Beoordeling door de rechtbank
12. Eiser voert aan dat de medische beoordeling onjuist is. Hij is niet in staat te werken, wegens ernstige lichamelijke en psychische aandoeningen en beperkingen. Het is voor hem niet te volgen waarom zijn arbeidsongeschiktheidspercentage ten opzichte van de beoordeling in 2009 lager is vastgesteld, terwijl zijn klachten en beperkingen alleen maar verder zijn toegenomen. Hij ervaart aanhoudende pijnklachten van het linkeroog, alsmede forse hoofdpijnklachten. De beperkingen die het Uwv heeft aangenomen, met name ook de urenbeperking, zijn volgens hem onvoldoende. Om dit te onderbouwen heeft eiser meerdere medische stukken, waaronder (verwijs)brieven van de huisarts, de neuroloog en informatie van de pijnpoli van het AMC overgelegd.
13. In de standpunten van partijen en in wat naar aanleiding van de door de rechtbank gestelde vragen aan partijen naar voren is gebracht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om een verzekeringsarts als (onafhankelijk) deskundige te benoemen. Deze aanleiding bestond er uit dat op de zitting en uit de ingebrachte medische stukken duidelijk blijkt dat eiser forse (hoofd)pijnklachten ervaart. Uit de medische informatie blijkt dat hij zich de afgelopen jaren blijft melden met deze pijnklachten en nog altijd onder behandeling hiervoor is, meest recent bij de pijnpoli van het AMC. Eerder zijn voor deze pijnklachten door de verzekeringsarts bezwaar en beroep forse beperkingen vastgesteld. Daarnaast zijn er nieuwe klachten bij gekomen. Ook vanwege het samenstel van fysieke en psychische klachten bij eiser heeft de rechtbank aanleiding gezien om een deskundige te benoemen. De rechtbank heeft de deskundige onder meer gevraagd de gezondheidssituatie van eiser per datum in geding te beoordelen en een mening te geven over de arbeidsbeperkingen.
14. Eiser is door de deskundige gezien op 15 oktober 2024 en is lichamelijk en psychisch onderzocht. De deskundige heeft ook dossieronderzoek verricht.
15. De deskundige kan het oordeel van de verzekeringsarts in de WIA-herbeoordeling volgen dat er benutbare mogelijkheden zijn, dat er een FML is opgesteld en ook dat er geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. Ook kan de deskundige het oordeel van de verzekeringsarts volgen dat er niet langer medische grond bestaat voor het toekennen van 50% uitval voor werkzaamheden vanwege de ernst van de neuropatische pijnproblematiek, omdat er een evident ander beeld is ontstaan (ten opzichte de beoordeling in 2009), dat blijkt uit de medische stukken, de anamnetische beschrijving van de klachten, ervaren belemmeringen en het dagverhaal van eiser per datum van de beoordeling. Wel ziet de deskundige medische grond om aanvullende beperkingen vast te stellen ten opzichte van de FML van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 13 december 2023. Vanwege de cardiale problematiek en de daaruit voortvloeiende verminderde lichamelijke inspanning, alsmede de combinatie van de overige medische problematiek, zijn er medische gronden voor het toekennen van aanvullende beperkingen in rubriek I, II, III, IV en V, namelijk:
- 1.8.1 verhoogde afleidbaarheid
- 2.7.3 eigen gevoelens uiten, uit zich op ongeremde wijze
- 2.10 autorijden (niet in het donker)
- 3.4 dragen van beschermende middelen
- 3.7 trillingsbelasting
- 4.10.1 frequent buigen tijdens het werk
- 4.16 lopen
- 4.18 trappenlopen
- 5.1 zitten
- 5.2 zitten tijdens het werk
- 5.3 staan
- 5.4 staan tijdens het werk
- 5.9 afwisseling van houding
16. Er is volgens de deskundige geen medische grond voor het aanscherpen van de reeds toegekende urenbeperking. Vanwege de aanvullende beperkingen in de overige rubrieken wordt het werk dermate beperkt in lichamelijke en mentale belasting dat met de reeds toegekende urenbeperking door verzekeringsarts bezwaar en beroep dit toereikend is. Ook licht de deskundige het verschil met de in 2009 door de verzekeringsarts toegekende forse urenbeperking toe. Per datum in geding is volgens de deskundige sprake van chronische pijn, dan wel neuropatische pijn, maar is er geen sprake van aanvalsgewijze pijn en bedlegerigheid als gevolg van recuperatienoodzaak, waarmee de situatie verschilt met die in 2009 waarin destijds een (invasieve) SWEET-behandeling werd gevolgd.
