ECLI:NL:RBMNE:2025:6316
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar inzake WIA door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen de Willibrord Stichting en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Eiseres, vertegenwoordigd door K. Loef, had beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig had beslist op haar bezwaar van 11 maart 2025 tegen een besluit van 26 februari 2025. De rechtbank oordeelde dat verweerder te laat was met het nemen van een beslissing op het bezwaar, wat ook door verweerder zelf werd erkend in zijn verweerschrift van 30 oktober 2025. De rechtbank stelde vast dat de ingebrekestelling op 23 september 2025 was ontvangen en dat sindsdien de wettelijke termijn was overschreden.
De rechtbank wees erop dat volgens artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan een dwangsom moet betalen voor elke dag dat het in gebreke is, met een maximum van 42 dagen. De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen vier maanden na de uitspraak een beslissing moet nemen op het bezwaar van eiseres. Tevens werd een dwangsom van € 100,- per dag vastgesteld voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres kreeg ook een vergoeding van € 453,50 voor de proceskosten en het griffierecht van € 385,- moet door verweerder aan eiseres worden betaald.
De rechtbank concludeerde dat het beroep gegrond was en dat verweerder de nodige stappen moest ondernemen om aan de uitspraak te voldoen. De uitspraak werd openbaar uitgesproken en een afschrift werd verzonden aan de betrokken partijen.