Uitspraak
[handelsnaam],
1.De procedure
- het getuigenverhoor van 17 april 2025,
- het getuigenverhoor van 2 oktober 2025.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert eiseres vergoeding wegens gebrekkig metselwerk van een gevel die door gedaagde bij een klant is gemetseld. Na een tussenvonnis waarin eiseres werd opgedragen bewijs te leveren dat het slopen en opnieuw metselen de enige reële herstelmogelijkheid was, heeft eiseres stukken en getuigenverklaringen overgelegd.
De kantonrechter beoordeelde het bewijs, waaronder een rapport van een deskundige onderneming dat onvoldoende onderbouwd was, en verklaringen van getuigen die wel gebreken constateerden maar niet concreet konden aangeven dat het metselwerk niet aan de norm voldeed. Ook de verklaringen van gedaagde en diens zoon over herstel en het ontbreken van klachten werden meegewogen.
De rechter concludeerde dat eiseres niet is geslaagd in haar bewijsopdracht en wees haar vorderingen af. Daarnaast werd eiseres veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. In reconventie werd eiseres veroordeeld tot betaling van een factuur van gedaagde, exclusief buitengerechtelijke incassokosten die niet waren onderbouwd.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gebrekkig metselwerk.