De zaak betreft een beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen aan een ex-werkneemster, die volgens het UWV volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is sinds 20 januari 2022. Eiseres betwist onder meer de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, de zorgvuldigheid van het UWV-onderzoek, de medische beoordeling en de arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank stelt vast dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht is vastgesteld op 23 januari 2020, conform eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. De sociale media activiteiten van de ex-werkneemster in 2020 doen hieraan niet af, aangezien deze niet betekenen dat zij geschikt was voor haar eigen arbeid. Het UWV heeft het medisch onderzoek zorgvuldig uitgevoerd, inclusief een fysiek onderzoek door een verzekeringsarts, en de medische beperkingen zijn plausibel en consistent met het dossier.
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de juiste medische vaststellingen geoordeeld dat er geen passende functies voor de ex-werkneemster zijn aan te wijzen. Tevens is vastgesteld dat de ex-werkneemster voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij andere behandelingen had kunnen benutten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is toegekend vanaf 20 januari 2022, waarbij de ex-werkneemster volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.