Eiseres B.V. heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar van de gemeente vastgestelde WOZ-waarden van een niet-woning en drie woningen voor het belastingjaar 2023, met waardepeildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft de waarden onderbouwd met taxatiematrices en marktgegevens, waarna het bezwaar van eiseres ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Voor het niet-woningobject is de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast met passende referentieobjecten en onderbouwing van huurwaarde en kapitalisatiefactor. Voor de woningen is de vergelijkingsmethode gehanteerd met drie referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar zijn.
Eiseres heeft onvoldoende onderbouwde bezwaren ingebracht, waaronder betwisting van de gebruiksoppervlakte en verzoeken om aanvullende documenten, die de rechtbank niet ontvankelijk acht. Tevens is het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat het financiële belang onder de bagatelgrens valt en de overschrijding beperkt is.
De rechtbank wijst het beroep ongegrond, ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarden.