ECLI:NL:RBMNE:2025:6750

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
16/296719-22
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Diefstal en witwassen door zorgverlener van ernstig zieke man

Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een zorgverlener die zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en witwassen. De verdachte, geboren in Guinee-Bissau en werkzaam als zorgverlener, heeft in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 12 september 2022 in totaal € 248.613,97 gestolen van een ernstig zieke man aan wie zij zorg verleende. De rechtbank oordeelde dat de verdachte onbevoegd gebruik heeft gemaakt van de pinpas en inloggegevens van het slachtoffer, die op dat moment niet in staat was om zelfstandig zijn bankzaken te regelen. De verdachte heeft het geld overgemaakt naar haar eigen rekeningen en die van haar bedrijf, zonder dat hiervoor enige dienstverlening was verricht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte in deze periode misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van het slachtoffer en zijn familie. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 18 maanden geëist, maar de rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, evenals een beroepsverbod van vijf jaar in de zorg. Daarnaast werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd van € 52.452,60 aan de Staat, ten behoeve van de erfgenamen van het slachtoffer. De rechtbank verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, omdat deze geen rechtstreekse schade had geleden. De uitspraak benadrukt de ernst van de feiten en het misbruik van kwetsbare personen in de zorg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/296719-22
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1989] in [geboorteplaats] (Guinee-Bissau),
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] (België),
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. J. Boon;
  • de advocaat van de verdachte: mr. R.P. van der Graaf;
  • de benadeelde partij: [benadeelde] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:
Feit 1:
in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 12 september 2022 in Bilthoven in totaal € 248.613,97, namelijk:
- op 2 augustus 2022 € 35.343,34,
- op 14 augustus 2022 € 10.000,-,
- op 24 augustus 2022 € 19.139,63,
- op 26 augustus 2022 € 13.131,-,
- op 31 augustus 2022 € 5.000,-,
- op 4 september 2022 € 5.000,-,
- op 8 september 2022 € 20.000,-,
- op 9 september 2022 € 5.000,-,
- op 10 september 2022 € 36.0000,-,
- op 11 september 2022 € 50.000,- en/of,
- op 12 september 2022 € 50.000,-;
van [slachtoffer] heeft gestolen door onbevoegd gebruik te maken van zijn pinpas en bijbehorende pincode en/of inloggegevens voor de mobiel bankieren app;
Feit 2:in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 12 september 2022 in Bilthoven en/of Soest, € 248.613,97 heeft witgewassen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank primair om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1 en 2. Voor feit 1 geldt dat niet kan worden bewezen dat de verdachte geld heeft weggenomen. Subsidiair verzoekt de advocaat van de verdachte om voor feit 2 de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. Op de verweren van de advocaat van de verdachte wordt – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 en 2 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen [1] die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
3.3.2.1. Ten aanzien van feit 1 (diefstal valse sleutel)
Inleiding
De verdachte is de eigenaar en aandeelhouder van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ). Door [bedrijf 1] werd vanaf 18 juli 2022 24-uursthuiszorg aan [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) geleverd. De verdachte was een van deze zorgverleners. Niet ter discussie staat dat op de onder feit 1 genoemde data betalingen hebben plaatsgevonden van bankrekeningen van [slachtoffer] naar bankrekeningen van [bedrijf 1] en/of de privérekening van de verdachte, terwijl daarvoor geen diensten waren verricht door [bedrijf 1] en/of verdachte, hier geen facturen voor zijn verstuurd en deze overboekingen verder geen zakelijke omschrijving hadden.
De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of de verdachte deze gelden wederrechtelijk heeft weggenomen van [slachtoffer] . Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
De feiten en omstandigheden
Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] in de betreffende periode ernstig ziek was. [slachtoffer] is overleden op [2022] . Uit het dossier volgt dat [slachtoffer] in elk geval vanaf 5 september 2022 niet meer in staat was zelfstandig te internetbankieren. Zo heeft getuige [getuige 1] verklaard dat hij [slachtoffer] 2 of 3 weken voor zijn overlijden voor het laatst heeft gezien. [getuige 1] heeft verder verklaard dat [slachtoffer] aan het eind een beetje leek op een dementerend iemand en vaak dingen vergat. [getuige 1] heeft gezien dat [slachtoffer] een bankbetaling wilde doen en dan toch ergens tegenaan liep, zoals het invoeren van de pincode. De verdachte heeft in een appbericht aan [getuige 1] aangegeven dat [slachtoffer] zich op 5 september 2022 in een delier bevond. De zus van [slachtoffer] , [benadeelde] , heeft onder andere verklaard dat [slachtoffer] de laatste weken geen enkel benul had welk apparaat waartoe diende en bijvoorbeeld zijn scheerapparaat als afstandsbediening gebruikte. Ook heeft zij verklaard dat het [slachtoffer] op 6 september 2022 niet lukte om in de juiste bankapp te komen. Op 9 september 2022 beantwoordt [slachtoffer] telefonische controlevragen van de ABN AMRO bank onjuist. Op 13 september 2022 zien ook medewerkers van de ING bank dat [slachtoffer] niet zelfstandig kan inloggen in zijn bankomgeving. [slachtoffer] maakte op de medewerkers van de ING een verwarde indruk. Een dag later, op 14 september 2022, wordt [slachtoffer] grotendeels wilsonbekwaam verklaard.
Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat de verdachte zich in vergaande mate heeft bemoeid met betalingen van [slachtoffer] . Uit de telefoongesprekken die [slachtoffer] op 9 september 2022 met de ABN AMRO voert, blijkt dat de verdachte degene is die vooral het woord voert, dat zij de bankpas in de ‘e.dentifier’ stopt en op 1 drukt om in te loggen en aan [slachtoffer] zijn e-mailadres voorzegt. Getuige [getuige 2] , een collega van de verdachte, heeft verklaard dat de verdachte toegang had tot de telefoon van de verdachte en ook de toegangscode van deze telefoon wist.
De zus van [slachtoffer] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat de verdachte op 6 september 2022 de ABN app op de telefoon van [slachtoffer] opende en met de cijfercode heeft ingelogd.
De betalingen van 10, 11 en 12 september 2022
De rechtbank constateert dat de betalingen van 10, 11 en 12 september afwijken van de eerdere betalingen. Zo is de betaling van 10 september 2022 overgeboekt naar een tot dan toe niet door [slachtoffer] gebruikte zakelijke Knab-rekening van [bedrijf 1] . De betalingen van 11 en 12 september 2022 zijn overgeboekt naar de privé ABN AMRO rekening van de verdachte. Eerdere betalingen zijn overgeboekt naar de ABN-rekening van [bedrijf 1] .
De advocaat van de verdachte heeft erop gewezen dat de Knab-rekening van [bedrijf 1] niet geanalyseerd kon worden door de politie. De rechtbank ziet dit ook, maar constateert tevens dat de politie wél een analyse heeft kunnen maken van de bankrekeningen van [slachtoffer] . Daaruit volgt dat niet eerder geld van een bankrekening van [slachtoffer] naar de Knab-rekening van [bedrijf 1] is overgemaakt. De Knab-rekening van [bedrijf 1] stond ook niet op de website van [bedrijf 1] vermeld en werd uitsluitend door de verdachte beheerd. De rechtbank stelt ook vast dat de verdachte op 10 september 2022 van 09:50 uur tot 19:59 uur als enige de zorg heeft verleend aan [slachtoffer] . Op 10 september 2022 om 12:19 uur is € 36.000,- van de rekening van [slachtoffer] naar de Knab-rekening van [bedrijf 1] overgemaakt. 40 minuten later heeft de verdachte € 6.000,- doorgeboekt naar haar eigen privérekening.
Ook voor de betalingen van 11 en 12 september 2022 op de privé ABN AMRO rekening van de verdachte geldt dat [slachtoffer] daar niet eerder geld naar had overgemaakt. Dat [slachtoffer] op 31 augustus 2022 een tikkie van de verdachte op die rekening heeft betaald, maakt dat niet anders. Bij een tikkie is het immers niet nodig dat degene die het bedrag overmaakt de bankrekening waarnaar het geld wordt overgemaakt kent. Er is dus niet eerder dan 11 september 2022 een rechtstreekse transactie tussen [slachtoffer] en de privé ABN AMRO rekening van de verdachte geweest. De rechtbank vindt dit relevant omdat het onaannemelijk is dat [slachtoffer] – in de toestand waarin hij op 11 en 12 september 2022 verkeerde – zelfstandig de privé bankrekening van de verdachte zou opzoeken uit de omschrijving van een eerder betaald tikkie, om naar specifiek deze bankrekening geld over te boeken.
Tussenconclusie
Uit het voorgaande volgt dat [slachtoffer] op zijn laatst vanaf 5 september 2022 niet meer in staat was zelfstandig te internetbankieren. De verdachte heeft in elk geval vanaf 6 september 2022 bemoeienis gehad met het internetbankieren van [slachtoffer] . Vanaf 4 september 2022 tot en met 12 september 2022 was de verdachte dagelijks bij [slachtoffer] in huis. Bovendien staat vast dat op 10, 11 en 12 september overboekingen zijn gedaan naar bankrekeningen van verdachte waarnaar [slachtoffer] niet eerder geld heeft overgeboekt. De rechtbank is op basis van het voorgaande ervan overtuigd dat het niet anders kan dan dat de verdachte degene is geweest die de transacties van 8 tot en met 12 september 2022 heeft uitgevoerd door in te loggen in de ABN AMRO app van verdachte en de overboekingen te doen.
De overige betalingen
De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen wordt dat de verdachte ook degene is geweest die de eerdere betalingen van 2 augustus 2022 tot en met 4 september 2022 heeft verricht.
De rechtbank trekt deze conclusie, omdat in de eerste plaats geldt dat aan geen van de overboekingen vanaf 2 augustus 2022 dienstverlening van de verdachte en/of [bedrijf 1] ten grondslag heeft gelegen. Voor alle overboekingen geldt dat een zakelijke omschrijving ontbreekt. In zoverre is de “modus operandi” van alle overboekingen hetzelfde.
Daar komt bij dat zowel de zus van [slachtoffer] als getuige [getuige 1] hebben verklaard dat [slachtoffer] nooit aan hen kenbaar heeft gemaakt dat hij een schenking aan [bedrijf 1] wilde doen. Voor de rechtbank speelt verder een grote rol dat de verdachte telkens na de ontvangst van de betalingen op haar rekeningen, het geld of delen daarvan heeft doorgeboekt naar andere rekeningen en/of daarmee betalingen heeft gedaan. Dit gebeurde vaak nog diezelfde dag. In het geval van de betaling van 24 augustus 2025 (van €19.139,63) boekte de verdachte een groot deel daarvan zelfs al na 6 minuten door naar de bankrekening van haar zoon. Onder zulke omstandigheden kan het niet anders dan dat de verdachte – in tegenstelling tot wat zij heeft verklaard – vooraf moet hebben geweten dat er geld naar haar bankrekening zou worden overgemaakt. Ook de betaling van 2 augustus 2022 werd binnen één uur doorgeboekt. Ten aanzien van deze overboeking overweegt de rechtbank nog specifiek dat de verdachte aan de zus van [slachtoffer] heeft toegezegd dit bedrag terug te storten, terwijl zij op dat moment een deel van het geld al had gebruikt voor een privé betaling en een ander deel al had doorgeboekt naar haar privérekening. Hieruit volgt dat de verdachte niet de bedoeling had om dit geld daadwerkelijk terug te storten.
De verdachte stelt dat alle overboekingen van [slachtoffer] aan haar door hem zijn gedaan uit dankbaarheid en dat zij zelfs in het geheel niet wist had dat [slachtoffer] al deze overboekingen had gedaan (totdat zij de bedragen op haar bankrekening zag staan).
De rechtbank vindt deze verklaring in het licht van voorgaande feiten en omstandigheden zeer ongeloofwaardig. De rechtbank gaat op basis van al het voorgaande ervan uit dat het de verdachte is geweest die al deze overboekingen heeft uitgevoerd. In die overtuiging wordt de rechtbank gesterkt door de feiten en omstandigheden rondom de pogingen om op 5, 9 en 11 september 2022 geld over te maken van de beleggingsrekening van [slachtoffer] naar de rekening van de verdachte en de e-mail die vanaf het e-mailadres van [slachtoffer] op 12 september 2022 (twee dagen voordat [slachtoffer] wilsonbekwaam werd verklaard) aan de notaris is gestuurd met als inhoud dat aan verdachte een miljoen en het huis van [slachtoffer] moest worden nagelaten.
Tot slot overweegt de rechtbank dat het feit dat ook [slachtoffer] mogelijk enige uitvoeringshandelingen heeft verricht, doordat bijvoorbeeld verdachte hem instrueerde wat te doen [2] , niet eraan in de weg staat dat de verdachte degene is geweest die het geld heeft weggenomen (vgl. Hof Amsterdam 29 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2513).
Conclusie
De rechtbank komt tot het oordeel dat de verdachte wederrechtelijk geld heeft weggenomen van [slachtoffer] door onbevoegd gebruik te maken van zijn pinpas(sen) en de bijbehorende pincode(s) en de inloggegevens voor de mobiel bankieren app(s) van [slachtoffer] . De rechtbank vindt feit 1 bewezen.
3.2.2.2. Ten aanzien van feit 2 (witwassen)
De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat de verdachte in totaal € 248.613,97 van [slachtoffer] heeft gestolen. Zowel de officier van justitie als de advocaat van de verdachte hebben zich op het standpunt gesteld dat de witwashandelingen enkel bestaan uit het verwerven en het voorhanden hebben van dit – uit eigen misdrijf – verkregen geldbedrag. De rechtbank komt tot een gelijkluidend oordeel. De verdachte heeft de geldbedragen van totaal € 248.613,97, die zij heeft verkregen uit eigen misdrijf, verworven en voorhanden gehad. De rechtbank vindt feit 2 bewezen, met dien verstande dat zij komt tot een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
1
in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 12 september 2022 te Bilthoven
geldbedragen van in totaal € 248.613,97, te weten
- op 2 augustus 2022 € 35.343,34 en,
- op 14 augustus 2022 € 10.000,- en,
- op 24 augustus 2022 € 19.139,63 en,
- op 26 augustus 2022 € 13.131,- en,
- op 31 augustus 2022 € 5.000,- en,
- op 4 september 2022 € 5.000,- en,
- op 8 september 2022 € 20.000,- en,
- op 9 september 2022 € 5.000,- en,
- op 10 september 2022 € 36.0000,- en,
- op 11 september 2022 € 50.000,- en,
- op 12 september 2022 € 50.000,-,
die geheel aan [slachtoffer] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen van in totaal € 248.613,97 onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse
sleutel, te weten door onbevoegd gebruik te maken van een pinpas en bijbehorende pincode en inloggegevens voor de mobiel bankieren app,
toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] ;
2in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 12 september 2022 te Bilthoven een geldbedrag van in totaal € 248.613,97, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieDe advocaat van de verdachte heeft betoogd dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond van toepassing is voor feit 2 en dat de verdachte daarom dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen en dit artikel is juist in werking getreden per 1 januari 2017 zodat ook witwassen, dat enkel bestaat uit het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf, strafbaar gesteld en gekwalificeerd kan worden.
