rechter toegelicht dat zij de zitting door liet gaan omdat verzoeker geen klemmende reden voor uitstel had opgegeven. De wrakingskamer oordeelde dat de afwijzing van het uitstelverzoek een procesbeslissing is en geen reden voor wraking kan zijn. De rechter heeft geen eindoordeel gegeven en haar opmerkingen waren bedoeld als een vorm van verwachtingsmanagement. De wrakingskamer concludeert dat er geen objectieve redenen zijn voor de vrees van verzoeker voor vooringenomenheid van de rechter. Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard.