Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de stiefvader met zijn advocaat,
- [belanghebbende 1 (voornaam)] ,
- de moeder.
2.Waar de procedure over gaat
[A](hierna te noemen: de vader) is geboren:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De stiefvader verzocht de rechtbank om adoptie van zijn meerderjarige stiefdochter, die sinds haar achtste in het gezin van de moeder en stiefvader is opgegroeid. De moeder en stiefdochter steunden het verzoek. De rechtbank oordeelde dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is en dat volgens artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW het kind op het moment van het verzoek minderjarig moet zijn. De stiefdochter was 35 jaar, waardoor het verzoek niet aan deze wettelijke voorwaarde voldeed.
De rechtbank overwoog dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens het recht op adoptie niet als een beschermd recht onder het EVRM beschouwt en dat het niet omzetten van een feitelijk gezinsverband in een juridisch gezinsverband niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Alleen onder zeer bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het minderjarigheidsvereiste, maar die omstandigheden ontbraken in deze zaak.
Hoewel de stiefdochter een hechte band met de stiefvader heeft en emotioneel behoefte heeft aan erkenning, is dit volgens de rechtbank onvoldoende om het minderjarigheidsvereiste te negeren. De rechtbank benadrukte dat gevoelens van ongelijkheid en onzekerheid geen reden zijn voor een kinderbeschermingsmaatregel. De stiefvader en moeder toonden begrip voor de emotionele impact, maar de wet biedt geen ruimte voor adoptie van meerderjarigen zonder uitzonderlijke omstandigheden.
De rechtbank wees het verzoek af en verwees naar de wetgever voor mogelijke wetswijzigingen omtrent het spanningsveld tussen juridisch en sociaal ouderschap. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie van de meerderjarige werd afgewezen wegens het ontbreken van zeer bijzondere omstandigheden om het minderjarigheidsvereiste te negeren.