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
Feit 2:
eenvoudig witwassen.
4.2
Strafbaarheid feiten en verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en/of maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 18 maanden;
- de ontzegging van de uitoefening van het beroep voor arbeid in de zorg, ondernemer in de zorg, dan wel directeur in de zorg van vijf jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar te volstaan met de maximale taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daartoe heeft de advocaat van de verdachte aangevoerd dat de verdachte moeder is van twee jonge kinderen en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal leiden tot onherstelbare schade.
Verder voert de advocaat van de verdachte aan dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging. Daartoe heeft de advocaat van de verdachte aangevoerd dat de staandehouding van de verdachte op 13 september 2022 moet worden gezien als een daad van vervolging.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden op en daarnaast een ontzegging van de uitoefening van het beroep van individuele zorgverlener van vijf jaar.
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van grote geldbedragen van een ernstig zieke man aan wie zij zorg verleende in de laatste fase van zijn leven. Daarnaast heeft zij zich schuldig gemaakt aan het witwassen van dat geld. In anderhalve maand heeft de verdachte [slachtoffer] bijna 2,5 ton afgenomen. Uit het dossier lijkt bovendien te volgen dat zij tevergeefs geprobeerd heeft om nog hogere geldbedragen naar haarzelf en/of haar bedrijf over te boeken. Zij is enkel gestopt met haar handelen door het ingrijpen van oplettende bankmedewerkers. De verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat [slachtoffer] en zijn familie en vrienden in haar als zorgverlener in de laatste fase van [slachtoffer] zijn leven hadden mogen hebben. Zij heeft zich niet bekommerd om de schade die zij bij het slachtoffer en zijn nabestaanden heeft veroorzaakt, maar heeft enkel oog gehad voor haar eigen financiële gewin. De toegebrachte schade bestaat niet alleen uit financiële schade, maar heeft ook emotioneel veel impact gehad. Uit de verklaring van de zus van [slachtoffer] volgt dat zij door wat de verdachte heeft gedaan op een andere manier afscheid heeft moeten nemen van haar broer dan zij had gewild.
Dit soort geraffineerde diefstallen dragen bij aan in de maatschappij levende gevoelens van onrust over de veiligheid van kwetsbare personen en hun eigendommen. Ook heeft de verdachte met haar handelen het aanzien van de beroepsgroep van zorgverleners geschaad. Op de zitting heeft de verdachte geen inzicht willen geven in haar handelen en zich niet schuldbewust opgesteld.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte van 24 oktober 2025 blijkt dat zij niet recent is veroordeeld voor een strafbaar feit. De rechtbank weegt het strafblad daarom niet in strafverzwarende zin mee.
Op de zitting heeft de verdachte aangegeven dat zij niet meer in de zorg werkzaam is of wil zijn.
Geen sprake van schending van de redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat het Openbaar Ministerie tegen hem voor een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal instellen. Volgens vaste jurisprudentie geldt de staandehouding van een verdachte niet als een zodanige handeling. Van overschrijding van de redelijke termijn is in deze zaak dan ook geen sprake. Wel zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het tijdsverloop sinds de pleegperiode.
Strafkader
De ernst van de feiten maakt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. De rechtbank kan daarom niet volstaan met het opleggen van de maximale taakstraf en een voorwaardelijk gevangenisstraf, zoals verzocht door de advocaat van de verdachte.
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Er is geen afzonderlijk oriëntatiepunt voor diefstal met een valse sleutel, maar de rechtbank heeft vanwege de aard van deze zaak aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor fraudezaken. Het oriëntatiepunt voor fraudezaken met een benadelingsbedrag tussen € 125.000,- en € 250.000,- is een gevangenisstraf tussen de 9 en 12 maanden. Strafverzwarend is in dit geval dat de verdachte in haar hoedanigheid als zorgverlener misbruik heeft gemaakt van een zeer kwetsbaar persoon in de laatste fase van zijn leven, dat zij hier niet uit eigen beweging mee is gestopt en dat zij geen enkel inzicht heeft getoond in het kwalijke van haar handelen.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden op. De rechtbank wijkt daarbij af van de eis van de officier van justitie, omdat zij de feiten en omstandigheden anders weegt.
Beroepsverbod
De rechtbank kan als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen als de verdachte het strafbare feit in de uitoefening van dat beroep heeft begaan. Daarvan is in deze zaak sprake, aangezien de verdachte feit 1 in de uitoefening van haar functie als zorgverlener heeft gepleegd.
De rechtbank legt aan de verdachte een bijkomende straf in de vorm van een beroepsverbod ten aanzien van beroepen waarbij zij individuele zorg verleent van vijf jaar op. Dit beroepsverbod is bedoeld om herhaling te voorkomen. De mededeling van de verdachte dat zij niet meer in de zorg werkt of wil werken, is onvoldoende reden om van het beroepsverbod af te zien. Het beroepsverbod vormt ook een signaal naar de maatschappij dat tegen dit soort feiten die worden begaan in de uitoefening van een beroep stevig wordt opgetreden.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 52.868,60 aan materiële schade.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat zijn geen rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van de feiten. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor het gevorderde bedrag van € 52.868,60.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, omdat zij geen rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van de feiten. Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht om de nota van € 39.473,28 van het schadebedrag af te halen, omdat deze nota hoort bij de opzegtermijn van vier weken conform de tussen partijen geldende overeenkomst.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
Benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering
Blijkens de wetsgeschiedenis heeft de wetgever, buiten het zich hier niet voordoende geval van art. 51f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet de mogelijkheid willen openen dat in geval van overlijden van het slachtoffer de erfgenamen zich op de voet van art. 51f, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering in het strafproces kunnen voegen ter zake van door het slachtoffer geleden schade. Die schade wordt dus door de wetgever voor wat die erfgenamen betreft niet als rechtstreekse schade in de zin van die bepaling beschouwd. Dat brengt mee dat de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet verklaren in de vordering, omdat zij geen rechtstreekse schade heeft geleden.
