Uitspraak
[verzoeker] e.a., uit ' [plaats 1] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug
Inleiding
- het besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom van € 20.000,- (25/6037);
- het besluit, waarbij aan verzoeker is gelast de overtreding ten aanzien van de recreatiewoning met overkapping aan de [adres] , nummer [nummer] , te [plaats 2] , kadastraal bekend sectie [sectie] perceelnummer [perceelnummer] (het perceel) uiterlijk 1 december 2025 te beëindigen. Indien verzoeker hier niet aan voldoet, verbeurt hij een dwangsom ineens van € 40.000,- (25/6574);
- het besluit, waarbij aan verzoeker is gelast de overtreding ten aanzien van de berging op het perceel uiterlijk 1 december 2025 te beëindigen. Indien verzoeker hier niet aan voldoet, verbeurt hij een dwangsom van € 5000,- per week dat de overtreding niet is beëindigd, met een maximum van € 10.000,- (25/6575).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- schorst het invorderingsbesluit van 2 september 2025 (25/6237) tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- schorst het handhavingsbesluit van 2 september 2025 met betrekking tot de recreatiewoning met overkapping (25/6574) tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- schorst het handhavingsbesluit van 2 september 2025 met betrekking tot de berging (25/6575) tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- veroordeelt het college tot betaling van een proceskostenvergoeding aan verzoeker ter hoogte van € 2.721,-;
- bepaalt dat het college drie keer het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden.