ECLI:NL:RBMNE:2025:6317
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar WIA door UWV
Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV, maar het UWV had niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiseres had haar bezwaarschrift op 30 november 2024 ingediend, en het UWV had dit op 1 december 2024 ontvangen. De rechtbank constateerde dat het UWV te laat was met het nemen van een beslissing op het bezwaar, wat ook door het UWV in zijn verweerschrift werd erkend. De rechtbank stelde vast dat de ingebrekestelling door het UWV op 15 mei 2025 was ontvangen en dat sindsdien twee weken waren verstreken zonder dat er een beslissing was genomen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV alsnog een beslissing moest nemen op het bezwaar van eiseres. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt dat een bestuursorgaan binnen een bepaalde termijn moet beslissen, en in dit geval werd de termijn vastgesteld op twee maanden. De rechtbank hield rekening met de achterstanden bij het UWV door een tekort aan verzekeringsartsen en besloot dat de beslistermijn niet onrealistisch kort mocht zijn. De rechtbank bepaalde ook dat het UWV een dwangsom van € 100,- per dag moest betalen voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres gegrond, vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV en droeg het UWV op om binnen twee maanden na verzending van de uitspraak alsnog een beslissing te nemen. Tevens moest het UWV het griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Wolbrink in aanwezigheid van griffier I. van Ittersum en werd openbaar uitgesproken op 18 november 2025.