Proceskostenveroordeling
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, moet de benadeelde partij de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel en gijzeling
De rechtbank ziet aanleiding om, ondanks dat zij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaart in haar vordering, wel een schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Dit omdat de rechtbank tot de vaststelling komt dat [slachtoffer] wel degelijk schade heeft geleden door het handelen van de verdachte.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte ten behoeve van (de erfgenamen van) [slachtoffer] geleden schade een bedrag van € 52.452,60,- aan de Staat moet betalen. Voor de vaststelling van de hoogte van dit bedrag kijkt de rechtbank naar het bedrag dat [benadeelde] heeft gevorderd. Dit bedrag bestaat uit de optelsom van een aantal betalingen die van rekeningen van [slachtoffer] aan de verdachte of [bedrijf 1] zijn gedaan, min het geld dat (de erfgenamen van) het slachtoffer van de ABN Amro bank terug heeft ontvangen en min de nog te betalen nota’s van [bedrijf 1] . In de vordering stelt [benadeelde] dat zij een nota van € 39.473,28 niet verschuldigd is. De verdediging stelt dat dit wel het geval is en verzoekt deze nota van het bedrag van de schadevergoedingsmaatregel af te halen. Hiertoe voert de verdediging aan dat de nota is verstuurd omdat de zorgovereenkomst tussen [slachtoffer] en [bedrijf 1] niet met inachtneming van de vier weken opzegtermijn is opgezegd. De rechtbank verwerpt dit verzoek van de verdediging. Daartoe overweegt de rechtbank, net als de officier van justitie, als volgt. Indien de overeenkomst en de beëindiging van de overeenkomst betwist zou worden bij een civiele rechter, zou de civiele rechter ten nadele van de verdachte rekening houden met het strafbare gedrag van de verdachte, als gevolg waarvan de opzegtermijn van vier weken niet in acht hoefde te worden genomen. De rechtbank vindt het dus passend om de door haar op te leggen schadevergoedingsmaatregel niet te verminderen met deze nota van € 39.473,28. Het in de vordering van [benadeelde] gevorderde bedrag van een tikkie van € 416,- neemt de rechtbank niet mee bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag wordt namelijk niet genoemd onder feit 1 en de rechtbank heeft daarom geen oordeel gegeven over dit bedrag. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het passend om een schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 52.452,60 op te leggen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 293 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
28, 31, 36f, 57, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid van de verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot
een gevangenisstraf van 12 maanden;
beroepsverbod
- bepaalt dat de verdachte wordt
ontzet van het recht tot het uitoefenen van beroepen in de individuele zorgvoor de duur van
vijf (5) jaar;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde]
  • verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
schadevergoedingsmaatregel
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 52.452,60 te betalen, bij niet betaling aan te vullen met 293 dagen gijzeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, mr. A.M.M. Lemmen en mr. S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Bemmelen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
zij in of omstreeks de periode van 2 augustus 2022 tot en met 12 september 2022 te
Bilthoven, gemeente De Bilt, althans in Nederland,
een of meer geldbedragen (van in totaal €248.613,97) te weten
- op 2 augustus 2022 €35.343,34 en/of,
- op 14 augustus 2022 €10.000 en/of,
- op 24 augustus 2022 € 19.139,63 en/of,
- op 26 augustus 2022 € 13.131 en/of,
- op 31 augustus 2022 € 5.000 en/of,
- op 4 september 2022 € 5.000 en/of,
- op 8 september 2022 € 20.000 en/of,
- op 9 september 2022 € 5.000 en/of,
- op 10 september 2022 € 36.0000 en/of,
- op 11 september 2022 € 50.000 en/of,
- op 12 september 2022 € 50.000,
in elk geval enig goed en/of geldbedrag, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] ,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen geldbedragen van in
totaal €248.613,97 onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse
sleutel, te weten door (onbevoegd) gebruik te maken van een pinpas en/of
bijbehorende pincode en/of inloggegevens voor de mobiel bankieren app,
toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] ;
2
zij in of omstreeks de periode van 2 augustus 2022 tot en met 12 september 2022 te Bilthoven, gemeente De Bilt, en/of Soest, althans in Nederland, van een geldbedrag van in totaal ongeveer €248.613,97, althans een of meer voorwerpen, (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), was of wie bovenomschreven
voorwerp, te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), voorhanden had, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)
- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (al dan niet eigen) misdrijf
en/of
telkens) één of meer voorwerp(en), te weten een geldbedrag van in totaal ongeveer €248.613,97, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd(e) goederen en/of geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (al dan niet eigen) misdrijf.
Bijlage II: Bewijsmiddelen [3]
De aangifte van [aangever] namens de ING bank N.V. van 14 september 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben als Senior Fraud Investigator werkzaam bij de afdeling Fraud Investigations van ING Bank N.V. [4] Op 13 september 2022 ontving ING Fraud Investigations een e-mailbericht van ING Private Banking & Wealth Management met daarin de melding van mogelijke fraude ten nadele van een Private Banking relatie van ING. Naar aanleiding van deze melding is door Fraud Investigations direct een onderzoek opgestart.
Benadeelde cliënt
Achternaam: [slachtoffer]
Voornamen: [voornamen]
Woonplaats: [woonplaats] [5]
Vanaf ING rekening [rekeningnummer] ten name van benadeelde [slachtoffer] hebben de volgende frauduleuze overboekingen plaatsgevonden.
Uit navraag bij ABN Amro blijkt dat begunstigde rekening [rekeningnummer] een
particuliere rekening betreft op naam van verdachte [verdachte] . Opmerkelijk is dat bij de naam van de begunstigde in beide transacties “donatie" is ingevoerd en niet de werkelijke naam van de begunstigde. Dit is een bewuste handeling in de Mobiel Bankieren App, indien er bij de naam van de begunstigde niets wordt ingevoerd zal het veld leeg blijven. [6]
Vanaf rekening [rekeningnummer] hebben onder meer de volgende overboekingen plaatsgevonden:
Uit onderzoek in de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt ten aanzien van [bedrijf 1] het volgende:
[bedrijf 1] B.V.
Algemeen directeur/enig aandeelhouder sinds 23-09-2020 is verdachte [verdachte] voornoemd. [8]
Op 13 september 2022 brachten ik, aangever [aangever] en relatiemanager [getuige 3] , onaangekondigd een bezoek aan benadeelde [slachtoffer] in diens woning. [9]
Ik vroeg de heer [slachtoffer] of hij wilde inloggen in zijn Mobiel Bankieren App. Ik zag dat hij zijn mobiele telefoon pakte. Ik zag dat hij handelingen op zijn telefoon uitvoerde, maar dat hij niet de ING Mobiel Bankieren App opende. Hij voerde handelingen uit in een andere app met bedragen, ik herkende deze App niet. Ik hoorde dat de thuiszorgmedewerkster aan de heer [slachtoffer] vroeg wat hij aan het doen was, omdat hij niet in de goede App zat.
Het kwam op mij over alsof de heer [slachtoffer] niet in staat was om (zelfstandig) gebruik te
maken van zijn Mobiel Bankieren App. De heer [slachtoffer] maakte een verwarde/afwezige indruk en het kwam op ons over alsof hij geen besef had wat er precies aan de hand was. [10]
De aangifte van [benadeelde] van 25 augustus 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Sinds begin juli 2022 ontving mijn broer, [slachtoffer] , thuiszorg via [bedrijf 1] BV voor 24 uur per dag. Gedurende de aanwezigheid van de thuiszorg is er een aantal keren geld van zijn zakelijke- en van zijn privérekening overgeboekt naar de bankrekeningen van de directrice/eigenaresse van [bedrijf 1] BV. De ING-Bank heeft daarop aangifte gedaan. Ik heb begrepen dat zij aangifte deed van 2 overboekingen, van € 50.000 per keer, van [slachtoffer] ’ bankrekening naar een rekening van [bedrijf 1] BV. Wij zijn vervolgens de administratie van [slachtoffer] gaan doornemen en kwamen wij erachter dat, behalve bovenvermelde 2 overboekingen van in totaal dus € 100.000, er meer opvallende overschrijvingen van [slachtoffer] ’s bankrekeningen naar die van [bedrijf 1] BV en naar andere, voor ons onbekende bankrekeningen waren gedaan. [11]
Toen we op 6 september bij [slachtoffer] thuis waren heeft [A] [
de rechtbank begrijpt: [A] , een kennis van [benadeelde]] [slachtoffer] gevraagd of hij in zijn ABN bankapp zijn bankafschriften kon opzoeken. Hij zei van wel, maar zat in de CZ app te scrollen en te klikken. [verdachte] [
de rechtbank begrijpt: de verdachte [verdachte] , die ook wel [verdachte] genoemd wordt] heeft in bijzijn van [A] en mijzelf de ABN app op de telefoon van [slachtoffer] geopend en heeft met de cijfercode ingelogd. Ik weet dat [verdachte] op dat moment de telefoon van [slachtoffer] overnam en de code intoetste. Volgens mij wist ze die gewoon. Ze vroeg het niet bij [slachtoffer] na en las het ook niet van een papiertje af. [12] Zij had geen toestemming van mij om in te loggen in de bankaccounts van [slachtoffer] . [13]
[slachtoffer] heeft het er echt helemaal nooit met ons over gehad om donaties aan [bedrijf 1] te doen. [14]
Op 14 september 2022 kwam de heer [C] , die de wilsbekwaamheid van [slachtoffer] heeft getoetst, tot de conclusie dat [slachtoffer] niet meer wilsbekwaam was en slechts nog kon aangeven dat hij wilde dat ik alles zou regelen voor hem. [15]
Een geschrift, te weten de bijlagen bij voornoemd proces-verbaal van aangifte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
ABN AMRO
Rekeninghouder: [rekeninghouder] B.V.
Datum
Omschrijving
Bedrag af
09-09-2022
SEPA Overboeking IBAN:
[rekeningnummer]
Naam: [bedrijf 1] BV
5.000,00
10-09-2022
SEPA Overboeking IBAN:
[rekeningnummer]
Naam: bing Omschrijving: dankbaar
36.000,00
04-09-2022
SEPA Overboeking IBAN:
[rekeningnummer]
Naam: [bedrijf 1] BV Omschrijving: dank
5.000,00
31-08-2022
SEPA Overboeking IBAN:
[rekeningnummer]
Naam: [bedrijf 1] BV
5.000,00
24-08-2022
SEPA Overboeking IBAN:
[rekeningnummer]
Naam: [bedrijf 1] BV
19.139,63
14-08-2022
SEPA Overboeking IBAN:
[rekeningnummer]
Naam: [bedrijf 1] BV
5.000,00
14-08-2022
SEPA OVERBOEKING IBAN
[rekeningnummer]
Naam: [bedrijf 1] BV
5.000,00
02-08-2022
SEPA OVERBOEKING IBAN
[rekeningnummer]
Naam: [bedrijf 1] B.V. Omschrijving:
engeland [slachtoffer] ziekenhuis
35.343,34
Het aanvullend verhoor van [benadeelde] van 13 oktober 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op de vraag hoe [slachtoffer] op die momenten fysiek en geestelijk was antwoordde [benadeelde] , samengevat, dat:
  • hij vanaf het moment dat hij 24 uurs zorg ontving niet meer zelfstandig uit bed kwam;
  • [slachtoffer] extreem linkshandig was en door de kanker juist aan de linkerzijde
  • uitvalsverschijnselen had;
  • Hij daardoor zijn linkerhand niet goed kon bedienen, wat als linkshandige natuurlijk heel onhandig is;
  • [slachtoffer] op het laatst alleen nog maar in de zitzakken in de woonkamer zat;
  • zij ( [benadeelde] , [B] en [getuige 1] ) zijn telefoon en zijn tablet dan bij hem neerlegden;
  • [slachtoffer] toen al niets meer zelf kon bedienen en niet zelf meer kon inloggen;
  • [slachtoffer] de laatste weken geen enkel benul had welk apparaat waartoe diende;
  • [slachtoffer] op een bepaald moment met zowel de afstandsbediening als het scheerapparaat
steeds naar de tv richtte, maar dat hij niet wist op welke knoppen hij moest drukken; [17]
  • [slachtoffer] vanaf ongeveer de laatste 10 dagen permanent in een rolstoel zat;
  • Hij echt niets meer zelf kon, laat staan een overboeking uitvoeren.
Op de vraag of [slachtoffer] zelf nog wel betalingen verrichtte antwoordde [benadeelde] , samengevat, dat:
  • [slachtoffer] zelf geen nota’s meer betaalde en daar op een bepaald moment ook niet meer toe in staat was;
  • [slachtoffer] dit ook allemaal niet meer in de gaten hield;
  • Als [slachtoffer] mentaal nog wel goed zou zijn geweest hij de coördinatie in zijn handen in elk geval niet had om zelf overboekingen te doen.
Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 27 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[getuige 1] verklaarde, samengevat, dat:
Hij [slachtoffer] 2 of 3 weken voor zijn overlijden voor het laatst heeft gezien. [slachtoffer] aan het eind een beetje leek op een dementerend iemand en vaak dingen vergat. Hij wel had gezien dat [slachtoffer] eens een bankbetaling wilde doen waar hij [slachtoffer] dan op wees en waarbij [slachtoffer] dan wel een heel eind kwam, maar dan toch ergens tegenaan liep zoals het opvoeren van de pincode. [19]
Hij nooit iets van [slachtoffer] had gehoord over schenkingen aan [bedrijf 1] ;
Hij zich ook niet kon voorstellen dat [slachtoffer] dat wilde. [20]
Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 30 maart 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
A: Wat ook wel bijzonder was, was dat [verdachte] zo in zijn telefoon kon, alsof het haar telefoon was. [21]
V: Hoe kwam [verdachte] dan in bezit van [slachtoffer] ’s telefoon?
A: Ze pakte hem gewoon, bijvoorbeeld als ie nog op de keukentafel lag. Of ze vroeg de telefoon aan hem en dan gaf hij hem gewoon aan haar. Ze ging er mee om alsof dat normaal was.
V: Had zij ook de pincode van de telefoon?
A: De toegangscode bedoel je? Ja die zat erop. Die wist zij, zij kon er gewoon in.
V: Ik maak uit je verhaal op dat [slachtoffer] überhaupt al wel moeite had om de telefoon te bedienen. Wat kun je daar over vertellen?
A: Aan het einde was dat. Dat was echt de laatste paar keren dat ik daar was. Dan wilde hij zijn zus of een vriend bellen. Dan had iemand hem gebeld en dan wilde hij terugbellen, maar dat ging niet. Dus toen deed ik dat voor hem en vroeg hem: 'Wie wil je bellen?’ Dan zei hij: 'die en die.’ En die heb ik toen voor hem ingetoetst en gebeld. [22]
Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 12 oktober 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben relatiemanager van meneer [slachtoffer] en ik ben werkzaam bij de ING bank. Op 12 september 2022 zocht ik telefonisch contact met mijn cliënt [slachtoffer] alleen hij nam toen zijn telefoon niet op. Ik zag in mijn telefoonscherm dat ik gebeld werd door het nummer van [slachtoffer] . Ik hoorde een vrouwenstem aan de telefoon. Ik hoorde dat deze mevrouw vertelde dat [slachtoffer] nu erg ziek is en dat [slachtoffer] de telefoon niet op kon nemen. Ik hoorde dat de vrouw zich niet voorstelde. Ik hoorde dat de vrouw wel zei dat ze een medewerker was van de thuiszorg van [slachtoffer] . Ik hoorde dat de vrouw vroeg: 'U bent van de ING? Ik wist niet dat [slachtoffer] bankierde bij de ING Bank. Ik dacht dat hij alleen bij de ABN Amro bankierde. Ik dacht dat [slachtoffer] al contact had opgenomen met zijn relatiemanager van de ABN Amro.' Ik weet dat [slachtoffer] wel in de ruimte aanwezig was. Dit weet ik, omdat ik hoorde dat de vrouw zei dat ze even naar [slachtoffer] toe zou lopen. Ik hoorde dat de vrouw al mijn vragen aan [slachtoffer] stelde. Ik hoorde dat [slachtoffer] hier met een zachte stem op reageerde. Ik hoorde dat [slachtoffer] de vragen alleen met het woord 'ja' beantwoorde. Ik hoorde dat de vrouw zei dat [slachtoffer] binnenkort naar de ' […] ' moet, voor een CAR-T behandeling. Ik hoorde dat de vrouw zei dat deze behandeling 700.000 euro kost. [23] Ik hoorde dat de vrouw zei dat er nu maar 50.000 euro per dag overgemaakt kan worden. Ik hoorde dat de vrouw aan mij vroeg of we dit niet op een andere manier konden regelen. Ik hoorde dat zij bevestiging aan [slachtoffer] vroeg. Ik hoorde dat [slachtoffer] heel zacht 'ja' zei. Ik zei toen: ' [slachtoffer] , dat werkt niet via een app, als je je limiet wil verhogen.' Ik hoorde dat de vrouw dit herhaalde en aan [slachtoffer] vertelde. Ik hoorde [slachtoffer] weer zacht 'ja' zeggen. [24]
Op 13 september 2022 was ik samen met een collega op bezoek bij [slachtoffer] . Ik werd hier ontvangen door een medewerkster van de Thuiszorg. Ik hoorde dat deze medewerkster vroeg of zij haar werkgeefster mocht bellen. Ik hoorde dat ze zei : 'Vind je het goed als je even met mijn werkgeefster spreekt?' Ik zei dat dit goed was en ik heb toen de telefoon van de medewerkster van de thuiszorg aangenomen. Ik zei: 'Ik ben van de ING bank.' Ik hoorde dat de vrouw aan de telefoon zei: 'Ik ben [verdachte] (fonetisch), waarom zijn jullie hier? Gaat het over [slachtoffer] zijn rekeningen want die beheert hij zelf, ik wist niet eens dat hij bij ING rekeningen had. Ik heb gister ook gesproken met iemand van de ING.' Toen ik hoorde dat ze zei dat ze gister ook iemand van ING had gesproken, legde ik de link. Toen wist ik dat ik gister ook met deze vrouw had gesproken. [25]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten het uitluisteren van audiobestanden met de ABN AMRO van 9 september 2022, voor zover inhoudende:
De ABN AMRO Bank heeft de audiobestanden van twee gesprekken die [slachtoffer] op 9 september 2022 heeft gevoerd met de ABN AMRO Bank aangeleverd. Het eerste gesprek vond plaats vanaf 08:26:11u; het tweede gesprek begon om 08:30:58u. Tijdens de gesprekken valt het op dat [verdachte] vooral het woord voert. [slachtoffer] komt af en toe aan het woord als hij verificatiegegevens moet geven. Het valt op dat hij zwak klinkt. [26]
Bestand..08-30-58
00.35-00.50 Letterlijk
[D] : En wat is er precies geblokkeerd en hoe is het gebeurd.
[verdachte] : Internetbankieren! Hoe, geen idee. Meneerde korte termijn geheugen is aangetast.
[D] : Nee he.
[verdachte] : Waarschijnlijk probeerde ie in te loggen met een foutieve pincode of weet ik niet. Maar aan de hand daarvan is ook zijn betaalpas geblokkeerd geeft de app aan.
01.10-01.40 Letterlijk
[D] : Als hij de pas in de identifier stopt krijgt hij een melding te zien dat hij geblokkeerd is?
[verdachte] : Nee, dan krijgt hij niks te zien. Maar via de app zelfvan ABN wel. Als ik m in de identifier doe, en ik doe op inloggen, nummer 1, dan kan je wel inloggen. Maar op de computer doet ie het ook niet.
07.00—11.10 Letterlijk
[verdachte] : OK NTV Inloggen, en nog ’n keer inloggen.
ABN-AMRO keuzemenu: Het is gelukt, U bent geïdentificeerd
[D] : Meneer [slachtoffer] , dank U wel voor Uw medewerking. Ik hoor dat het gelukt is en zie ook dat het gelukt is. Hartstikke fijn. Mmm meneer [slachtoffer] , ik richt me nu in dit geval even specifiek tot U toe. Ik ga U nu nog een aantal vragen stellen over Uw bankzaken, en het is belangrijk dat U deze vragen beantwoord zonder dit op te zoeken of na te vragen. En als het verder in orde is dan kan en mag ik de pas voor U deblokkeren in het systeem. Is dat duidelijk?
[slachtoffer] : Ja.
[D] : Ja. Ok. Meneer [slachtoffer] , kunt U mij toevallig vertellen wie Uw banker is bij ABN-AMRO Mees Pierson?
[slachtoffer] : [getuige 3] .
[D] : [naam] zegt U?
[slachtoffer] : Ja.
[verdachte] : Volgens mij zei hij [getuige 3] . Zei hij [getuige 3] , of wat zei hij nou?
[D] : Kijken of ik hem erbij zie staan. U zegt [naam] is dat?
[slachtoffer] : [getuige 3] .
[D] : [getuige 3] . OK. En dat is de enige die altijd de bankzaken voor U doet?
[slachtoffer] : Ja.
[D] : Bij de bank is dat de persoon die waar u altijd mee spreekt?
[slachtoffer] : Ja.
[D] : Ok. Mmm kunt U mij vertellen wat Uw e-mailadres is die bij ons bekend is?
[slachtoffer] : Ja.
[D] : Wat is Uw e-mailadres?
[slachtoffer] : [e-mail adres] @abnamro.nl
[D] : Is dat Uw e-mailadres?
[slachtoffer] : Ja.
[verdachte] : Is het niet [slachtoffer] @ [slachtoffer] .nu?
[slachtoffer] : Was het [slachtoffer] @ [slachtoffer] .nu was ja.
[D] : Mmm
[verdachte] : Onder welk e-mailadres sta je geregistreerd bij ABN?
[D] : Dat is de vraag inderdaad. Dat moeten wij weten van hem.
[verdachte] : Welk mailadres is dat nou [slachtoffer] ?
[slachtoffer] ; [slachtoffer] ....
[verdachte] : Beetje hardop zeggen, ik mag niet antwoorden voor hem.
[slachtoffer] : [slachtoffer] @ [slachtoffer] .nu
[D] : [slachtoffer] @ [slachtoffer] .nu ok. Even kijken. Mmm is dit de enige BV of NV die U hebt, of heeft U nog andere zaken op Uw rekening?
[slachtoffer] : Dit is de enige.
[D] : Dit is de enige. U hebt verder niet ergens anders nog aan gekoppeld?
[slachtoffer] : Nee.
[verdachte] : Je hebt wel een dochteronderneming
[slachtoffer] : Ja, heb ik.
[D] : En weet U de naam van deze dochteronderneming dan
[slachtoffer] : [rekeninghouder]
[verdachte] : En wat valt daaronder?
[slachtoffer] : VBI [27]
12.10-13-21 Letterlijk
[D] : Ik ga Uw banker laten contact opnemen met U. En die gaat het allemaal verder bespreken met U.
[verdachte] : Welk nummer had je net opgenoemd, sorry!
[D] : [telefoonnummer] ....
[verdachte] : Oh nee, U kunt beter zijn 06 gaan bellen hoor!
[D] : Dan is het [telefoonnummer]
[verdachte] : Ja.
[D] : Dan geef ik die door en vraag ik of ze daar contact opnemen. Ja.
[verdachte] : En gaan ze vandaag nog hem bellen?
[D] : Ik ga het verzoek neerleggen, en dan hoop ik dat ze daar vandaag gehoor aan kunnen geven. Maar dat hangt een beetje van hun agenda af. En dat weet je natuurlijk niet, maar ik hoop het wel. Ik vraag het wel daarbij.
[verdachte] : Ja want hij kan niet, hij kan ook geen boodschappen doen.
[D] : Ja nee, dat snap ik, dat snap ik. Maar de banker moet er toch even naar kijken, of de
assistent. Dus ik vraag wel of ze zo gauw mogelijk kunnen bellen.
[verdachte] : En dat zal eh, [E] (FON) zijn dan?
[D] : Ja, één van de collega’s van kantoor, degene die er over gaat.
[verdachte] : Ok, maar is het mogelijk, want hij heeft ook die 06 van [E] (FON), om hem
rechtstreeks te bellen?
[D] : Ja, als he, als meneer dat he, de contactgegevens heeft daarover, dan kan hijzelf ook
rechtstreeks bellen.
[verdachte] : Ja, dan gaat hij hem even bellen.
[D] : Ja, geen enkel probleem. Dag dag. [28]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten de analyse van de bankafschriften van de rekening [rekeningnummer] , voor zover inhoudende:
Rekeningnummer: [rekeningnummer]
Tenaamstelling: [verdachte] [29]
Girale bijschrijvingen:
€ 100.000, - Bijgeschreven op 11 en 12 september 2022, afkomstig van tegenrekening [rekeningnummer] ten name van het slachtoffer, [slachtoffer] , met de omschrijving ‘leven redden’. Diezelfde dag en de dagen daar opvolgend is er in totaal € 10.803,- overgemaakt naar schuldeisers, waarvan € 7.500, - naar een buitenlandse rekening. [30]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten de analyse van de bankafschriften van de rekening [rekeningnummer] , voor zover inhoudende:
Rekeningnummer: [rekeningnummer]
Tenaamstelling: [bedrijf 1] B.V. [31]
Bijschrijving op 2 augustus 2022 ter hoogte van € 35.343,34 afkomstig van
rekeninghouder [rekeninghouder] B.V. in de omschrijving staat vermeld ‘engeland [slachtoffer] ziekenhuis’. Opvallend is dat er geen unieke administratieve verwijzing staat vermeld in de omschrijving. Vervolgens zijn diezelfde dag 2 overboekingen verricht:
€ 15.484,80 naar een rekeningnummer ten name van [bedrijf 2] en € 39.000,- naar rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van verdachte [verdachte] . [32]
Op 15 augustus 2022 [
de rechtbank begrijpt gelet op de bijlage bij de aangifte van [benadeelde] 14 augustus 2022] wordt tweemaal een bijschrijving ontvangen ter hoogte van € 5.000,- afkomstig van tegenrekeninghouder [rekeninghouder] B.V. Bij deze transacties zijn wederom geen unieke administratieve kenmerken als omschrijving toegevoegd. Diezelfde dag zijn 2 overboekingen verricht naar de privérekening van verdachte [verdachte] . 1 transactie ter hoogte van € 5.000,- en 1 transactie ter hoogte van € 4.900,- ook naar de privérekening van verdachte [verdachte] . [33]
Op 24 augustus 2022 wordt een bedrag van € 19.139,63 bijgeschreven, afkomstig van
tegenrekeninghouder [rekeninghouder] b.v. Wederom ontbreekt een administratief kenmerk. 6 minuten later werd een bedrag van € 19.000,- overgeboekt naar de rekening van de zoon van verdachte [verdachte] . [34]
Op 26 augustus 2022 volgt een bijschrijving van € 13.131,- afkomstig van bankrekening
[rekeningnummer] van tenaamgestelde [slachtoffer] . Een privérekening van het slachtoffer. In de omschrijving ontbreekt een uniek administratief kenmerk.
Tussen 27 en 29 augustus 2022 wordt een totaalbedrag van € 12.632,- overgeboekt naar de
rekeningen [rekeningnummer] van tenaamgestelde [bedrijf 1] b.v. en [rekeningnummer] van tenaamgestelde [verdachte] . € 5.132,- wordt op 27 en 28 augustus overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] van tenaamgestelde [bedrijf 1] b.v
€ 7.500,- wordt op 28 en 29 augustus overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] van tenaamgestelde [verdachte] . [35] Vervolgens wordt op 29 augustus 2022 € 5.000,- overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 1] b.v., € 7.500,- wordt overgeboekt naar de privérekening [rekeningnummer] [verdachte] . In totaal € 12.500,-. [36]
Op 31 augustus 2022 volgt een bijschrijving van € 5.000,- afkomstig van bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] B. V. toebehorend aan het slachtoffer. Een administratieve omschrijving ontbreekt bij de transactie. [37] Diezelfde dag wordt € 5000,- overgeboekt naar [rekeningnummer] , de privébankrekening van verdachte [verdachte] .
Op 5 september [
de rechtbank begrijpt gelet op de bijlage bij de aangifte van [benadeelde] : 4 september 2022] om 10.06 uur volgt een bijschrijving van € 5.000,- afkomstig van bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] B.V. toebehorend aan het slachtoffer, met als toegevoegde administratieve omschrijving ‘dank’. Dagen na bijboeking vinden er enkele middelgrote overboekingen plaats, onder andere naar tegenrekeninghouders [tegenrekeninghouder 1] , en [tegenrekeninghouder 2] . Voor in totaal € 1.879,-. Voorafgaande aan de bijboeking was het saldo nog € 38,43 in de plus. [38]
Op 8 september 2022 om 19:37 uur volgt een bijschrijving van € 20.000,- afkomstig van
bankrekening [rekeningnummer] van tenaamgestelde [slachtoffer] . Een privérekening van het slachtoffer. In de omschrijving ontbreekt een uniek administratief kenmerk. Het saldo op bankrekening is op dat moment € 23.141,28. De volgende dag, 9 september 2022, wordt € 19.450,- overgeboekt naar [bedrijf 3] in verband met de aanschaf van een Kia Picanto. [39]
Op 9 september 2022 om 13:42 uur volgt een bijschrijving van € 5.000,- afkomstig van
bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] B. V. welke toebehoort aan het slachtoffer. Een unieke administratieve omschrijving of kenmerk ontbreekt. Op dat moment bedraagt het saldo 8.603,49. Vervolgens wordt diezelfde dag 2.000,- contant opgenomen, € 1.000,- wordt overgeboekt naar een bankrekeningnummer ten name van " […] ", € 2.500,- wordt overgeboekt naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] de privérekening van verdachte [verdachte] en vervolgens op 12 september € 2.737,05 naar Deurwaarder LAVG Gerechtsdeurwaarders. In totaal wordt €8.237,05 afgeschreven. [40]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten de analyse van [rekeningnummer] , voor zover inhoudende:
Rekening [rekeningnummer] is een zakelijke betaalrekening op naam van [bedrijf 1] BV. De enige gemachtigde op bovengenoemde betaalrekening is de rekeninghouder en
bestuurder van de BV, mevrouw [verdachte] .
Op 10 september 2022 wordt een bedrag van € 36.000,- bijgeschreven, afkomstig van
rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] B.V. Dit is het bedrijf van [slachtoffer] , benadeelde in dit onderzoek. Het bedrag wordt overgemaakt met de omschrijving 'dankbaar' en in de dagen daarna opgedeeld en overgemaakt naar diverse rekeningen, waaronder:
€ 25.000,- naar haar zoon.
€ 7.000,- naar de eigen rekening van verdachte [verdachte] .
€ 2.000,- naar haar broer.
€ 1.000,- naar [rekeningnummer] [bedrijf 1] B.V.
€ 600,- naar haar partner.
Voor de storting van € 36.000,- was er sprake van een negatief saldo. [41]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten het onderzoek naar het KNAB-rekeningnummer van [bedrijf 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Vanaf rekening [rekeningnummer] op naam van [rekeninghouder] BV is op 10 september 2022 12:19u € 36.000 overgemaakt naar rekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf 1] BV. Onbekend is hoe [slachtoffer] zou hebben geweten dat dit een rekeningnummer is van [bedrijf 1] . De facturen van [bedrijf 1] vermeldden dit rekeningnummer pas nadat de reguliere ABN AMRO-rekening van [bedrijf 1] , [rekeningnummer] , werd geblokkeerd naar aanleiding van het ING-bezoek aan [slachtoffer] op 13 september 2022. [42]
Om na te gaan of het genoemde KNAB-rekeningnummer in het verleden op [bedrijf 1] .nl is
genoemd, heb ik de zogenaamde “Wayback Machine” (web.archive.org) bevraagd. Ik heb de images van 27 januari 2022 en van 6 oktober 2023 bekeken, omdat dit de dichtstbijzijnde
images zijn aan weerszijden van de genoemde overschrijving op 10 september 2022.