De reacties van de partijen
17. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in een aanvullende rapportage van 24 december 2024 gereageerd op het deskundigenrapport en aangegeven dat de deskundige deels wordt gevolgd in de door haar aanwezig geachte extra beperkingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een nieuwe, gewijzigde FML opgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in deze FML niet alle beperkingen overgenomen die door de deskundige zijn voorgesteld. De verzekeringsarts ziet geen aanleiding een beperking op te nemen op het aspect eigen gevoelens uiten, autorijden, dragen van beschermende middelen, op de aspecten zitten, zitten tijdens het werk en staan. Ook ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding om een beperking aan te nemen op het aspect afwisseling van houding.
17. In reactie op het deskundigenrapport en de gewijzigde FML stelt eiser dat er onvoldoende rekening is gehouden met de constante pijn in zijn oog die toeneemt. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiser een brief van de anesthesioloog – pijnspecialist, van 22 november 2024 en een ‘verwijsbrief voor verkorte toegangstijd afspraak neurologie’, gedateerd 14 november 2024, overgelegd. Eiser heeft daarna ook nog een kopie van het patiëntbericht van 11 februari 2025 en een kopie van de brief van de neuroloog van 11 februari 2025 overgelegd.
19. Het Uwv heeft op deze nadere medische stukken van eiser gereageerd met aanvullende rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 juli 2025 en 19 augustus 2025, waarin de verzekeringsarts toelicht dat de medische informatie geen nieuwe medische feiten zijn die betrekking hebben op de datum in geding bevatten en dus geen aanleiding geven om op medische gronden een andere beslissing te nemen.
Wat de rechtbank ervan vindt
20. De rechtbank stelt voorop dat, zoals ook op de tweede zitting is uitgelegd, het uitgangspunt is dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke door haar ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige hem overtuigend overkomt en het standpunt inzichtelijk heeft gemotiveerd. Dit uitgangspunt volgt uit vaste rechtspraak.Deze situatie doet zich hier voor. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek. De deskundige heeft alle beschikbare medische informatie in de beoordeling betrokken en heeft haar standpunt inzichtelijk en consistent gemotiveerd.
21. Ten aanzien van de beperking op item 2.10 ziet de rechtbank aanleiding om de verzekeringsarts bezwaar en beroep te volgen in de conclusie dat deze beperking “niet autorijden in het donker” bij item 2.1 (zien) moet worden toegevoegd. Zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht, kan deze toelichting bij een normaalwaarde voor item 2.10 (zelfstandig reizen) niet worden toegevoegd. Nu de beperking op een logischer plek wordt toegevoegd in de FML, hoeft deze aanvullende beperking op item 2.10 uit het deskundigenrapport niet te worden overgenomen, maar volstaat de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep voorgestelde toevoeging op item 2.1 in de FML.
22. Ten aanzien van de overige aanvullende beperkingen die de deskundige heeft aangenomen, is de rechtbank van oordeel dat deze op een inzichtelijke manier zijn gemotiveerd. Wat de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangevoerd op de items die niet worden overgenomen in de nieuwe FML, maakt dit niet anders. Uit deze reactie blijkt met name een verschil in opvatting of er medische redenen zijn om bepaalde beperkingen wel of niet (aanvullend) op te nemen. Dit is echter de reden dat op grond van de vaste rechtspraak de rechtbank in een dergelijk geval de (medische) beoordeling van de door haar benoemde deskundige volgt. Ook ziet de rechtbank in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om het oordeel van de deskundige niet te volgen. De door eiser overgelegde nieuwe medische informatie bevestigt (uiteindelijk) de eerder bij de pijnpoli van het AMC vastgestelde diagnose van aangezichtspijn. Deze informatie, en gestelde diagnose in het AMC, is door de deskundige betrokken in de medische beoordeling.
22. Gezien het vorenstaande heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij de beoordeling onvoldoende rekening gehouden met de aanvullende de beperkingen zoals vermeld in het rapport van de deskundige. De medische beoordeling kent daarmee een motiveringsgebrek. De beroepsgrond van eiser slaagt.
De arbeidskundige beoordeling
24. Eiser stelt dat de door de arbeidsdeskundige geduide functies niet passend zijn voor hem vanwege zijn klachten zoals hij die ervaart. De rechtbank kan nog niet beoordelen of de geduide voorbeeldfuncties passend zijn voor eiser. Eerst zal het Uwv aanvullende beperkingen op de rubrieken I, II, III, IV en V (met uitzondering van item 2.10) in een nieuwe FML moeten opnemen. Op basis daarvan kan worden beoordeeld of de geduide functies passend zijn, dan wel of er (andere) geschikte functies zijn en wat de gevolgen daarvan zijn voor het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage.