ECLI:NL:RBMNE:2025:6780
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering
Eiseres, die sinds 2019 vanwege psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WIA-uitkering toegekend. Het UWV besloot in 2024 haar uitkering te beëindigen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar medische situatie onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die concludeerde dat eiseres niet was verbeterd sinds 2021 en dat haar beperkingen verdergaand zijn dan het UWV aannam. De verzekeringsarts bezwaar en beroep was het hier niet mee eens, maar de rechtbank volgde de onafhankelijke deskundige vanwege de zorgvuldige en gemotiveerde rapportage.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage opnieuw vastgesteld moet worden op basis van nader arbeidskundig onderzoek. Het beroep van eiseres is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.