ECLI:NL:RBMNE:2025:6202
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij verkeersboete
Aan betrokkene is een administratieve sanctie van €280 opgelegd voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 5 april 2023 in Almere-Haven. De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter behandelde de zaak op 27 oktober 2025 zonder aanwezigheid van betrokkene of diens gemachtigde.
De enige beroepsgrond betrof de schending van de hoorplicht door de officier van justitie in de administratief beroepfase. De kantonrechter beoordeelde of sprake was van misbruik van recht, gelet op artikel 3:13 BW Pro. Uit vaste rechtspraak volgt dat misbruik van recht aannemelijk is als een belanghebbende een rechtsmiddel instelt waarvan evident is dat het geen kans van slagen heeft.
De hoorplicht was volgens recente jurisprudentie (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juli 2024) niet geschonden bij boetes vanaf 29 december 2022 als betrokkene niet om een hoorzitting heeft verzocht. Betrokkene had dit niet gedaan. Het vasthouden aan deze beroepsgrond was daarom evident kansloos. De kantonrechter concludeerde dat het beroep misbruik van recht inhoudt en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Verder stelde de kantonrechter vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak was gedaan, maar kon de sanctie niet beoordelen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kosten waren gemaakt door de officier van justitie. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter K. de Meulder op 17 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.