ECLI:NL:RBMNE:2025:6313

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
UTR 25/4625
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. C. Stijnen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken toereikende machtiging bij WIA-herbeoordeling

Deze uitspraak betreft het beroep van Stichting Dichtbij Kinderopvang tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vanwege het niet tijdig beslissen op een verzoek tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift niet vergezeld ging van een toereikende machtiging. Hoewel een machtiging was overgelegd, ontbrak de handtekening van de bestuurder van de stichting, waardoor niet kon worden vastgesteld dat de gemachtigde bevoegd was om namens eiseres op te treden. De rechtbank gaf de gemachtigde de gelegenheid dit verzuim te herstellen, maar een juiste machtiging bleef uit.

Gezien het ontbreken van een geldige machtiging verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor kon de rechtbank niet inhoudelijk op het geschil ingaan. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4625

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen

[gemachtigde] ,veronderstellenderwijs namens
Stichting Dichtbij Kinderopvang,eiseres
,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van mevrouw [A] haar arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

Overwegingen

1. Het beroep is door [gemachtigde] veronderstellenderwijs ingesteld namens Stichting Dichtbij Kinderopvang (hierna: eiseres). Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Zo’n vereiste is het overleggen van een machtiging als de rechtbank daarom verzocht heeft. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
2. Bij aangetekende brief van 12 september 2025 heeft de rechtbank Hoogers in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een machtiging in te dienen, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens eiseres beroep in te stellen en in beroep op te treden. Bij brief van 23 juli 2025 heeft Stichting Dichtbij Kinderopvang een machtiging overgelegd met enkel een handtekening van de HR-adviseur/verzuimcoördinator van de stichting. Een machtiging namens de bestuurder van de stichting ontbreekt.
3. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 [1] heeft beslist, is het niet aanleveren van een toereikende machtiging een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb). Om die reden komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de inhoudelijke geschilpunten.
5. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.