In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris in het faillissement van [bedrijf] B.V. De rechter-commissaris heeft op 3 juni 2025 een procesmachtiging afgegeven aan de curator. Appellanten, bestaande uit [appellant sub 1] B.V., [appellant sub 2] B.V. en [appellant sub 3], hebben hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 november 2025 geoordeeld dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun hoger beroep. De rechtbank stelt vast dat appellanten geen partij zijn bij de beschikking van de rechter-commissaris, aangezien het verzoek om procesmachtiging door de curator is gedaan en de beschikking niet aan appellanten is gericht. Appellanten hebben aangevoerd dat zij gehoord hadden moeten worden voordat de procesmachtiging werd afgegeven, maar de rechtbank oordeelt dat de rechter-commissaris niet verplicht was om hen te horen. De rechtbank concludeert dat het niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om appellanten niet-ontvankelijk te verklaren in hun hoger beroep.