Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €250 opgelegd voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 3 februari 2023 in Naarden. Na een ongegrond verklaard administratief beroep stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. De enige beroepsgrond was dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden.
De kantonrechter oordeelde dat deze beroepsgrond evident kansloos was, mede omdat betrokkene niet had aangegeven gehoord te willen worden en de rechtspraak sinds 29 december 2022 duidelijk is dat geen hoorplicht wordt geschonden als betrokkene niet om een hoorzitting vraagt. Het vasthouden aan deze beroepsgrond werd gezien als misbruik van recht, vooral omdat het doel was om proceskostenveroordeling te verkrijgen vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter stelde vast dat het beroep te kwader trouw werd ingesteld en gehandhaafd, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten laste van betrokkene. Tevens werd erkend dat er een overschrijding van de redelijke termijn was, maar dit werd niet inhoudelijk beoordeeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.