[bedrijf 1] .nl op 27 januari 2022
Er wordt geen IBAN genoemd dus ook met het hierboven genoemde KNAB-rekeningnummer van [bedrijf 1] .
[bedrijf 1] .nl op 6 oktober 2023
Er wordt geen IBAN genoemd, dus ook niet het hierboven genoemde KNAB-rekeningnummer van [bedrijf 1] . [43]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten de camerabeelden van de woning van [slachtoffer] in [woonplaats] , voor zover inhoudende:
De woning van [slachtoffer] in [woonplaats] , was zowel binnen in de woning als buiten bij de voordeur voorzien van camerabewaking. Door [benadeelde] , zus van slachtoffer [slachtoffer] , werd onderstaande toelichting aangeleverd welke zij als familie zelf hadden opgesteld en waarin staat beschreven wanneer zij [verdachte] , haar broer bij de oprit en/of in het kantoor van de woning op de beelden waarnamen. [44]
Van de camerabeelden van kantoor:
5-9-2022 op meerdere momenten, o.m. 09.28, 11.57, 13.09 en 12.40 is [verdachte] in beeld
8-9-2022 [verdachte] niet op kantoor te zien (wel in huis, zie oprit beelden)
9-9-2022 [verdachte] niet op kantoor te zien (is in huis, zie oprit beelden)
10-9-2022 op meerdere momenten, o.m. om 10.16 uur, 18.46 en 18.59 uur
11-9-2022 op meerdere momenten, o.m. om 09.24 en 11.21 en 11.25 uur
12-9-2022 op meerdere momenten, o.m. 09.30, 11.03, 11.30, 12.46, 13,58, 15.03, 18.37 uur
Van de camerabeelden van de oprit/bordes/voordeur van [slachtoffer] is te zien:
4-9-2022 om 9:13 uur; [verdachte] arriveert
5-9-2022 om 10:54 uur; [verdachte] is er nog
5-9-2022 om 17:20 uur; [verdachte] vertrekt
8-9-2022 om 10:02 uur; [verdachte] arriveert
8-9-2022 om 19.49 uur; [verdachte] arriveert
9-9-2022 om 09:16 uur; [verdachte] arriveert, 11.16 en om 13:43 uur gaat [verdachte] buiten bellen
10-9-2022 om 09.50 uur; [verdachte] arriveert
10-9-2022 om 19.59 uur; [verdachte] vertrekt
11-9-2022 om 09.09 uur; [verdachte] arriveert
11-9-2022 om 19.50 uur; [verdachte] arriveert
12-9-2022 om 08.44 uur; [verdachte] arriveert
12-9-2022 om 19:17 uur; [verdachte] vertrekt. [45]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten het onderzoek aan de telefoon van het slachtoffer, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uit onderzoek is gebleken dat er tussen 5 september 2023 [
de rechtbank begrijpt: 2022] 09.59.04 en 11.22.28 uur de volgende berichten werden uitgewisseld tussen verdachte [verdachte] en [getuige 1] .
[05-09-2022 09:59:04] [getuige 1] : Hoe gaat het met [slachtoffer] ? En staat de terugkom dag inmiddels gepland?
[05-09-2022 10:05:23] [verdachte] [bedrijf 1] : Het gaat wel. Hij heeft van 22:00 tot 09:30 uur geslapen nu onder de douche. Nog geen terugkom dag, dit zal hij paar dagen van tevoren horen.
[05-09-2022 11:22:09] [verdachte] [bedrijf 1] : Zojuist contact gehad met de huisarts, ben bang dat [slachtoffer] in een delier zit dit omdat hij incontinent is en zojuist een kussensloop over zijn hoofd deed. Hij meende dat dat zijn t-shirt was. [46]
Een proces-verbaal van bevindingen, te weten het onderzoek aan de telefoon van verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
In de woning van de verdachte [verdachte] zijn meerdere iPhones inbeslaggenomen. Een iPhone 13 Pro Max is in de woonkamer inbeslaggenomen. Ik heb de gefilterde image van deze iPhone geanalyseerd. [47]
Op 2 augustus 2022 om 14:37:1 UTC+2 wordt € 34.343,34 overgemaakt van de rekening van [rekeninghouder] BV naar de ABN-rekening van [bedrijf 1] , met als omschrijving ‘engeland [slachtoffer] ziekenhuis’. Dit is de eerste overboeking van de rekening van [rekeninghouder] BV naar [bedrijf 1] waarvoor géén factuur aanwezig is.
Later die dag appt [benadeelde] het volgende in het Whatsapp-groepsgesprek met haar,
[verdachte] , en [slachtoffer] vrienden [F] , [getuige 1] en [B] :
[02-08-2022 17:00:00] [benadeelde] : [verdachte] belde net; [slachtoffer] heeft niet alleen de zorg
nota maar ook al bijna 36000 eur extra aan [bedrijf 1] overgemaakt dat zij aan […]
moet overboeken voor zijn ziekenhuis bedje daar. Die kosten kloppen zegt ze. Maar dit doet
hij dus zelf ze gaat proberen het terug te storten.
De € 35.343,34 die op die dag door [bedrijf 1] is ontvangen, was toen al doorgeboekt naar
LaserMedical als betaling voor een factuur (€ 15.484,80 om 15:31:52u UTC+2) en naar de
privérekening van [verdachte] (€ 39.000 om 15:35:35u UTC+2). Gezien de bewoordingen van [benadeelde] in bovenstaand bericht, ‘ [verdachte] belde net’, heeft het gesprek tussen [verdachte] en [benadeelde] vermoedelijk plaatsgevonden nadat het onterecht overgemaakte bedrag al was doorgeboekt. [48]

Voetnoten

2.Zie de door de ING medewerkers opgenomen verklaring dat [slachtoffer] op 13 september 2022 tegen hen zou hebben gezegd – voor zover al mag worden uitgegaan van de juistheid van die mededeling van [slachtoffer] gelet op zijn gezondheidstoestand – dat hij zelf de overboekingen zou hebben verricht en dat de mevrouw van de thuiszorg (
4.Pagina 167.
5.Pagina 168.
6.Pagina 169.
7.Pagina 170.
8.Pagina 171.
9.Pagina 171.
10.Pagina 172.
11.Pagina 179.
12.Pagina 181.
13.Pagina 184.
14.Pagina 184.
15.Pagina 184-185.
16.Pagina 203, 204, 205, 206, 209 en 210.
17.Pagina 230.
18.Pagina 231.
19.Pagina 398.
20.Pagina 400.
21.Pagina 413.
22.Pagina 414.
23.Pagina 227.
24.Pagina 228.
25.Pagina 228.
26.Pagina 340.
27.Pagina 343.
28.Pagina 344.
29.Pagina 276.
30.Pagina 277.
31.Pagina 279.
32.Pagina 280.
33.Pagina 281.
34.Pagina 281.
35.Pagina 281.
36.Pagina 282.
37.Pagina 282.
38.Pagina 282.
39.Pagina 282.
40.Pagina 282.
41.Pagina 289-290.
42.Pagina 304.
43.Pagina 306-308.
44.Pagina 424.
45.Pagina 425.
46.Pagina 347.
47.Pagina 479.
48.Pagina 482.