ECLI:NL:RBMNE:2025:6709

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
UTR 24/5678
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht over onjuiste informatie op Wikipedia en de rol van de Autoriteit Persoonsgegevens

Op 8 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak tussen een eiser en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De eiser had op 13 juni 2022 een klacht ingediend bij de AP over onjuiste informatie op zijn Wikipedia-pagina, die volgens hem moest worden gecorrigeerd of verwijderd. De AP heeft het verzoek van de eiser afgewezen, omdat na onderzoek niet was vastgesteld dat de AVG was overtreden door de informatie op Wikipedia. De rechtbank heeft het beroep van de eiser op 8 december 2025 behandeld, waarbij zowel de eiser als de gemachtigden van de AP aanwezig waren. Na de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

De rechtbank oordeelde dat de AP terecht had besloten om niet handhavend op te treden tegen de informatie op de Wikipedia-pagina van de eiser. De rechtbank stelde vast dat de AP alleen bevoegd is om corrigerende maatregelen te nemen bij overtredingen van de AVG en dat de AP niet kan optreden tegen het overtreden van huisregels door [Foundationnaam]. De rechtbank concludeerde dat de tekst op de Wikipedia-pagina van de eiser geen onjuiste informatie bevatte en dat de AP op juiste wijze had gehandeld. De rechtbank wees erop dat de vrijheid van meningsuiting en het belang van de encyclopedische achtergrond van Wikipedia in dit geval zwaarder wogen dan het belang van de eiser bij bescherming van zijn persoonsgegevens.

De rechtbank verklaarde het beroep van de eiser ongegrond en wees partijen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. De uitspraak werd openbaar uitgesproken door rechter G. Schnitzler, in aanwezigheid van griffier L.E. Mollerus.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5678

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

8 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

Autoriteit Persoonsgegevens, de AP

(gemachtigden: mr. W. van Steenbergen en mr. O.S. Nijveld).

Inleiding

1. Eiser heeft op 13 juni 2022 een klacht ingediend bij de AP over [Foundationnaam] . Eiser heeft daarbij de AP verzocht om onjuiste informatie op zijn Wikipedia-pagina te laten rectificeren of te verwijderen.
1.1.
De AP heeft het verzoek van eiser met het besluit van 22 februari 2024 afgewezen, omdat na onderzoek niet is vast te stellen dat [Foundationnaam] de AVG [1] heeft overtreden. Met het bestreden besluit van 29 augustus 2024 op het bezwaar van eiser is de AP bij deze beslissing gebleven.
1.2.
De AP heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de AP.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verleent eiser vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen.
3. Eiser heeft de AP verzocht om tegen [Foundationnaam] handhavend op te treden. Eiser is van mening dat de actuele biografische informatie over hem op zijn Wikipedia-pagina onjuist is en dat die informatie moet worden verwijderd. Volgens eiser handelt [Foundationnaam] in strijd met de eigen huisregels en daarmee onrechtmatig. Op de Wikipagina hoort geen informatie te staan die belastend is voor anderen.
4. De rechtbank is van oordeel dat de AP van handhavend optreden tegen [Foundationnaam] heeft mogen afzien. De AP is enkel bevoegd om corrigerende maatregelen te nemen als gevolg van het niet naleven van de AVG. [2] Tegen het overtreden van huisregels door [Foundationnaam] kan de AP niet optreden, omdat de AVG daarvoor geen grondslag biedt. Daarbij treedt de AP als toezichthouder op de naleving van privacywetgeving niet op als ‘scheidsrechter’. De AP kan alleen beoordelen of [Foundationnaam] in overeenstemming met de AVG handelt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de AP dat met het bestreden besluit op juiste wijze gedaan.
4.1.
De rechtbank begrijpt dat de tekst op de Wikipedia-pagina ‘ [A] plaatst [eiser] daarmee in een “vomatie-traditie” voor eiser belastend is, maar dat maakt die informatie echter niet onjuist. Daarbij wordt in de tekst uitleg gegeven over het conflict dat eiser met de heer [A] heeft. De rechtbank volgt het standpunt van de AP dat die tekst op eisers Wikipedia-pagina geen onjuiste informatie bevat. Daarvoor heeft de AP zich mede mogen baseren op de – voor het conflict relevante – uitspraken die in eerdere rechterlijke procedures zijn gedaan en waarin de informatie op eisers Wikipedia-pagina niet als (evident) onjuist is beoordeeld. [3]
4.2.
Het betoog dat [Foundationnaam] zich moet verantwoorden voor informatie die in de periode 2003-2006 over eiser is geplaatst, kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. Op grond van de AVG heeft de AP bij het onderzoeken van klachten beleidsruimte. [4] De rechtbank is van oordeel dat de AP op grond van zijn prioriteringscriteria in dit geval heeft mogen besluiten om geen nader onderzoek te doen naar eerdere versies die op eisers Wikipedia-pagina hebben gestaan, waaronder die uit 2006. Gezien het tijdsverloop en de toepasselijke wet- en regelgeving heeft de AP mogen aannemen dat zo’n onderzoek een bovenmatige inspanning vraagt. Daarbij weegt mee dat de informatie op de Wikipedia-pagina nadien is gewijzigd om de feitelijke gang van zaken over de door eiser gevoerde juridische procedures weer te geven.
4.3.
Eisers betoog dat informatie over een beschuldiging van titelfraude niet thuishoort in een digitale encyclopedie, slaagt naar het oordeel van de rechtbank evenmin. Het behoort tot de vrijheid van [Foundationnaam] om informatie op Wikipedia te plaatsen en in stand te houden. Gezien de encyclopedische achtergrond van Wikipedia is voor het plaatsen van de biografische informatie over eiser op zijn Wikipedia-pagina een voldoende gerechtvaardigd belang aanwezig. Het belang van de vrijheid van meningsuiting mag daarom in dit geval zwaarder wegen dan eisers belang op bescherming van zijn persoonsgegevens. Daarbij wil de rechtbank niet onvermeld laten dat, zoals de AP terecht heeft opgemerkt, eiser er ook zelf aan bijdraagt om het publieke debat over zijn conflict met de heer [A] levend te houden via social media en informatiewebsites. [5]

Conclusie en gevolgen

5. De AP heeft een juiste beslissing genomen. Het beroep van eiser is ongegrond.
5.1.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene Verordening Gegevensbescherming.
2.Artikel 6, derde lid en artikel 14 van de Uitvoeringswet AVG.
3.de uitspraak van 13 augustus 2013 van het Gerechtshof Den Bosch, ECLI:NL:GHSHE:2013:3729 en de uitspraak van 9 november 2021 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2021:10370.
4.Artikel 57, eerste lid, en onder f, van de AVG.
5.Bijvoorbeeld op