Verzoekers, bewoners nabij een bakkerij, verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren. Dit besluit wijzigde de begunstigingstermijn voor het voldoen aan handhavingslasten die aan de bakkerij waren opgelegd wegens overtredingen van de Omgevingswet.
De bakkerij had zonder vergunning gebouwd en gebruikte het perceel in strijd met het bestemmingsplan. Het college stelde een langere begunstigingstermijn vast, afhankelijk van de beslissing op een omgevingsvergunningaanvraag. Verzoekers stelden dat deze termijn onvoldoende concreet was en dat de situatie brandonveilig was, met overlast voor de omgeving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de begunstigingstermijn inderdaad niet concreet genoeg is, maar dat dit op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening. De belangenafweging toonde dat het belang van de bakkerij bij voortzetting van de productie zwaarwegend is, terwijl verzoekers hun vrees voor brandgevaar onvoldoende onderbouwden. Bovendien zijn er afspraken gemaakt dat uiterlijk 31 december 2025 een besluit wordt genomen op de vergunningaanvraag, waardoor de termijn concreter wordt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de belangenafweging en gemaakte afspraken voldoende waarborgen bieden en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.